
‘Mijn droom? Dat mijn familie ook veilig is’
Maashorst 1.339 keer gelezenMAASHORST - Jongeren staan te kletsen in de gang. In de Chill-out, de ontspanningsruimte, wordt getafeltennist. Ook staan er voetbaltafels, een kast met bordspellen en een paar bankstellen. Ergens klinkt gelach. Even lijkt het of je in een jongerencentrum bent. Maar nee, de jongeren wónen hier. Met elkaar, zonder ouders of andere familie. Op de opvanglocatie voor AMV’ers – alleenstaande minderjarige vreemdelingen – in Geldrop wonen 40 jongens en 21 meiden. Zoals Roza, die na een lange vlucht vastberaden werkt aan haar toekomst.
Roza (17) praat met zoveel energie en in vloeiend Nederlands, dat je bijna zou vergeten dat ze hier nog maar zo kort is. Het lukte haar 2 jaar geleden uit de onveilige situatie in Syrië te vluchten naar Nederland. 15 jaar was ze toen. En helemaal alleen. Maar niet zonder dromen. “Ik wil dokter worden en ik doe erg mijn best om die droom waar te maken.”
Les op het Jan van Brabant College
Elke ochtend, 5 dagen in de week, fietst Roza naar school in Helmond. Op het Jan van Brabant College zit ze samen met andere niet-Nederlandstalige jongeren – van vluchtelingen tot kinderen van expats – in de internationale schakelklas. Ze zit al in de derde. Roza: “Na mijn taallessen werd ik samen met 5 anderen getoetst of ik slim genoeg was om naar een hogere klas te gaan. Ik mocht gelukkig al heel snel door.”
Ze is trots dat ze het gehaald heeft, maar opscheppen doet Roza niet. Liever vertelt ze over haar klasgenoten, jongeren uit allerlei culturen met wie ze fijn samenwerkt, en over de docenten die haar helpen. Waarom ze dokter wil worden? “Mijn moeder is verpleegkundige in Syrië. Ik zag hoe zij mensen hielp en hoe waardevol dat is. Daarnaast ben ik erg geïnteresseerd in het menselijk lichaam. Ik wil alles leren over hoe dat werkt en over ziektes. Zodat ik ook mensen kan helpen, net als mijn moeder.” Dan valt ze even stil. “Ik mis mijn familie”, zegt ze zacht.
Tosti’s
Roza’s vader, moeder, broertje en 2 zusjes wonen nog in Syrië. “We bellen vaak, via beeldbellen. Dat is fijn, maar het blijft moeilijk.” Haar gezicht licht op als ze over haar vader praat. “Hij maakt altijd grapjes. Over tosti’s bijvoorbeeld. Hier in Nederland heb ik de tosti ontdekt en die eet ik echt heel vaak. Dat vindt mijn vader erg grappig.” Ze lacht, dan is ze even stil. “Mijn droom is dat ik samen met mijn familie op een veilige plek kan wonen.”
Haar eigen plek op dit moment, hoe ziet die eruit? “Alle jongens wonen boven, de meiden beneden. Ik deel een kamer met een meisje uit Somalië. Onze kamer heeft 2 bedden, 2 kasten, een tafel en een koelkastje. We krijgen een klein budget om zelf boodschappen te doen en te koken, er zijn enkele keukens. Haha, ja daar is het best druk rond etenstijd en dan ruik je allerlei geuren door elkaar.”
Elke dag zelf koken
“Ik kook meestal voor mezelf. Mijn kamergenote en ik zijn heel verschillende gerechten gewend. Maar soms nodigen we elkaar uit om te proeven en eten we samen. Eerder deelde ik mijn kamer met 2 meiden uit Jemen. Wij aten ongeveer hetzelfde, dus dan kookte ik voor ons en aten we elke dag gezellig met ons drieën.”
Goede vriendinnen
Roza’s voormalige kamergenoten wonen niet meer in Geldrop. Ze werden 18 en dus meerderjarig, waardoor ze overgeplaatst zijn naar een reguliere opvanglocatie voor asielzoekers ergens anders in Nederland. “Echt jammer vind ik dat, want we zijn echt goede vriendinnen geworden. Gelukkig zie ik ze soms nog wel. Dan pak ik de bus naar Eindhoven, waar zij dan ook naartoe komen.”
Bijna 18
Roza zelf wordt ook bijna 18. Dat vindt ze heel spannend. “Want ik weet niet waar ik dan terechtkom, dat hoor je pas vlak van tevoren. Het kan hier in de buurt zijn, maar ook aan de andere kant van Nederland. En dan moet ik helemaal opnieuw beginnen. Nieuwe mensen, nieuwe plek, nieuwe school. Of misschien helemaal geen school meer. Want ik weet nog steeds niet of ik mag blijven.”
Op de dag dat Roza 18 wordt, is ze volgens de wet niet meer leerplichtig en krijgt ze niet meer automatisch hulp om verder te studeren. Ook de begeleiding door Jetske, haar jeugdbeschermer vanuit het Nidos, stopt dan. Jetske: “Nidos is de officiële voogd voor AMV’ers. Ik help Roza met juridische en allerlei praktische zaken. En ja, dat valt straks weg, net als de begeleiding die het COA speciaal voor deze jongeren biedt.”
Diepgaande gesprekken én nieuwe woorden
Roza: “Ik heb echt veel aan Jetske. Als ik ergens over wil praten of hulp nodig heb, kan ik altijd bij haar terecht. We hebben diepgaande gesprekken. Ik ga haar missen. En Sonja, die ga ik ook missen.” Sonja is vrijwilliger op de AMV-locatie in Geldrop. Roza: “Ze liep op een dag de Chill-out binnen en zo leerde ik haar kennen. We tafeltennisten samen en inmiddels spreken we geregeld af. Om te kletsen, een spelletje te doen of ergens heen te gaan, zoals laatst naar het kasteel in Geldrop. En ik leer veel van haar, zoals nieuwe woorden en dingen over Nederland.”
Sonja lacht. “Ja, Roza is superleergierig en nieuwsgierig. Ze wil altijd weten wat iets betekent. Laatst nog, toen vroeg ze: Wat betekent het woord polarisatie? En roetveegpiet?” Jetske vult aan: “Roza wil alles weten over ons politieke systeem en wat er allemaal speelt. Ze is slim en een sterke jonge vrouw. Ik ben echt trots op haar, op hoe gemotiveerd ze blijft, ondanks alle onzekerheid. Hoe het ook gaat lopen, zij komt er wel. Ik heb er vertrouwen in.”




















