
Colportage - Column Jan van As
ColumnColportage is het ongevraagd aanbieden van artikelen, diensten of gunsten aan de deur. Het aanbieden van artikelen en diensten is sterk afgenomen door internet. Vroeger kwamen ze met van alles aan de deur. Mannen met stofzuigers en handige MOB-schrobbers (met zo’n uitwringemmer ‘made in China’), maar ook de scharenslijper en de mevrouw met stiftjes die je op je brillenglazen moest smeren zodat ze niet besloegen. En ook de bakker, groenteboer en visboer belden overal aan of liepen met een bel en riepen leuzen. Bij ons was een visboer die keihard liep te roepen: “Ze leven nog! Akkibakkiebakkie!”
Er lopen ook nog wel ‘s verenigingen met loten te leuren en die kun je dan niet gewoon betalen met euro’s, daarvoor moet je een QR-code inscannen… Zo gauw ze die QR-code tevoorschijn halen, is bij mij de zin voor gezellig meedoen al over! En ik denk dat veel oudere mensen ook afhaken. Je voelt je een opa of oma tegenover de aanbieders van bijvoorbeeld de Grote Clubactie die voor hun eigen veiligheid geen contant geld mogen aannemen en veel meer over die QR-code weten dan jij. Heel begrijpelijk, maar ook heel ingewikkeld. Maar de enige constante plaaggeest zijn de goede doelen die je op hun tabletje willen hebben. Ik bedoel de jonge mensen, meestal studenten, die voor een bepaald percentage klanten/leden/sponsors gaan werven voor bijvoorbeeld Het Rode Kruis, Greenpeace of Kinderdorpen.
Wij hebben een voordeur met zijruiten, waardoor ik kan zien wie er op stoep staat en aangebeld heeft, maar zij zien mij dus ook. En ik had net boter in de pan gedaan om piepers te bakken. De eerste irritatie is dan dat zij voor een doel komen waar ik al honderd jaar automatisch via de bank geld aan overmaak. Waarom hebben zij geen lijst waar ze kunnen zien dat ze niet bij Jan moeten aanbellen, want hij heeft al een mooi kapitaaltje bij elkaar gesponsord. Als je zegt dat je al heel lang sponsor bent, dan vragen ze of je de maandelijkse bijdrage wilt verhogen, want het gaat dus ook om hun provisie. Ook is het irritant dat goede doelen blijven bellen en vragen of jij jouw vaste bijdrage wil verhogen.
Bij ons gebeurde dat met bijvoorbeeld Greenpeace, waar ik al vanaf mijn zestiende verjaardag bij ben, maar stichting Vluchteling en Artsen zonder Grenzen blijven ook bellen. Het beste kun je dan in het ‘bel me niet-register’ gaan staan. De meisjes die deze week bij ons aanbelden stonden in de stromende regen en beschermden zich met een regenboogparaplu. Twee erg leuke dames met een goeie babbel en smekende ogen… Ze waren op pad gestuurd door het heilige Rode Kruis! Normaal zou ik mijn portemonnee halen en een tientje geven, maar nee, “No cash, meneer”. Ze haalden een kleine iPad tevoorschijn en begonnen te vragen. Mijn banknummer, adres, geboortedatum (”Oh meneer, u lijkt veel jonger”) en ik ging dus niet zomaar een keer een tientje geven, maar elke maand een bijdrage ter hoogte van tien eurootjes!
Terwijl ik bezig was om honderdentwintig euro’s per jaar te schenken, moest ik denken aan Odido en dat wij allemaal zo gul omgaan met onze gegevens, want daar gaat het over bij Odido. Die criminelen hebben alle gegevens die mensen ooit aan de voordeur verstrekt hebben aan studentjes, terwijl in de keuken een pan met boter op het vuur staat, dus maar gauw tekenen en weg. En ik besloot spontaan om de hele transactie af te breken en zei tegen die lieverds dat ik het niet doe, want ik vind dat ik genoeg doe voor de medemens. Gedesillusioneerd sloot het ene meisje haar iPadje en het andere meiske vouwde de regenboogparaplu weer open om vervolgens weer de stromende regen te weerstaan en bij drie deuren verder aan te bellen. Waarom niet gewoon bij de buurman?
Toen ik in de keuken kwam kon ik geen hand meer voor ogen zien door de zware rook, veroorzaakt door de verbrande boter. Tis nog steeds wennen aan de snelle elektrische kooktechniek!
Jan van As




















