
Verdriet - Column Jan van As
Column 303 keer gelezen“Ga maar over Volkel Jan, want hier is het niet goed”.
Deze woorden komen uit de mond van een wielrenner die mij wel kent, maar ik hem niet meteen. Een van zijn maten herken ik wel. Jaren geleden is zijn broertje met zijn motor gevallen en overleden en ik begrijp dat hij zich ongemakkelijk voelt op deze plek. Een van die jongens zegt ook nog dat er een ‘jungske’ dood is. Wat ’n heftige woorden allemaal op deze vroege zondagmorgen, waarop ik al naar Mill ben gefietst en via Odiliapeel langs de hondenclub, het dierenpark en de basis weer naar Zeeland wil. Als antwoord kan ik alleen maar zeggen: “Oh jee”, want ik ben me rot geschrokken, zoals altijd als ik zoiets hoor. Ik draai mijn fiets om in de richting van Volkel, dan ga ik daar wel door de tunnel en via de Industrielaan kom ik dan ook wel weer thuis.
Bij het draaien van mijn fiets zie ik een agent naar de wachtende wielrenners gaan, maar ik voel niet de behoefte om daar als een nieuwsgierig aagje bij te gaan staan. Iets in mij zegt me wel dat er iets heel ergs moet zijn gebeurd en dat ik daar vlakbij ben. Ik hoor diverse sirenes en voel me ongemakkelijk. Ik wil hier gewoon weg! Pas als ik thuis ben hoor ik bij de berichten van het ANP dat in het Brabantse dorp Zeeland twee jongens bij een auto-ongeluk zijn omgekomen.
Heel lang geleden hebben wij ook zo’n drama meegemaakt. Bij die ouders gaat nu de telefoon of staat een agent op de stoep om het vreselijke nieuws te vertellen. Bij ons ging de telefoon en mijn moeder zei huilend dat het ergste wat kon gebeuren, was gebeurd.
Voor die tijd en na die tijd werden we steeds weer geconfronteerd met verkeersongelukken. Ook in onze tijd bij Kobus, en ik zou hier een rijtje namen kunnen gaan noemen van klanten die verongelukt zijn. Maar dan loert altijd het gevaar van niet compleet zijn, dus laat ik dat achterwege. Als wij dit nieuws dan de volgende dag meldden bij de collega’s, was het antwoord vaak :”Hoe kan dat nou, gisteren zag ik hem nog op de motor” of “ik heb van de week nog zo met hem gelachen”. We kunnen dit soort van overlijden heel slecht plaatsen, en voordat ik nu de pastoor ga uithangen met opmerkingen als dat wij daar als mensen nou eenmaal niks aan kunnen doen, wil ik wel zeggen dat het verliezen van ‘n vriend of vriendin net zo heftig is als ware het iemand van je eigen gezin. Een van die jongens zat in dezelfde vriendengroep als de zoon van een kennis. Ik heb hen gevraagd om asjeblieft om die zoon te gaan staan, hij heeft jou nu heel erg nodig.
Al na twee dagen stond er een kil bericht in de krant waarbij men zich afvroeg wat de juridisch gevolgen van zo’n ongeluk konden zijn. Er stond bijvoorbeeld: “In hoeverre was de 15-jarige bijrijder zich bewust van de risico’s die hij nam door in de auto te stappen”. Ik vond het een ijskoud verhaal, temeer daar het ook over aansprakelijkheid en de problemen voor de ouders ging. En dat allemaal twee dagen na het ONGELUK, want dat was ‘t. Niemand zou deze afloop van een verboden ritje willen!
Ik ben nou eenmaal de man van de quotes en moest denken aan onze vriend die ons na een avondje beatpaleis wilde laten schrikken bij de pont in Megen. Hij reed met hoge snelheid richting het water en remde op het laatste moment. Op die dag was de remweg iets langer en wij stapten uit de auto in het water. Op de veerstoep in het donker stond een blauw politiebusje Onze chauffeur moest mee in dat busje voor proces-verbaal en de week erna stonden we voor de politierechter.
Die rechter sprak toen zijn oordeel uit en zei dit: “Voor uw eigen genoegdoening nam u het geheide risico om met uw vijf passagiers naar de kelder te gaan. U krijgt de hoogst mogelijke werkstraf en ik neem uw rijbewijs in voor de langst mogelijke periode.
Waren wij vijven ons bewust van het risico door in die ouwe Ford te stappen? Nee, het was gewoon goedkoop, makkelijk en lachen! De verbalisant vertelde bij de rechter dat hij zes bulderend lachende jongens zag uitstappen.
Jan van As

















