
Concert in Prima forma - Column Jan van As
ColumnOf de bovenstaande titel taalkundig klopt, weet ik niet, maar ik vond het een prima kwalificatie van wat wij mochten beleven in het Muziekgebouw in Eindhoven. We hebben het over een concert van wereldster Rufus Wainwright met het Filharmonisch orkest met onze eigen Carice van Houten en een beroemde operazangeres Danielle de Niese die allemaal keihard zingen bij dat orkest van ’n kleine honderd man/vrouw.
Ik heb al vaker gezegd dat als je met mij meegaat, je altijd op tijd komt, want ik haat stress en dat krijg je als je te laat komt. Bovendien mag je tegenwoordig niet meer binnen als de voorstelling begonnen is en dat zal je toch overkomen... Maandenlang verlang je naar het optreden van je favoriete artiest en dan sta je letterlijk voor een gesloten deur.
Dus zaten wij een uur van tevoren al helemaal klaar op de bank van de foyer van het prachtige muziekgebouw. En wij waren er niet alleen, alle banken waren bezet en de bar draaide op volle toeren.
Mijn gezelschap moest even iets belangrijkers gaan doen en ik zat alleen op de bank met zes echtparen van middelbare leeftijd. De plaats naast mij was dus vrij en moest door mij bewaakt worden. Naast mij aan de andere kant was een ruimte van een halve meter, omdat ik een eindje van het einde van de bank zat. Opeens stond er een jongeman voor mij, wees naar de plek van mijn gezelschap die nog niet terug was en vroeg: “Is this one free?” Ik zei dat ik die plek bewaarde voor een “Friend”, maar links van mij op die 50 centimeter zou hij wel passen. Vriendelijk nestelde hij zich naast mij en… hij was geen Engelsman maar een Duitser. Dat is een taal die ik nog steeds beheers omdat ik ooit verkering had met een Duitse dame, Ilse, ik bij meneer Andriessen vroeger goed heb opgelet en omdat ik regelmatig bel met Rudolf uit Berlijn. Weet je hoe moeilijk bellen met een Duitser is?
Hij bleek heel veel te weten van Rufus die wij straks zouden gaan zien. Hij was speciaal internationaal gegaan om in Eindhoven zijn held te zien. Ik weet niet meer uit welke stad hij kwam, maar hij had vier uren getreind, had in Eindhoven geslapen en zou morgen ook weer vroeg naar huis gaan. Dat zijn de echte fans, wij hadden slechts 30 kilometers gepeugeot…
Toen het gesprek even stilviel, iets wat bij mij niet vaak gebeurt, keek ik even rond in de foyer. En toen zag ik het weer. Bijna iedereen, of misschien wel helemaal iedereen, zat op haar/zijn telefoon. Al die mensen van elke leeftijd zaten op hun mobiel te staren en zeiden helemaal niks. Niks tegen de partner, niks tegen de buurman, helemaal niks. Alleen maar staren op dat scherm. Ik vraag me dan altijd af wat ze dan kijken. Bij een overbuurvrouw zag ik het. Zij scrolde door foto’s van een baby, vast een kleinkind! Maar wat zou de rest dan kijken? De weg naar huis, de vertrektijd van de trein, spelletjes, nieuwsberichten, weerberichten of gewoon porno? Het moet wel heel erg belangrijk zijn als je jezelf daarvoor helemaal isoleert van de rest van de honderden mensen.
Sinds mijn mobiel afging in de bioscoop in Den Bosch bij een serieuze film over Leonard Cohen, laat ik mijn telefoon mooi in mijn jas of thuis. Wist je dat als je je telefoon op vliegtuigje zet dat ie dan niet de wekker uitschakelt, en die had ik op de tijd voor mijn medicijnen ingesteld. Bovendien was mijn ringtone een luid blaffende hond...
Mijn gezelschap kwam terug van zijn wat hij doen moest en pakte gelijk zijn telefoon en ging zwijgend langs mij zitten. Aan de andere kant zat mijn nieuwste kennis op de 50 centimeter naast mij inmiddels ook op zijn Deutsche Mobiltelefon!
Hij had een kaartje voor het balkon, wij uiteraard zeven meter van Rufus. Na afloop kwam hij van de trap en ik hoorde hem “Hallo” roepen. Hij had genoten en vooral van het tweede gedeelte (daar zaten de hits) en toen zei hij het: “Es war ein concert in Prima forma!” Ik moest richting de linkertrap en mijn vriendje op de 50 centimeter verdween in de massa die naar de rechtertrap ging richting Heimat!
Jan van As




















