Afbeelding

Mister NEC Sije Visser, ‘the day after de Derby’: ‘We zijn soms te lief’

Grave 1.881 keer gelezen

Door Freddy Klooté

GRAVE/NIJMEGEN - Het is maandagmiddag. De dag na NEC-Vitesse. De derby, die met de jaren steeds meer beladen wordt. Soms heel ludiek, soms over alle grenzen van fatsoen heen. En dan gaat het niet om de wedstrijd zelf, maar om alle randverschijnselen met groepen mensen die zich supporter noemen, maar bezig zijn het mooie voetbalspel kapot te maken. Ik heb stadsgenoot Sije Visser te gast. De man die de erenaam ‘Mister NEC’ met trots mag dragen. Maar hij blijft de nuchtere Fries, die alles met een kennersoog en los van alle sentimenten kan beschouwen.

“Ik ben geboren in het Friese Menaldum, maar kwam al snel in Schiedam terecht. Daar werd ik lid van Hermes DVS, waar ik op mijn zeventiende mijn debuut in ‘t eerste maakte als linkerverdediger. In 1971 ging ik naar NEC. Tot 1986 heb ik daar mijn voetbalcarrière beleefd. Een schitterend team met razend enthousiast en trouw publiek. Bijna 600 wedstrijden heb ik voor ‘mijn cluppie’ mogen spelen. Toen ‘t voetbal erop zat werd ik bestuurslid technische zaken. Ben ook nog voorzitter van de scoutingcommissie geweest en later weer bestuurslid. Geen wonder dat NEC diep in mijn hart zit”. Daarnaast speelde hij in Jong Oranje, onder meer met Johnny Rep. “In 1978 zat ik in de selectie van het grote Oranje voor het WK in Argentinië. Ik zat bij de eerste 15, moest alle injecties voor Zuid-Amerika halen, maar tot mijn grote verbazing en verdriet zat ik niet bij de eindselectie. Ik snap dat tot de dag van vandaag nog steeds niet. Wat was ik daar graag bij geweest. Al had ik het hele toernooi op de tribune moeten zitten. Maar ja, het is zoals het is”.

Sije herinnert zich nog zijn eerste wedstrijden in de Kuip en het Olympisch stadion: “In de Kuip was ik nog aan de hand van mijn vader gaan kijken. Dat was prachtig, maar om als speler in de gang te wachten tot het luik naar boven gaat, is echt spannend. En dan het geluid van het publiek. 45000 supporters op de tribunes. Dat was spannend en tegelijkertijd heerlijk. Ook de wedstrijden tegen Ajax waren bijzonder. Daar speelden wereldspelers. Met wereldtrucs. Ik stond tegenover Piet Keizer. Op een bepaald moment keek hij even rond en gaf me daarna een hengst in mijn maag. Er waren nog geen camera’s die alles vastlegden. Piet stond met armen van onschuld in de lucht naar de scheids te kijken die me zag kreunen”.

Sije kan er wel om lachen. Ook hij groeide van de lieve speler van Hermes DVS naar de keiharde verdediger van NEC. De man ook met de perfecte sliding: “Die leerden we van trainer Wiel Coerver”.

Sije kwam als verdediger de wereldtop tegen: “Vergeet niet dat Nederland eind jaren ‘60 en de jaren ‘70 en ‘80 bij de grote voetballanden ter wereld hoorde. Twee WK-finales, Europees Kampioen, clubs die alle Europese competities wonnen. En die zag ik op het veld tegenover me. Gelukkig had ik bij Hermes DVS geleerd om niet zo lief te spelen als ik toen deed, dus ik wist behoorlijk van me af te bijten. Ook tijdens de wedstrijden tegen Vitesse. Weliswaar de Derby, maar lang niet zo beladen als nu. Dat begon toen Vitesse-voorzitter Aalbers NEC wilde “inlijven als satellietclub van Vitesse”, omdat hij vond dat er in Gelderland maar plaats was voor één profclub. Ik heb in al die jaren zo’n 14 keer de derby gespeeld. Als Vitesse in de Eerste Divisie speelde was die er natuurlijk niet. En in die veertien wedstrijden heb ik nooit verloren. De eerste wedstrijd die ik tegen Vitessen moest, zette trainer Hans Croon me op de bank. Ik snapte er niets van, maar het was gewoon zo. We verloren wel, en het bankzitten bleef tot die ene wedstrijd beperkt”.

Over de wedstrijd van gisteren: “De eerste helft speelde NEC redelijk. Er werden kansen gecreëerd, maar daar van werd er maar één benut. Het was een leuke helft om naar te kijken en te wachten op de 2-0. Na rust was het totaal anders. Proper stond naast de lange van Ginkel en die kon makkelijk scoren. Lange tijd was iedereen blijkbaar tevreden met een gelijkspel. Tot die vrije trap kort voor het einde en Bram Nuytinck zijn tegenstander gewoon liet koppen en we met 1-2 achter kwamen. Een plastic bekertje joeg iedereen de kleedkamers in. Maar de wedstrijd was toen eigenlijk al gespeeld. Dat er na terugkomst nog een alles of niets poging van NEC werd gedaan gaf Vitesse de ruimte om via Manhoef de 1-3 op het bord te zetten. Vitesse wint, niet met een beter elftal, maar wel met meer strijdlust. We zijn soms te lief. Gelukkig bleef het ook na afloop rustig. Komende zondag moeten we naar Heerenveen. Een ploeg waar we nogal eens punten haalden. Ook dat blijft dit seizoen mogelijk. Ik blijf positief”.

Afbeelding
Afbeelding
Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant