Afbeelding

Open Monumenten Weekend Grave op 9 en 10 september: De Hoofdwagt

Grave 759 keer gelezen

GRAVE - In aanloop naar het Open Monumenten Weekend op 9 en 10 september in Grave publiceert het Open-monumentencomité een serie artikelen over Graafse monumenten en hoe die de afgelopen 100-200 jaar een andere functie en een ander aanzien kregen. Dit keer over de Hoofdwagt.

Uniek is de Hoofdwacht of Hoofdwagt niet. Vanaf de middeleeuwen hebben veel steden hun Hoofdwacht: een centrale post van waaruit schutterijen of andere veiligheidsdiensten hun wachtrondes konden maken. Misschien niet uniek maar wel bijzonder. De Hoofdwagt in Grave is gebouwd op de fundamenten van het doodgravershuis. Het staat op grond die destijds onderdeel van het kerkhof rond de Elisabethkerk was. We weten dit uit de archieven waarin het originele, handgeschreven bouwbestek is teruggevonden.

De Elisabethkerk en het Stadhuis op de Markt waren van meet af aan gebouwen die gezag uit moesten stralen. De stad en haar omgeving werden van hieruit bestierd. De Hoofdwagt is van wat nederiger komaf: een Vleijshal of vleeshuis. In de veertiende en vijftiende eeuw werd het vlees verhandeld in het stadhuis maar aan het einde van de zeventiende eeuw, in 1699, kregen de slagers hun eigen pand. Het pand dat nu de Hoofdwagt is.

Een “eigen pand”, dat was niet zomaar wat. Rondom de kerk lag het kerkhof en zelfs de graven van het kerkhof moesten er deels voor wijken. Maar daar stond dan ook wel wat tegenover: huurpenningen. En daar had het stadsbestuur buiten de waard gerekend. De slagers waren slechte betalers! Voor het stadsbestuur was dit reden om, nog geen 30 jaar nadat de slagers er hun intrek hadden genomen, de huur weer op te zeggen.

Toen de slagers vertrokken en de Vleeshal leegkwam werd het gebouw, veel lager dan nu, betrokken door het militair gezag. De Staten Generaal kocht het pand en vestigde er een commandopost van het militair gezag. Rond de Markt werd vanaf nu recht gesproken voor de kerkelijke zaken in de Elisabethkerk, voor de burgerlijke en de strafzaken in het Stadhuis en voor de militaire zaken in de Hoofdwagt.
In de 19e eeuw kreeg het pand, tussen de zolder en de begane grond, een eerste verdieping en een balkon. Geen eenvoudig klusje want ook toen wist men van recycling. Alle spanten en binten van het oude dak kregen een code. Hiermee kon precies het oude dak, iedere spant en ieder bint, terug worden geplaatst op de plek waar die zat toen er nog geen eerste verdieping was.

Alsof het zo moest zijn, toen de militaire commandopost het pand verliet, kreeg de Hoofdwagt in zekere zin de functie terug van weleer. Het pand werd in 1893 verkocht aan de familie Degeman, die er een runder– en varkensslachterij annex vleesrokerij begon. Tot het begin van de eenentwintigste eeuw bleef dit zo. Het pand raakte in verval en werd door architect Van de Weem gerestaureerd. De huidige bestemming is woonhuis en kapper.

Jeroen van der Eerden
Open Monumentenweekend Grave

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant