
Nieuwe compositie van Max van Platen uit Ravenstein klinkt bij Residentie Orkest
Ravenstein 104 keer gelezenRAVENSTEIN - Voor componist Max van Platen (30) uit Ravenstein wordt 11 september een bijzondere dag. Dan klinkt in Amare in Den Haag zijn nieuwe compositie Opmaat tijdens de opening van het seizoen 2026-2027 van het Residentie Orkest. Het werk vormt een nieuwe mijlpaal in een samenwerking die begon met een compositie van slechts 1 minuut. (foto: Rob Pluijm Art)
Van Platen woont sinds zijn veertiende in Den Haag. Hij volgde er de Jong Talent-opleiding en ging daarna compositie studeren aan het Koninklijk Conservatorium. Via de One Minute Symphony kreeg hij als compositiestudent voor het eerst de gelegenheid voor een volledig symfonieorkest te schrijven. “Tot dan toe had ik geschreven voor solisten, duo’s, trio’s, kwartetten en kleine ensembles, maar nog nooit voor groot orkest. En dan voor het Residentie Orkest. Wat een kans!”
Voor die compositie liet Van Platen zich inspireren door De blauwe vlam van Constant Nieuwenhuis uit het Kunstmuseum Den Haag. De kleuren en dynamiek van het kunstwerk leidden tot Dans van de Ekster. “De beweging, de afbeelding en de twee opvallende kleuren gaven mij inspiratie om het geheel te vertalen naar een One Minute Symphony.”
Het horen van zijn muziek in symfonische bezetting maakte diepe indruk. “Je eigen compositie horen, die tot dan toe alleen in je hoofd en op de piano heeft geklonken, en dan ineens uitgevoerd wordt door een heel orkest met fantastische musici - dat is echt geweldig.” De samenwerking kreeg later een vervolg met Ode al vento, geschreven voor het koperkwintet van het Residentie Orkest en uitgevoerd tijdens Prinsjesdag.
Met Opmaat krijgt Van Platen nu ongeveer 10 minuten om zijn muzikale ideeën uit te werken. De titel verwijst bewust naar de plaats van het werk aan het begin van het nieuwe seizoen. “Het is het allereerste programma van het seizoen en ik beschouw dit stuk als een opmaat naar alles wat nog komen gaat.”
Voor de compositie onderzocht Van Platen hoe sterk verschillende muzikale fragmenten toch één geheel kunnen vormen. Daarbij koos de liefhebber van Stravinsky voor een andere benadering dan in eerder werk. “Hoewel de verschillende fragmenten sterk van elkaar verschillen in beweging en dynamiek, delen ze ritmische en harmonische kenmerken. Daardoor kan uit die verscheidenheid toch een gevoel van eenheid ontstaan.”




















