Grave

Tinnegieter Rob van Veen doet oude ambacht herleven

'Als maanlicht in de nacht'

Door Freddy Klooté

GRAVE - Rob van Veen (56) heeft zo onderhand alle marktplaatsen in Nederland gezien. Vroeger met brocante, tegenwoordig ook met tin. Dat laatste niet alleen om te verkopen, maar ook om te laten zien hoe hij zijn tinnen ontwerpen maakt. Een complete demonstratie, waarna je het vers gecreëerde kunstwerkje meteen kunt kopen en mee naar huis kunt nemen. Ruim tien jaar heeft hij geprobeerd om in Grave een ruimte te vinden waar hij, eventueel met een andere ambachtsman, zijn demonstraties zou kunnen geven. Het zou leuk zijn in het Grave met zijn aparte winkeltjes, gebouwen en straatjes. Helaas voor Rob is hem dat (nog) niet gelukt. Wel kan hij zijn werk laten zien en verkopen in de pas geopende pop-up shop in de Rogstraat 22.

Rob van Veen is in Waterland, Noord-Holland, geboren op de boerderij van zijn ouders. Door reorganisatie van het bedrijf waar zijn vader ook nog werkte, verhuisde het gezin naar Gemonde. “Dit jaar ben ik 50 jaar Brabander”, lacht Rob.
Men boerde verder en Rob ging uiteraard naar de Landbouwschool. “Ik wist eigenlijk helemaal niet wat ik wilde worden. Na school ben ik op de boerderij gaan werken en daarna nog een jaar in loondienst elders. Ook als lasser heb ik nog een tijdje gewerkt. Het was niet wat ik zocht. Als chauffeur op een vrachtwagen dwars door het land gereden. Dat was het. Tot 1995 heb ik dat gedaan. Daarna getrouwd, naar Grave verhuisd, waar onze dochter is geboren. Ondertussen had ik enorme belangstelling voor “oud spul” gekregen. Een beetje antiek en brocante. Ik heb dat overigens hier in de pop-up shop ook staan. Ik ging ermee naar markten. Op een dag kreeg ik een partij tin. Na mijn eerste gedachte “wat moet ik hiermee” ben ik me erin gaan verdiepen. Een jaar lang overal rondgekeken. Veel gevraagd. Soms weggejaagd, omdat men in mij een concurrent zag. En toen bij Tieske van Zon in ’t Oude Ambacht in Alphen (Gld) beland. Die heeft me alles geleerd. Toen hij het me een paar keer had voorgedaan, stuurde hij me richting markt. “Ga nu maar gieten, zei hij”.

Tin
“Tieske leerde me ook wat goede tin was. Zuivere 96% tin. Tin wordt vooral gebruikt als laagje op blikjes. Om het roesten tegen te gaan en ter bescherming van de inhoud. Ook is het nodig om bronzen klokken te maken. Zonder tin wordt het niet vloeibaar. Ik koop nu Engels tin, in broodjes van 10 tot 40 kg. 1 pond tin is zo groot als een kwart pak koffie van een pond. Voor het smelten en gieten heb ik wat dingen nodig: een stukje tin, een kookplaat met aangepaste thermostaat, een RVS pan en een gietlepel. De temperatuur voer ik langzaam op tot 250 graden. Dan giet je het in de mal. Ieder voorwerp heeft zijn eigen mal. Daarna moet het afkoelen. Bij een klein voorwerp duurt dat een paar minuten. Voor een beeldje van 30 centimeter hoog moet je op tien minuten rekenen. Als het afgekoeld is ga ik het voorwerp afvijlen. Er zitten nogal wat gietelementen op. Tot slot ga ik polijsten. Dan blinkt het als maanlicht in de nacht. We noemen dat zilvertin”.

Uitbreiding van smaken
Langzaam maar zeker groeide de naam van “De Rijdende Tinnegieter”. Rob van Veen kreeg uitnodigingen om voor allerlei evenementen herinneringssieraden te maken: “Voor een jongerenkoor maakte ik muzieksleutels. Voor gilden een klein sieraad dat op de mouw gespeld moest worden. De gemeente Hedel vroeg me munten te maken, het evenement Effen naar Geffen gaf me een leuke opdracht. Zondag was ik in Westerbeek en woensdag op de Spakenburgse Dagen”.
Rob heeft zijn draai gevonden en leerde zichzelf zandgieten: “Het is een vak apart. Je werkt met Brusselse aarde. In Nederland wordt het de Delftse methode genoemd. Met ijzeren ringen maak ik mallen. De onderste en de bovenste ring worden met zand gevuld. Daarna worden ze op elkaar gelegd. In de ruimte tussen de onderste en bovenste ring wordt tin gegoten. Ach, het is zo’n precies werk. Je krijgt een prachtig resultaat, maar het is een enorm tijdrovend en dus duur werk. Zo heb ik de munten van Hedel gemaakt. Verder maak ik van hoefijzers deurkloppers. Die slaan enorm aan. Ik heb er al diverse naar het buitenland zien gaan”.

Ook op de Historische Dagen in Grave was Rob van Veen volop in actie: “Ik heb er de oude methode van de lakzegel teruggehaald. Maar dan in een uitvoering van klei. Die hebben ruim 400 kinderen gekregen”. De Rijdende Tinnegieter gaat onverdroten verder met zijn kunstwerken. Met zijn oude ambacht. In het historische stadje Grave en ver daarbuiten. Het zou in het kader van het toerisme in Grave, met zijn historische speerpunten niet misstaan, als Rob een vaste werk- en demonstratieplek zou weten te vinden: “Dat is mijn toekomstdroom”.

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties