
Burgemeester Hans van der Pas: ‘Ik ben gewoon die jongen uit Heesch’
Maashorst 209 keer gelezenMAASHORST - Luisteren is een woord dat tijdens het gesprek met Hans van der Pas (62) steeds terugkomt. Niet als bestuurlijke slogan, maar als uitgangspunt. De burgemeester van Maashorst vertelt over zijn jeugd, zijn jaren in de zorg, zijn vader en de lessen die hij daar leerde. Verhalen die laten zien waar zijn manier van besturen vandaan komt. “Ik ben nog steeds dezelfde”, zegt hij. “Ik ben gewoon die jongen uit Heesch.”
Door Peter Noy
Van der Pas groeide op in een ondernemersgezin. Zijn ouders runden een Spar-supermarkt in Heesch. Net als zijn broers en zus hielp hij mee in de winkel. Eerst huiswerk maken, daarna vakken vullen, klanten helpen en boodschappen inpakken. Zijn jeugd noemt hij rustig. “Ik was vrij verlegen, niet het haantje-de-voorste. Ik keek eerst de kat uit de boom.” Na zijn militaire dienst koos hij niet voor het familiebedrijf, maar voor de zorg. Hij volgde de opleiding tot Z-verpleegkundige en werkte met mensen met een verstandelijke beperking. “Dat zijn eerlijke mensen. What you see is what you get. Ze spelen geen spelletjes. Ze zijn blij als ze blij zijn en verdrietig als ze verdrietig zijn.”
Daarna werkte Van der Pas in de zorg, het jongerenwerk, bij woningcorporaties, adviesbureaus en in de commerciële sector. “Vaak ontstonden die functies vanuit oprechte belangstelling en de overtuiging dat ik iets kon bijdragen. Daar profiteer ik nog dagelijks van.” Die ervaringen bepalen nog altijd hoe hij zijn burgemeesterschap invult. “Als je richting wilt geven, moet je eerst weten wat mensen bezighoudt. Wat leeft er? Waar maken mensen zich zorgen over? Daar begint het mee.” Sinds zijn komst naar Maashorst bezoekt hij regelmatig verenigingen, scholen en activiteiten in de verschillende dorpen. “Mensen vinden het fijn als je even aanschuift. Dan gaat het gewoon over hoe het met ze gaat en wat hen bezighoudt.”
Meer dan een ambtsketen
Over de rol van een burgemeester bestaan volgens Hans van der Pas soms hardnekkige misverstanden. “Mensen denken vaak dat de burgemeester de baas van de gemeente is. Dat is niet zo. Ik ben voorzitter van het college en van de gemeenteraad, maar ik ben niet degene die iedereen aanstuurt en alle besluiten neemt. Ik probeer richting te geven, maar niet door te roepen hoe het moet.” Luisteren betekent volgens hem niet dat iedereen altijd zijn zin krijgt. Uiteindelijk moeten er besluiten worden genomen, waarbij verschillende belangen moeten worden afgewogen. “Ik neem iedere dag besluiten. Grote en kleine. Je kunt niet blijven twijfelen. Geen besluit nemen is ook een besluit, maar meestal pakt dat niet goed uit. Mensen hebben duidelijkheid nodig.” Volgens Van der Pas hoort dat bij het burgemeesterschap. “Ik weet dat er ook mensen teleurgesteld zijn. Dat hoort nu eenmaal bij deze functie. Als je daar niet mee kunt omgaan, moet je niet de politiek ingaan.”
Dicht bij de inwoners
De eerste jaren als burgemeester van Maashorst stonden vooral in het teken van kennismaken. Niet alleen met een nieuwe organisatie, maar vooral met de mensen die in de verschillende dorpen wonen en werken. Een nieuwe gemeente betekende ook kennismaken met verenigingen, ondernemers en vrijwilligers. Tegelijkertijd kreeg hij te maken met dossiers die landelijk veel aandacht trokken, waaronder de opvang van asielzoekers. Die periode bracht ook veel belangstelling van landelijke media met zich mee. Toch besloot hij de meeste interviewverzoeken af te wijzen. “Ik wilde me concentreren op mijn werk hier. Daarom heb ik veel interviews niet gedaan. Voor Buitenhof heb ik een uitzondering gemaakt. Daar kreeg ik de tijd om nog eens rustig uit te leggen wat er speelde.”
Ondanks de druk probeert Van der Pas zichtbaar te blijven in de gemeente. Juist daarom zoekt hij het contact met inwoners zoveel mogelijk op. Niet alleen tijdens officiële bijeenkomsten, maar juist ook bij activiteiten waar inwoners elkaar ontmoeten. “Vanmiddag ga ik naar het jeugdvakantiewerk in Schaijk. Omdat ik het waardevol vind om mijn gezicht even te laten zien. Vrijwilligers doen daar belangrijk werk. Dat vind ik mooi.”
Op de vraag welke rol het beste bij hem past, hoeft hij niet lang na te denken. “Verbinder.” Hij vertelt over gesprekken tijdens lunches met 60- en 65-jarige bruidsparen, in dorpshuizen en bij ontmoetingen met inwoners. Volgens hem ontstaan juist daar de gesprekken waarin mensen vertellen hoe het met ze gaat en wat hen bezighoudt. “Dat zijn mooie gesprekken.” Tijdens het gesprek komt ook vertrouwen in de overheid ter sprake. “Veel mensen hebben hun oordeel al klaar, terwijl een open gesprek juist begint met het stellen van een vraag. Ik zou willen dat we dat vaker omdraaien. Stel eerst een vraag. Luister naar het antwoord. Daarna mag je best een mening hebben.” Van der Pas vindt dat ook bestuurders moeten blijven leren. Besluiten worden achteraf geëvalueerd en soms blijkt dat iets anders had gekund. “Iedereen maakt weleens fouten. Het helpt om daar eerlijk over te zijn en ervan te leren.”
Terug naar Heesch
Aan het einde van het gesprek komt zijn vader opnieuw ter sprake. Hij was actief als vrijwilliger en bestuurder en maakte, vertelt Van der Pas, altijd tijd voor een praatje. “Ik heb hem daar altijd om bewonderd. Hoe druk hij ook was, hij had aandacht voor mensen.” Drie dagen voordat Hans van der Pas als burgemeester van Maashorst werd geïnstalleerd, overleed zijn vader. “We wisten dat hij zou overlijden. Mensen vroegen of de installatie niet uitgesteld moest worden. Maar mijn vader zou hebben gezegd: ‘Mijn tijd is geweest. Jouw tijd is nu.’ Daarom heb ik, in overleg met mijn familie, besloten om het door te laten gaan.” Als Hans van der Pas vooruitkijkt, hoopt hij niet herinnerd te worden om een groot project of een bijzonder besluit. Hij hoopt vooral te hebben bijgedragen aan een gemeente waar mensen prettig samen wonen, leven en werken. “Blijf naar elkaar omzien. Vraag eens aan een buurman of buurvrouw hoe het gaat. Dat is misschien wel het belangrijkste.” Misschien vat een uitspraak het hele gesprek nog het beste samen: “Ik ben gewoon die jongen uit Heesch.”



















