
Alouette - Column Theo van Duren
Nieuws 4.853 keer gelezenOnze kleindochter van vijf maanden weigert om Nederlandse kinderliedjes mee te zingen. Ik heb u vorige week uitgelegd dat het waarschijnlijk ligt aan de politiek incorrecte teksten van die liedjes.
Een vriend van me die ik het probleem voorlegde, opperde dat ze misschien niet kan zingen. Gelukkig zei hij het niet in het bijzijn van mijn vrouw want dan is het oorlog. Ik ben het overigens ook niet met hem eens. Het kind heeft een fantastische stem. Als ze zich er een beetje op toe legt, kan ze gemakkelijk een glas laten springen. Ik houd het er op dat het aan de foute teksten ligt. Gelukkig heeft kleindochter ook Frans bloed. En omdat het maatschappelijk debat in Frankrijk grotendeels aan haar voorbij gaat, hoopten we vurig dat ze de Franse kinderliedjes wel met ons mee wilde zingen. We hebben het deze week geprobeerd met het vrolijke lied ‘Alouette, gentille Alouette’. Maar helaas, ze wil niet. En wederom ligt het aan de tekst. Telkens als we op het einde van een couplet met ‘Ah há há há…’ weer aan het refrein beginnen met ‘Alouette’ veert ze enthousiast op en maakt aanstalten om net zo blij als wij uit volle borst mee te zingen. Maar op het moment dat we denken: ‘nou slaat ze aan’, haakt ze af. En dat is elke keer bij ‘je te plumerai’. Daar wringt blijkbaar de schoen. Ik ken het lied al bijna mijn hele leven en ik spreek ook al heel erg lang een aardig woordje Frans, maar ik heb me nooit afgevraagd waar het liedje nou eigenlijk precies over gaat. Vanaf het begin heb ik altijd vaag het idee gehad dat Alouette een meisje was en dat met ‘je te plumerai la tete’ iets liefs bedoeld werd. Dat ze een veer in haar haren krijgt gestoken of zoiets. Maar wat bleek toen ik mijn vrouw vroeg naar de exacte vertaling? Een Alouette is een leeuwerik en ‘plumer’ is plukken! Het liedje gaat dus over een onschuldig zangvogeltje dat couplet na couplet steeds verder wordt kaal geplukt. En telkens nadat het weer iets kaler is, komt het refrein waarin we het vogeltje vrolijk toezingen dat het zo lief en aardig is. Veel wreder kan het eigenlijk niet en het is dan ook volkomen begrijpelijk dat kleindochter weigert ook maar één noot mee te zingen. Daarom gaven we het nog niet op en zijn op zoek gegaan naar een lied dat gegarandeerd van alle smetten vrij is. Mijn vrouw kwam, na veel liedjes te hebben verworpen, uit op ‘Sur le pont d’Avignon’. Ook volgens mij kon er met dit lied onmogelijk iets mis zijn, want ik heb het geleerd in de zesde klas van meester Brink. Niet in het klaslokaal, maar in de aula waar de piano stond. Met zachte stem zong hij telkens een regel voor en legde ons uit wat die raadselachtige woorden betekenden: dat er gedanst wordt op de brug van Avignon door dames en heren en dat ze zeer hoffelijk met elkaar omgaan. Meester Brink kennende, durf ik er mijn hand voor in het vuur te steken dat er niet gerotzooid werd op of onder die brug maar alleen gedanst. Het kan natuurlijk best zijn dat die keurige heren zich na afloop in grote haast begaven naar een louche etablissement in de binnenstad van Avignon om zich daar te vergrijpen aan gekleurde koloniale meisjes met een slavernijverleden, maar daar mag je een hoofd van de lagere school in Reek niet op aanspreken. Zo gauw die gasten van de brug af zijn, houdt zijn verantwoordelijkheid op, vind ik.
Nu maar hopen dat kleindochter er ook zo over denkt want komende woensdag gaan we aan de slag met ‘Sur le pont d’Avignon’. Ze is voor een kwart Française, dus als alles klopt zingt ze het precies voor een kwart mee.




















