Herpen

UMC Utrecht-promovendus Van Roeden: Extra sterfte door complicaties Q-koorts

Door Sergio Boutkan van Arenalokaal.nl

REGIO - In de jaren 2007 tot en met 2010 was in Nederland de grootste Q-koortsuitbraak, die in de wereld bekend is. Daarbij zijn naar schatting 45.000 mensen in voornamelijk Oost-Brabant besmet geraakt. De ziekte wordt overgedragen van geiten op de mens. Over de langetermijngevolgen van deze uitbraak was tot nu weinig bekend. Tussen de 1 en 5 procent ontwikkelde een chronische vorm van Q-koorts, bij 60 procent van hen traden complicaties op. Een kwart van deze patiënten overleed binnen 3 jaar als gevolg van de infectie. Deze resultaten zijn beschreven door Sonja van Roeden van het UMC Utrecht die deze week promoveerde.

De Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii die wereldwijd de ziekte bij mens en dier overbrengt. Arts-onderzoeker Sonja van Roeden deed het onderzoek in het UMC Utrecht en het Jeroen Bosch Ziekenhuis in ’s-Hertogenbosch. Ze analyseerde met behulp van de nationale chronische Q-koorts database de gegevens van 439 volwassenen die tijdens deze uitbraak een chronische vorm van de ziekte hadden ontwikkeld.

Relatief hoge sterfte
Eind 2016 waren er al 74 patiënten in Nederland overleden aan de gevolgen van Q-koorts die was opgelopen bij de uitbraak van 2007-2010. Uit de resultaten werd ook duidelijk dat met name ouderen met ontstekingen van het hart- en vaatstelsel die complicaties krijgen een extra risico lopen om op termijn aan de infectie te overlijden. Naast het risico op complicaties en extra sterfte bleek ook dat 55 procent van de patiënten met chronische Q-koorts op langere termijn een verminderde kwaliteit van leven had. Dit kwam voornamelijk doordat ze langdurig (minimaal anderhalf jaar) met meerdere antibiotica moeten worden behandeld, dat het resultaat van deze behandeling vaak teleurstellend is, én omdat de behandeling bij veel patiënten voor bijwerkingen zorgt.

Symptomen Q-koorts
Q-koorts wordt veroorzaakt door de Gram-negatieve intracellulaire bacterie Coxiella burnetii. Bij de meerderheid van de patiënten verloopt de infectie zonder dat ze er iets van merken. Echter, bij een deel van de geïnfecteerde personen (35-40 procent) treden relatief milde symptomen op na infectie en ontstaat acute Q-koorts met symptomen zoals griepachtige verschijnselen, en af en toe longontsteking en hepatitis. Bij een klein deel van de patiënten (1-5 procent) blijft de bacterie in het lichaam aanwezig en ontwikkelt zich chronische Q-koorts in de jaren na de infectie. In tegenstelling tot acute Q-koorts, is de prognose van chronische Q-koorts ongunstiger: de complicaties zijn ernstiger, komen vaak voor en kunnen levensbedreigend zijn.

Sonja van Roeden zegt hierover: “Van de ziekten die van dier op mens worden overgedragen heeft Q-koorts de meeste impact op patiënten in de recente Nederlandse geschiedenis. Een verdenking op chronische Q-koorts, bijvoorbeeld bij een patiënt met een hartklepontsteking, moet daarbij worden bevestigd met behulp van onder andere bloedonderzoek.”


 

Promotie Roeden: “Prognosis and treatment of chronic Q-fever”
Sonja van Roeden (Utrecht, 1988) promoveerde op 6 september 2018 aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift “Prognosis and treatment of chronic Q-fever”. Promotoren zijn prof. dr. A.I.M. Hoepelman (afdeling Infectieziekten, UMC Utrecht) en prof. dr. M.J.M. Bonten (Laboratorium voor Medische Microbiologie, UMC Utrecht); copromotoren zijn dr. J.J. Oosterheert (afdeling Infectieziekten, UMC Utrecht) en dr. P.C. Wever (Laboratorium voor Medische Microbiologie, Jeroen Bosch Ziekenhuis, ‘s-Hertogenbosch). Sonja van Roeden is in opleiding tot internist in het Diakonessenhuis in Utrecht en UMC Utrecht.

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws

112-meldingen


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties