Afbeelding

Herfst - Column Freddy Klooté

Column 515 keer gelezen

“Zo, Nel, we hebben nog net een leuke vakantie in de zon geboekt, want hier begint het schijtweer weer”, sprak de spichtige vrouw in de supermarkt. Nel bleek niet onder de indruk: “Nou buuf, ik wist niet dat je zo’n zonaanbidder was. Je hebt potdomme de hele zomer lopen jammeren dat het zo heet was”. De spichtige buuf was voorbereid: “Ach Nel, je weet toch ook wel dat het daar heel andere warmte is. Het is droge warmte en die is niet zo heet als hier. Ik hoorde het laatst nog op televisie”. Ik zocht verder in de schier eindeloze potten jam naar de bosbessen. “Is het toch wel all-in buuf? Als je daar zelf voor je eten moet zorgen loop je net als hier de hele week met een boodschappentas in je hand”, probeerde Nel te scoren. “Haha, Nel, wat dacht je dan? Theo heeft er een aardig centje bij gekregen als hij een jaar langer bleef, dus dat gaan we eens uitgebreid vieren. Ze laten rollen. Voor je het weet hebben we een atoombom op onze reet”. Ik was inmiddels bij de toetjes aangekomen. Mijn god, het moest iets met karamel zijn. Maar mét of zonder zeezout? Aan de andere kant hoorde ik de buurvrouwen weer. “Hoor ik nou de regen op het dak kletteren, Nel? Wat zal ik blij zijn als ik met mijn reet in de zon lig”. Nel was het blijkbaar al lang beu en begon over de kwaliteit van de groente. “Ach Nel, het is hier in ons regenlandje toch altijd maar behelpen. Voor echte groente moet je toch in een land met veel zon zijn. Ik hoorde het laatst nog op televisie”. Dwars door het schap hoorde ik Nel zuchten.

In de rij vóór de kassa kwam ik weer achter de buurvrouwen terecht. Soms lijkt het geluk ver weg. De spichtige stond nog steeds op te scheppen over Turkse stranden en het heerlijke eten aldaar. “Theo is nu al aan het indrinken, haha”. In het halletje van de super hoorde ik net dat Nel, ondanks de regen al snel de weg naar huis was ingeslagen. De spichtige keek me aan en zei: “Nou, u kunt ook wel een zonnetje gebruiken hè?” Ik pakte mijn kans: “Wel mevrouw, vorig jaar ben ik nog naar Turkije geweest. In het najaar. Het schijtweer hier ontvluchten”. De vrouw keek me stralend aan: “All-in mag ik hopen. En was het net zo prachtig als in de reisgids en op de computer?”

“Mevrouw”, zei ik. “Nog nooit zoiets meegemaakt”. De spichtige begon te stralen: “Vertel”. “Nou, bij aankomst kwamen mijn vrouw en ik in een kamertje terecht, waar we ons nauwelijks konden draaien”, loog ik. “Als uitzicht hadden we een ander hotel. De kamer stonk en in de hoek zagen we nog net een rat wegrennen. Na een lang gesprek kregen we een echte kamer. Toen gingen we eten. All-in natuurlijk. Mevrouw, het was verschrikkelijk. Het vlees stonk, de schimmel stond op de appelmoes. Omdat het al oktober was, was de helft van het buffet al gesloten. De frietjes waren koud en niet goed doorgebakken, de mayonaise was zuur. Het bier smaakte naar paardenpis. Het toetje was bedorven. De slagroom liep haast uit zichzelf weg”.

De spichtige keek me aan. “Waar was je dan?” Ik noemde plaats en hotel die ik haar aan haar buurvrouw had horen vertellen.
De vrouw werd lijkbleek: “Godver, ik had het nog zo tegen Theo gezegd”. Met grote stappen beende ze de regen in.

Freddy Klooté

Uit de krant

Uit de krant