Afbeelding

Beatpaleis - Column Jan van As

Column 1.348 keer gelezen

Als ik vroeger ontwaakte in mijn bedje, dat stond aan de Mr. van Coothstraat in Druten, en als het dan ook nog licht was buiten, dan was het eerste wat ik zag mijn rood-groen-geel Tomadorekje en voorop stond een schetsboek. Vroeger hadden we allemaal een schetsboek, voor de aankomende kunstenaars onder ons was het een soort van oefenschrift waar de officiële tekening geoefend werd. Ik had een neefje en die kon hetzelfde als Frans Genen, de man die bij Kobus schilderijen maakte van tientallen platenhoezen. (Die hangen nu keurig bij ons.)

Dat neefje van ons was gespecialiseerd in het natekenen van stripfiguren met een voorkeur voor het werk van Willy Vandersteen, de tekenaar en bedenker van Suske en Wiske. Op de voorkant van het schetsboek had mijn neefje Jerommeke nagetekend. Jerommeke had in iedere hand een boef (Snoeffel en Gaffel) en die spartelden van angst voor Jerommeke. Wij kenden Suske en Wiske uit de krant (Gelderlander) en als de financiële situatie in huize ‘El condor pasa’ het toeliet, dan kwam er ooit ook wel ‘s een album van Suske & Wiske uit de zak van Sinterklaas.

Deze inleiding heb ik nodig omdat ik enkele weken geleden hoorde dat Miet van Cor Albers is overleden; Miet Albers-van Boekel. Miet was ’n lieve vrouw en ze was getrouwd met Cor Albers. Samen met Miet bestierde Cor lange tijd het Beatpaleis in Schaijk (De Raaf) en ik wil de lezer vertellen over mijn eigen avonturen in het Beatpaleis, waar ik als broekie carrière probeerde te maken. Ik draaide wel ’s een plaatje, maar wilde een brommer en op den duur een auto, en het credo bij ons thuis was ‘Dan zuldem toch wel zelf moeten verdiene!’ Dat Beatpaleis was een enorm succes en de man die daar de bandjes en andere artiesten boekte, was Leo Lucassen uit Nijmegen, en voor hem deed ik al enkele karweitjes zoals contracten typen en afrekenen……
Het Beatpaleis had geen garderobe en regelmatig was er bonje omdat er weer een jas kwijt was. Ik leerde Corrie uit Berghem kennen en wij zagen handel! Wij boden Cor aan om voor hem een garderobe op te zetten. Dat vond ‘ie een goed idee, want dan had hij er geen gedoe mee en het risico was dan ook voor ons, dus waren wij enorm gemotiveerd. Ook de garderobe werd een knalsucces. Een jas ophangen kostte een kwartje, maar met duizend kwartjes verdienden Corrie en ik meer dan de beste ober. Die obers hadden toen nog witte jasjes aan en brillantine in hun haar! Toen het zomer werd en het aanbod van jassen afnam besloot Cor om de garderobe in eigen beheer te doen, dat was zijn goed recht, en ik zocht mijn heil nog meer bij Lukassen en zijn artiesten.

Tijdens onze garderobeloopbaan waren wij getuige van een gebeurtenis die ik nooit zal vergeten. Het was op een zondag en het was, zoals altijd, bomvol. Om een goed beeld te geven, beschrijf ik eerst de omgeving. Je had het café en dan een tussenruimte waar onze garderobe was en dan een gang waar ook de grote in- en uitgang was. Geheel volgens de wet gingen die deuren naar buiten open, zodat je bij brand rechtdoor naar buiten kunt. Ook in die hal stonden mensen en als Cor langs kwam dan riep ie dat ze links of rechts moesten gaan, maar niet bij de deur blijven staan. Gezien de afmetingen van Cor en zijn gezichtsuitdrukking waaraan je kon zien “Ik ben de baas’, luisterden al die mensen keurig. Ik heb van Cor geleerd dat je meer kunt oplossen met praten dan met meppen.
Opeens werd er gevochten. Vlak bij de doorgang naar de zaal en vlak bij de buitendeur. Ik herkende Paul uit Tiel. Hij had een man uit Oss in een of andere greep, maar de Ossenaar hem ook. Er was dus een impasse en ze knepen elkaar maar er gebeurde niks. Opeens hoorde ik Cor roepen: “Loslaten! En naar buiten!” Dat waren ze beiden niet van plan! En toen zagen Corrie en ik, en nog honderd mensen iets wat we nooit meer zullen vergeten: Cor riep tegen de ober met de brillantine met de witte jas dat ie de deur moest openmaken. Cor haalde diep adem en greep de twee vechtersbazen bij de kladden, op een onvergetelijk moment stond daar JEROMMEKE!!  Paul in de ene hand en de Ossenaar in de andere hand en met een slinger gooide hij ze op de buitenstoep! Ik weet niet meer of hij erbij brulde, maar ik denk het wel. En met recht konden we allemaal bewonderend zeggen: ‘Wat ’n baas!’

Jan van As

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant