Afbeelding

Haver - Column Freddy Klooté

Column 24 keer gelezen

“Paarden die de haver verdienen krijgen die meestal niet”, was een gezegde dat vroeger vaak werd gebruikt. Mijn vader gebruikte het vaak als er weer een regen aan lintjes over Nederland was gevallen. Hij wees dan op iemand die 40 jaar op zijn zelfde stoel was blijven zitten en daarvoor was geridderd. En kwam dan met een echte haververdiener op de proppen: “Kijk eens naar die man uit de …straat. Die rijdt al 30 jaar zijn zieke broer in een rolstoel rond. Maar geen lintje hé?” Zijn verontwaardiging was terecht. Toen mijn vader zelf een lintje kreeg, ging ik er eens recht voor zitten. Had hij wel de haverproef doorstaan? De burgemeester las alle functies op die mijn vader had bekleed en ik moest toegeven dat er genoeg reden tot haver was.

De haver is de laatste tijd van bestemming veranderd. Was het oorspronkelijk als voedsel van onder meer paarden voorbestemd, tegenwoordig schijnt ook de mens haver in diverse vormen tot zich te nemen. Ik heb me er altijd verre van gehouden. Havermout was niet aan mij besteed. En dat heb ik tot op heden zonder moeite volgehouden. Totdat ik laatst ergens een kop koffie wilde drinken. Op de etalageruit had ik grote tekeningen van koppen cappuccino gezien, met een schuimlaag met een hartje erop. Mijn romantische geest speelde op en ik bestelde voor vrouwlief en mezelf elk een kop van die Italiaanse lekkernij. “Havermelk of koeienmelk?” vroeg de barman. Ik had het eerste niet helemaal goed verstaan, dus vroeg ik om een herhaling van de mogelijkheden. “Havermelk” klonk nu toch duidelijk vanachter de bar. Ik probeerde me haver voor te stellen, en dat daar melk van werd gemaakt. Kijk, van een koe was logisch, maar van haver. Ik ging dus voor tweemaal koeienmelk. Met een hartje. Vrouwlief opgetogen. “Is het koe of haver?” vroeg ze. Ik liet het dienblaadje bijna uit mijn handen vallen. “Zij ook al?”

Thuis gekomen volgde een serieus gesprek. Pittig ook. Als espresso. “Heb jij het afgelopen jaar onder een steen doorgebracht?” was nog ongeveer het vriendelijkste wat ik te horen kreeg. “Ik heb ook liever koeienmelk”, zei ze, toen ze merkte dat ik de knock-out fase bereikte. Later die avond hebben we ons verdiept in het waarom. We leerden dat het te maken heeft met dierenwelzijn, milieu en gezondheid. Het was een veganistische trend. 

Nou, dat weet ik dan. Van mij mag iedereen eten en drinken wat hij/zij/x wil, maar ik verwacht dan dat ik dat ook mag. En daar wringt hem vaak de schoen. Wie bijvoorbeeld nog vlees eet wordt als een dierenvijand beschouwd. Dat ben ik niet, maar ik vind een biefstukje nou eenmaal heerlijk. En een ‘ding’ uit de printer dat op biefstuk lijkt, hoef ik niet.

En zo eten en drinken we van generatie naar generatie.

Freddy Klooté

Uit de krant

Uit de krant