Grave

Gravenaar Rudy van der Heyden loopt 200ste marathon

'Nog nooit opgegeven'

Door Freddy Klooté

GRAVE - Het lijkt een sprookje. Je baas wil dat er in het bedrijf gesport wordt. Hij mikt ook op een goed doel. Zijn keuze valt op de marathon van New York. We schrijven midden 2000. Wie mee wil doen mag inschrijven. Rudy van der Heyden werkte destijds bij Heijmans en schreef in. Hij mocht meedoen. Het werd groots opgezet. Met persoonlijke trainingsschema’s die gemaakt werden door een professioneel hardloopbegeleidingsbureau. Met gezamenlijke bijeenkomsten. De eerste echte wedstrijden. Zevenheuvelenloop, van Dam tot Dam. Het goede doel, Slachtofferhulp, kwam er steeds bij kijken. Rudy: “En toen naar New York. De partners mochten mee. Voor het eerst de oceaan over. Een chique hotel. Met een speciale bus naar de start, waar het enorm druk was. Het werd steeds spannender. Na drie uur wachten zette ik de eerste stappen in het onbekende. Stappen die de rest van mijn leven zouden bepalen. Het doel was 'simpel'. Allemaal de finish halen. En dat lukte. De begeleiding had gezegd om vooral te genieten. Ook dat lukte. Het werd een onvergetelijke gebeurtenis. Zo mooi. Zo leuk”.

“Vier maanden later liep ik de marathon van Rotterdam. Ik bleef ook heel trouw trainen. Met een schema van vier keer per week. Twee avonden een rustige duurloop. Een vast rondje. Doe ik nog steeds. Een kilometer of 23. Over de Graafse brug, richting Linden, Kraaijenbergse Plassen en weer naar Grave. Lekker ontspannen. Eén trainingsavond doe ik dan een intervaltraining en de vierde avond een lange duurloop van 30 à 35 kilometer”.

De marathonman
Rudy van der Heyden (48) is geboren en getogen in Gassel. Na de basisschool ging hij naar de Griend in Grave: “Ik zat in die noodgebouwtjes aan de Stoofweg. Daarna ging ik naar de MTS in Nijmegen. Bouwkunde. Ik werkte vervolgens bij Heijmans, Thijssen en nu bij aannemersbedrijf Cornelissen in Zeeland. Sport zat er altijd wel in. Ik heb gevoetbald bij VV Gassel. Vooral de voorbereidingen, het werken aan de conditie, het lopen, vond ik altijd erg leuk”.

Rudy woont inmiddels al een tijd in Grave. Samen met Moniek van Egmond: “Zij loopt ook. Maar niet zoveel als ik. We trainen één avond per week samen en ze heeft inmiddels ook al een paar marathons gelopen. Dat lopen vind ik ook belangrijk om gezond te blijven. Op mijn werk zit ik de hele dag binnen, dus dat lopen is een fijne afwisseling”.

De eerste jaren liep Rudy twee of drie marathons per jaar: “En dan ontmoet je mensen die er meer lopen. Daar krijg je dan advies van en ga je een keer een marathon samen lopen. Er ontstaan marathonvriendschappen. Na een jaar of vijf ging ik op zoek naar een nieuwe uitdaging. De ultra’s. Wedstrijden van 60-70-80-90-100 km. Ik begon met een 6-uursloop. De trainingen werden wat opgevoerd. Alles in combinatie met de gewone marathons. Die werden zo eigenlijk een soort trainingen voor een ultraloop. Het werd meer marathons lopen, meer kilometers maken”. Uw verslaggever moet even zijn pen neerleggen. Moe van het schrijven. Op mijn vraag wat zoiets nu met je lichaam doet, antwoordt Rudy, zonder na te hoeven denken: “Ja, daarna ben je moe. Maar, ik heb geluk dat ik het lichaam heb dat dit kan doen. Het doet wel pijn. Na 35 km bij een marathon begin je dat te voelen. Je lichaam roept dat je moet stoppen, je geest zegt : “Doorgaan”. Je moet dan door de pijngrens heen. Door te trainen kun je dit moment uitstellen. Bovendien is je lichaam niet altijd hetzelfde. Je hebt veel koolhydraten nodig. Van nature heeft je lichaam voldoende koolhydraten om twee uur te kunnen lopen. Je kunt dan bijtanken met snelle suikers. Drinken is heel belangrijk. Soms heb ik ook cola in mijn drinkbus. Daar zitten snelle suikers in. Inmiddels zorgen we met een aantal vrienden tijdens een marathon voor de beginners. We zijn dan pacer. Dat wil zeggen dat we voor een groep mensen het juiste tempo en de gevraagde tijd lopen. Zo zorgen we ervoor dat ze niet te snel van start gaan, de wedstrijd goed indelen en op voeding en drinken letten. We zijn herkenbaar aan een speciaal hesje”.

De 200ste
Twee weken geleden was de Vierdaagse van Boxmeer. Niet om te wandelen, maar om iedere dag een marathon te lopen: “Tijdens die Vierdaagse heb ik mijn tweehonderdste marathon gelopen. Moniek heeft die marathon meegelopen. Maar ik ga gewoon verder. Komend weekend loop ik in Monschau. De 56 kilometer. Een schitterende loop door de Eiffel. Je ziet ’s morgens de zon door de heiige natuur doorbreken. Dat wordt echt weer genieten. Dit jaar loop ik er nog vijftien. Waarom? Omdat het mijn passie is. Er moet niks. Ik vind het gewoon leuk”.
Ontspanning genoeg verder voor Rudy van der Heyden: “Ik ga ook graag vissen. Zo’n negen keer per jaar gaan we met de visclub het Hengeltje erop uit. Ik ben penningmeester van de club. Na afloop van zo’n visdag nog een lekker biertje drinken. Ook hebben Moniek en ik een volkstuintje op de Driessen. Verder lekker wandelen met Moniek en onze hond Skippy en genieten van familie, vrienden en kennissen. Oja, ik ben ook nog trainer bij AV Sporting Boxmeer, waar ik één avond per week trainingen geef aan de jeugd. Heel leuk om te doen”.

Langzamerhand vraag ik me af hoeveel avonden er in een week van Rudy van der Heyden zitten. In ieder geval genoeg om er een blij mens van te worden.

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws

112-meldingen


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties