
Hoogtevrees (deel 1) - Column Jan van As
ColumnIk lees het Brabants Dagblad en op de radio is een quiz waar luisteraars prijzen kunnen winnen: van waterflessen tot powerbanks etcetera. De deejay vraagt waar mensen aan lijden als ze last hebben van ‘Aerofobie’. De quizende luisteraar wist dat niet en ik ook niet, terwijl ik toch ook een patiënt ben. Aerofobie is gewoon hoogtevrees. Het is een buitensporige angst voor hoogten die leidt tot duizeligheid, paniek en vermijdingsgedrag.
Exclusief voor Arena(!) ga ik jullie deze en volgende week over mijn grote angst vertellen. In de vroege jaren ‘90 besloten wij om weer eens op bezoek te gaan bij een vriend in Nieuw Zeeland. Dat is vlugger gezegd dan gedaan en het is zó ver dat je op ongeveer de helft van de reis even het vliegtuig uitmoet en een nachtje gaat slapen in Hong Kong. Dat komt dan weer doordat we vlogen met Cathay. Moet je nooit doen als je groot bent, want weinig beenruimte! Maar voordat we in Hong Kong gingen landen moest er door de piloot nog een stunt uitgehaald worden. Want toen ging de landing nog volgens de oude procedure in verband met de vreemde ligging van de landingsbaan van KAiTak Airport en dat is niet leuk voor mensen met aerofobie kan ik je zeggen.
Zodra de piloten Checkerboard Hill ( ‘n bergje) in ZICHT kregen, dus geen klokjes maar gewoon goed uit hun doppen kijken, moesten ze op lage hoogte een visuele bocht maken van 47 tot 90 graden naar rechts. En dat kreeg je allemaal heel bewust mee. Bovendien vlogen ze zo dicht langs de flats en hoge torens dat de passagiers de mensen in hun huiskamer zagen zitten. Je zag gewoon duidelijk dat mensen aan het eten waren etcetera… Die mensen keken nergens meer van op, want de vliegtuigen uit de hele wereld moesten allemaal langs hun huis op. Voor ons als beetje bange passagiers was vooral die scherpe bocht vlak boven de grond angstaanjagend. Ik heb nooit gehoord of het ooit mis is gegaan, maar inmiddels is alles veranderd en is er een nieuw vliegveld.
Maar de horror voor mensen met Aerofobie is nog niet voorbij. Als we geland zijn moeten we naar een hotel dat deels op het vliegveld staat, dus je hoeft de stad niet in. De ontvangsthal van het hotel heeft het formaat van een grote Aldi met wel 30 balies. We krijgen een soort van postkaart met de kleur rood en moeten voor een poortje wachten. Als een loket rood wordt (letterlijk, met een soort van discolampen) dan moeten we daarheen en zien we zeer vriendelijke meisjes en jongens. Die kijken in je paspoort, dat ze ook nog even scannen, en dan krijg je een andere kaart en die geven ze aan mijn reisgenoot die er een beetje schaapachtig naar kijkt. Toen ik vroeg wat dat voor een kaart was, zag ik er ook een card (pasje) aan zitten. Die meisjes van de balie spraken Engels zoals de meisjes bij de Chinees en ook nog met een hoge stem. Ze hadden tegen onze jongen ‘Loemnamba’ gezegd en hij kwam bij mij vragen wat een Loemnamba is. Ik lachte en zei dat dat een beest uit JungleBook was. Dat geloofde hij, maar wat moest ie er dan mee?
Toen wij daar samen een beetje moeilijk over deden kwam er een Aziatisch prinsje tevoorschijn en die zei dat hij dat woord langzaam moest uitspreken. Maar het werd hem nog niet duidelijk. Ik echter, zag het wel. Die meisjes en mennekes kunnen geen R zeggen dus als je op het begin en op het einde een R zegt dan is het RoemNamber, dus Room number. En op die kaart stond dus het kamernummer 4022 en prinsje zei: “Forty Flour room 22”. Dit nummer vergeet ik nooit!
Jessus, we zaten op de veertigste (40STE) etage! Met een dolle lift gingen we naar boven en daar stond iemand die ons begeleide naar de kamer. Onze koffers stonden al binnen en een meisje ging ons voor, inderdaad met de card aan het ‘Loemnamba-pasje’. Ze toonde de badkamer en toen zei ze: “In case of emergency (nood) here is extra exit”. Toen opende ze de lamellen en daar was een enorm raam, maar ik zag geen klink of knop en dat hoefde ook niet. Zij wees namelijk op een ladder die in een kooi buiten langs de gevel hing.
Daarna heeft ze nog even met onze jongen gepraat, maar ik was aan het overgeven in de badkamer. Ik heb de hele nacht gedroomd van die noodtrap waar je dan langs 39 etages aan de buitenkant naar beneden moet!
‘s Morgens waren wij de allereersten die zich meldden voor het voortzetten van de reis.
Jan van As




















