
Beloofde Land - Column Jan van As
Column 1.079 keer gelezenSoms heb je een tip nodig om je gedachten te activeren. Meestal krijg ik tips over verhalen uit mijn jeugd op de gewijde grond in het ‘Haagje van Maas & Waal’ waar ik nou eenmaal zeer regelmatig moet zijn, de laatste tijd vooral om de Rogiaplantjes te begieten. Rogia is een vetplantje dat het water kan opslaan en dus makkelijk 14 dagen zonder kan. In de volle bloei vormen de in de rij geplaatste plantjes een soort van rode vloerbedekking. Zeer geschikt dus voor het kerkhof.
Op weg van daar naar de Aldi hoorde ik mijn naam genoemd worden door een zeer zware stem, zoals PJ Proby die ook heeft (’Today I killed a man’, PJ is 79 lentes en zingt nog steeds). Ik wist meteen wie het was, want ik zag ‘m de laatste jaren vaker en hij heet Ab. In onze schooltijd was dat Appie.
Hij had ook met zoete herinneringen de vlaggenstokken met de schooltassen gezien en ik heb met hem in de examenklas van de MULO gezeten. Hij wist ook niet zeker of het nou MULO of ULO was, dus heb ik thuis het diploma opgezocht en Appie en ik zaten op MULO A. Daarna volgde dan bij de ene de HBS en bij de andere de HTS. En of wij toen ook de vlag met tassen buiten hingen, kan ik me echt niet herinneren. Ik kon hem wel vertellen dat wij niet op een telefoontje hoefden te wachten. Wij moesten gewoon met de bus naar Nijmegen naar gebouw Unitas aan de Hertogstraat en op het einde van de dag wisten we het en dan belden we naar huis om het mama te vertellen. In dIe tijd hadden sommige klasgenoten thuis nog geen telefoon en dan zat hun moeder bij de buren te wachten op het telefoontje van jou, dat wel.
Wat ik ook nog wist was dat twee broertjes van wie we niet weten of het tweelingen waren, maar dat moest wel als ze in dezelfde klas zaten, en dat die broertjes zomaar onze klas verlieten om een reden waar wij niks van begrepen. Want op een moment dat wij nog niet dachten aan militaire dienst en de bijbehorende en veel besproken keuring, gingen zij nu al in militaire dienst. En niet zomaar in Nijmegen of Roosendaal, nee, zij gingen in militaire dienst in Israël. Dat klonk heel erg stoer, maar riep bij ons al achterblijvers wel vragen op.
Wij konden ons niet herinneren of we het ooit aan die jongens gevraagd hebben. Zij waren vlotte jonge mannen en hadden ook behoorlijk chance bij de jonge dames. Ab wist nog dat zij ver moesten fietsen en dat bij hun fietsgroep de mooiste meid van de school zat. Toen we tegelijk haar naam noemden kwamen ook de volledige namen van de jongens boven, maar in deze column noemen we geen namen.
Onze populaire geschiedenisleraar hoorde van onze vragen en toen de jongens niet meer op school waren, legde hij uit dat ze waarschijnlijk de Israëlische nationaliteit hadden en dus opgeroepen werden. Hij zei er nadrukkelijk bij dat Joden niet allemaal Israëliërs zijn en niet alle Israëliërs Joden zijn. Wij kenden Israëliërs alleen maar van de Vierdaagse, daar liepen mooie vrouwen met witte blouses en een geinig hoedje op waar een zo’n ster op stond. Wij moesten luid applaudisseren als ze langs liepen, want zij waren het volk uit het beloofde land waar Jezus ooit leefde en z’n apostelen en Jozef en Maria die we kenden van de kerststal.
Onze leraar legde uit dat ooit een Engelse minister bepaald heeft dat alle Joden recht hebben op het ‘Beloofde Land’ waar zij na al hun ontberingen in de oorlog welkom waren. Hij vergat ze echter te vertellen dat daar al mensen woonden en deze Palestijnen hadden het goed naar hun zin. Maar hun land werd gewoon ingenomen door mensen die ze helemaal niet kenden en ze lieten zich niet wegjagen, dus kwam er ruzie! En de Palestijnse kwestie was geboren. Hij voorspelde dat als wij allemaal opa en oma zijn en hij al lang tot stof was teruggekeerd, deze kwestie nog steeds zou spelen. Ik zei toen dat onze leraar vlakbij mijn ouders ligt begraven en dus gingen we even op bezoek bij ‘m. Toen zagen we ook zijn voornaam en Ab bromde met zware stem: “Gerrit, ge hat gelijk kel!”
Jan van As




















