Schaijk

Schildklierproblemen bij hond en kat

Door Brigitte Kranenburg van Dierenkliniek Schaijk

Met enige regelmaat diagnosticeren wij schildklierproblemen bij onze patiënten. Zowel bij honden als bij katten komen problemen voor die het gevolg zijn van een niet goed functionerende schildklier. Dit is een belangrijk orgaan dat hormonen produceert die op een heleboel processen in het lichaam invloed uitoefenen. Nu lijken de voorkomende schildklierproblemen bij hond en kat helemaal niet op elkaar. Integendeel, eigenlijk komen bij honden en katten juist tegenovergestelde problemen voor.

Op de eerste plaats bij de hond: er is altijd sprake van een te traag werkende schildklier. Er worden daardoor te weinig schildklierhormonen geproduceerd. Dit kan ontstaan doordat het lichaam van de hond het eigen schildklierweefsel afbreekt. Er kan, in bijzondere gevallen, ook sprake zijn van niet of onvoldoende aangelegde schildklier, een aangeboren afwijking dus.
Bij een tekort aan schildklierhormoon ontstaat er vaak een droevige blik bij de hond, de kophuid wordt wat ruimer waardoor er een sloom uiterlijk ontstaat. Honden met deze kwaal worden ook dikker, zelfs ondanks een minimaal dieet. Vaak krijgt de vacht een mottig uiterlijk en komt deze niet goed door de verharing heen.
Soms merkt een eigenaar dat de hond wat kouwelijk wordt. Door middel van bloedonderzoek kunnen wij dan constateren dat er in het bloed te weinig schildklierhormoon aanwezig is. In de meeste gevallen moeten we dan nog bloed naar een extern laboratorium sturen om de diagnose te bevestigen. De therapie is eigenlijk eenvoudig, maar wel levenslang; tweemaal daags tabletten met schildklierhormoon toegediend krijgen. Bij de eerste controle, twee weken na starten van de tabletten, komt er vaak een veel levendiger hond de spreekkamer binnen.

Lichamelijk onderzoek
De schildklierproblemen bij de kat laten juist het tegenovergestelde zien: Een kat vermagert ondanks toegenomen eetlust. Een kat is niet ziek, meestal juist erg actief. Het valt ons altijd al gelijk op wanneer de kat uit zijn reismandje stapt. Een bepaalde blik en houding maakt dat wij het dier verdenken van een verhoogd schildklierhormoon. Dit wordt geproduceerd door goedaardige schildkliertumortjes. Bij lichamelijk onderzoek valt een enorm verhoogde hartslag op en meestal kunnen we de vergrote schildklier (een kat heeft er twee) voelen langs de hals. Bloedonderzoek kan onze diagnose dan bevestigen. Dit bloedonderzoek kunnen we volledig op onze praktijk verrichten. De therapie bij de kat is iets minder eenvoudig dan bij de hond, er zijn drie mogelijkheden.
1. De eigenaar kiest voor het toedienen van schildklierremmers, als levenslange therapie.
2. We besluiten om de aangedane schildklier chirurgisch te verwijderen.
3. We sturen eigenaar met patiënt door naar een gespecialiseerde kliniek voor behandeling met radioactief Jodium.

Het voert hier te ver om van de verschillende therapieën alle voors en tegens te bespreken, maar het is duidelijk dat het bij de kat iets gecompliceerder is dan bij de hond. Daarbij komt dat we een te hoog schildklierhormoon bij de kat eigenlijk alleen zien bij oude(re) katten, die vaak nog iets meer onder de leden hebben waarmee we rekening willen houden.

Zo zie je maar: een kat... is geen hond!

Brigitte Kranenburg
Dierenkliniek Schaijk
www.dierenkliniekschaijk.nl 

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws

112-meldingen


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties