
Plaspillen & Sinasprillekes - Column Jan van As
ColumnEr kwam een witte envelop in onze bus met zo’n zegel met het wapen van Nederland erop. Ik schrik daar altijd van, want als die van het Ministerie van Justitie is, dan moet je betalen. En meestal is dat ook nog voor iets wat je niet opzettelijk gedaan hebt. Een bekeuring dus. Na lange tijd niet bestraft te zijn geweest, was het dit jaar reeds twee keer raak. De ene was voor 62 rijden, waar je toen tijdelijk maar 50 mocht en de andere scoorde ik bij het zelfdenkende verkeerslicht bij de Industrielaan in Uden. En daarvoor heb ik een tip: als je rechtsaf naar Zeeland wilt en je staat voor het eerste licht te wachten dan moet je opletten, want minder dan 100 meter verder wordt het volgende licht dan geel en meteen ook weer rood. Ik weet niet of je dan automatisch bekeurd wordt of dat er ‘n veldwachter in de struiken staat, maar je bent dan wel de sjaak. Maar nogmaals, in beide gevallen was ik niet bewust van het feit dat ik iets fout deed en dat is bij de meeste mensen zo. Weinig mensen rijden expres te hard of jagen met opzet door een rood licht.
Maar het was een envelop van het Ministerie van Volksgezondheid en Milieu. Het was een oproep voor de coronaprik! En hier is wederom een tip. In mijn brief stond dat ik in Berghem op een onmogelijk tijdstip moest gaan prikken. Zij hadden die afspraak alvast gemaakt, maar het kwam mij niet goed uit. Er stond vermeld dat ik de afspraak met mijn DigiD kon verzetten (pfff), maar je mocht ook bellen. Ik vond het nummer en zodra ik het had ingetoetst nam aan de andere kant Sylvia op en regelde met vriendelijke stem dat ik de volgende dag naar Veghel kon op een prima tijdstip. Geen telefoonwachtrij, geen geklooi met je DigiD, maar alleen het Burger Service Nummer voorlezen en klaar was Sylvia!
Dus op naar Veghel. Vorige keer hadden ze vanaf de autoweg al borden staan en door die te volgen kwam je toen uit bij een enorme hal van de Jumbo. Maar schijnbaar is Frits daar ook al gecanceld en we reden die afslag voorbij. Een eindje verder stond een klein menneke met een veel te grote gele jas en ‘n veel te grote Jumbo-pet. Het was een Aziatische meneer die niet zo groot was, maar wel op leeftijd. Hij gebaarde dat ik mijn raampje moest opendraaien. Ik riep uit mijn auto dat ik kwam om te prikken. Let op, toen vroeg hij met een Aziatisch accent voor welke prik ik kwam(!) en deze jongen voelde het in zich opkomen om te zeggen ‘Colonaplik’. Maar dat heb ik niet gezegd, want dat doe je niet, dat noemen ze framen en dat mag niet.
Het viel me op dat hij niet de enige medewerker op leeftijd was. Op het parkeerterrein en bij de ingang maar ook binnen werkten alleen maar senioren, waarschijnlijk vrijwilligers want die kosten niks. Het was een soort van een paviljoen waar we heen verwezen werden, er stond een deur open en daarvoor stond een rij mensen. Direct als je binnenkwam moest je jouw formulieren afgeven en vervolgens plaatsnemen in een stoel (en steeds eentje opschuiven), omdat je ook nog langs de dokter moest die wilde weten wat voor medicijnen je gebruikt. Ik keek rond en besefte dat hier de generatie landgenoten zat die ons land met Herrijzend Nederland hebben opgebouwd en uit dank daarvoor nu worden uitgescholden met het misselijke woord ‘boomers’, wat nog niet eens een Nederlands woord is. Het is afgeleid van ‘Babyboom’, dus de mensen die verwekt zijn toen Nederland de toekomst weer vertrouwde.
Vlak achter mij kwam een lieve dame die ‘n mooie luide donkere stem had en… een beetje doof was, waardoor de stem luid door de ruimte klonk. De aardige mevrouw van de receptie vroeg of ze haar vragenformulier had ingevuld, maar dat had ze niet. Maar met vereende krachten werd dat alsnog geregeld. Er staat ook een vraag over medicijngebruik bij en daarop antwoordde de dame dat ze alleen maar sinasprillekes had voor de bloeddruk en uiteraard ook plaspillen. Maar toen zij die woorden zei, was het net even stil in de ruimte en iedereen hoorde dat en ik zag tientallen mensen even lachen.
Mevrouw mocht direct door naar de dokter en hoefde niet aan de stoelendans deel te nemen. Toen ze bij de dokter aankwam werd het afwachtend stil in de ruimte en ze zei: “Tistochwa, ik had mijn formulier vergeten, maar gelukkig weet ik wel wat ik slik: van die kleine sinasprillekes vur den bloeddruk en plaspillen, mar als ik hier zo ‘ns rondkijk schat ik dat de miste die hebbe!”
Jan van As




















