
Es un man mot, dan mottie! - Column Jan van As
Column 106 keer gelezenDeze week heb ik iets ervaren dat ik echt moet doorgeven aan mijn lezers. Ik heb erom moeten lachen en misschien jullie ook wel. En... het blijft alsmaar door mijn kop malen.
Al eerder vertelde ik iets over beklijvers of oorwurmen en daarmee bedoel ik stukjes van een liedje of ’n fraaie zin. Dus iets wat je gehoord hebt en dat daarna niet meer uit je kop gaat. Denk maar ’s aan Deo de Deo (Harry Belafonte -bananaboatsong), Akunamatata uit de Lion King. Maar ook de liedjes van Hazes blijven door je kop spoken tot je ’s avonds naast je bedje staat. Maar er zijn ook bepaalde uitspraken die zich worstelen in jouw geheugen. En daar heb ik nu al bijna een week ‘last’ van.
Ik ga er weer een tante bij halen, Tante Marie. Tante Marie had samen met Ome Kees een bakkerij in Nijmegen in een heerlijke volksbuurt. Tante Marie kwam uit Wijchen en dat is ook al een taaltje dat je overal herkent, maar Tante Marie vermengde dat met het plat Nijmeegs en dat deed mijn papa ooit verzuchten: “Marie van jullie Kees praat geheimtaal”. Tante Marie was een schat!
In Nijmegen was ooit een baas van een modewinkel en die ging met carnaval verkleed als ‘Trui de Swert van de lege mert’. Tegenwoordig zou dat travestie worden genoemd, maar toen was dat vooral lachen! Men zei dat die Trui het zuiverste Nijmeegs sprak. Zij had een beroemde zin: “Ik lig hier elke dag met de fiets tegen de hucht op te klungelen”. Dat betekende dat zij met heel veel inspanning de steile Grotestraat opfietste. Ik had vroeger Nijmeegse vrienden en vond het heerlijk om hen na te doen. (Wamojijnou?)
Van Tante Marie naar het bankje bij de Molen in Reek. Het is alsof ik daar de columns gewoon voor het oprapen heb, let maar ’s op. Tegenover dat bankje staat een klein gebouwtje met een aanbouwtje. Dat is een compacte auto–wasserette en in dat aanbouwtje zitten de machinerieën! Soms begint dat aanbouwtje ‘n enorme herrie te maken en dat heb ik uitgezocht. Dat gebulder is het droogblazen van de zojuist in bad gedane auto! Als ik daar op dat bankje zit als pauze in mijn twaalfkilometerwandeling en als het nog vroeg is, dan zie ik regelmatig mevrouw Nietdoen. Als ik haar tegenkom, ook al toen Zappatoo nog leefde, dan roept zij van afstand “Nee, niet doen”. Ik ben een dierenliefhebber en wil haar mooie dier best wel aaien, maar “Nee, niet doen”. Zappatoo wilde die knappe teef (het hondje) wel even ruiken, maar ook dat was “Nee niet doen”.
Als zij met haar hondje vlak voor de wasserette is, gaan de roldeuren omhoog en er komt geen auto uit, maar een meneer. Die meneer is in de situatie van de titel van deze column en rent vanuit de garage rechtstreeks naar een boom en met een schreeuw van opwinding begint hij te plassen tegen die boom. Die boom heeft echter maar een doorsnee van veertig centimeter en mevrouw Nietdoen kan dus het kraantje zien waar de golden shower uitkomt.
Ik blijf doodstil zitten en geneer mezelf een beetje voor haar. Het is een man van een jaar of zestig met ‘n hoedje op en hij woont gegarandeerd in de stad van NEC. Nu opletten, want de laatste woorden krijg je de komende weken niet meer uit je kop. Hij zegt: “Es un man mot, dan mottie” en nu komt het bewuste gedeelte dat al de hele week niet meer weggaat uit mijn kop en dat mevrouw Nietdoen die middag gaat vertellen tegen de dames van de brei- of kaartclub! “Ik kan ut slecht over mien kuute laten druupe, of wel dan frouke!”
Mevrouw Nietdoen doet en zegt niets!
Jan van As




















