Herpen

Ervaringsverslag Vierdaagse door Cor Zwaans uit Herpen

Door Cor Zwaans

Piep, piep, piep. Ik heb het gevoel dat ik net pas slaap en dan word je wreed gewekt door je wekker: 2.15 uur. Eigenlijk geen tijd om op te staan, de 50 kilometer van de Vierdaagse start om 6 uur en ik wil niet te laat aan de start verschijnen. Ik stap uit bed met mijn wandelsokken aan. Dan blijft de tape onder mijn voeten beter zitten. Mijn rugzak staat al klaar. Even eten. Brood en een paar flesjes drinken pakken en dan op naar het station van Ravenstein. Daar vertrekt rond 10 voor en 10 over het uur de extra trein die wandelaars naar Nijmegen brengt. Onderweg komt de lichtelijk aangeschoten jeugd alweer terug van Nijmegen. Dat is voor mij een teken dat de trein op tijd rijdt. Klokslag 3 uur staan we op Dukenburg stil. Het tijdstip dat onze eerste ploeg verzorgers vertrekt naar Slijk-Ewijk. Wat deze mensen doen tijdens de Vierdaagse is onbetaalbaar. Dat we een stoel hebben om even op te rusten is al goud waard. De koffie, thee, yoghurt, soep etc die ze schenken een zegen. Het scheelt gewicht in je rugzak en je hebt een doel om naartoe te lopen.

Op de Wedren aangekomen sta ik redelijk vooraan. Een half uur nog voordat het startschot gelost wordt. Veel dezelfde gezichten, ieder jaar weer, die er vroeg zijn zodat ze snel weg zijn. Nog een paar minuten. Dan verschijnt de marsleider om ons welkom te heten voor de 103e Vierdaagse. Hij nodigt Jamai uit om het startschot te geven. Ik wist niet dat hij een klein jaar geleden geopereerd was en zichzelf ten doel had gesteld deze Vierdaagse mee te lopen. Toch knap.

Startschot
Pang, het startschot klinkt en de lucht wordt gevuld met rode, witte en blauwe confetti. Gejuich en de eerste piepjes klinken. We mogen weg. Binnen een paar minuten ben ik gescand en wurm ik me door de haag van feestvierders die het laatste kwartier zijn toegestroomd. Allemaal willen ze een high five. Rot op, denk ik, ik wil door en lopen.
Als we over de brug zijn, links af de dijk op. De rust keert terug. Lekker. Een zacht briesje, zo mag ik het wel. Bij Oosterhout gaan we van de dijk. Het is bijna licht. Dat vind ik nog eens fijn. In het donker lopen heb ik maar een hekel aan. Het is blauwe dinsdag. De kerktoren kleurt blauw en overal hangen blauwe vlaggen. Ook dit jaar hebben ze er een mooi feest van gemaakt zo vroeg in de ochtend. Een klein uur verder zie ik in de verte al de vlag van De Kartrekkers, onze verzorgers. Zij zijn blij mij te zien, maar ik hen nog meer. Even zitten en een kopje thee. Zalig. Op de vraag “Hoe gaat ie?” komt een positief antwoord van mij. Maar ja, we zijn nog maar net gestart.
Na 15 minuten ga ik er weer vandoor. Mijn dank is groot. Op naar de Heinz-stand in Elst voor een toastje Heinz sandwich spread. Ook wel lekker. Vroeger stond hier onze tweede post, maar die is verplaatst nu de ronde andersom loopt op de eerste dag. Dus ik moet nog even door. Nu staan ze aan de andere kant van Elst.

Huissen
Een kleine twee uur na het verlaten van de eerste verzorgingspost word ik opgewacht bij onze tweede. “Hoe gaat ie?” klinkt het weer vertrouwd. Weer een positief antwoord. “En de voeten?” Nog geen last, antwoord ik. De eerste 40’ers komen al voorbij zetten. Ongelofelijk. Hierna volgt voor ons de extra lus van circa 10 kilometer over Huissen. Ik besluit door te lopen in Huissen, want er was niet veel plek om te zitten. Uiteindelijk loop ik in één ruk door naar de post in Bemmel. 20 kilometer zonder pauze. Voor mij een record. Mijn vriendin Henriette draait mee als verzorger. Druk in de weer net als alle andere verzorgers, want bij de laatste post komen altijd de 30, 40 en 50 kilometer lopers redelijk tegelijk aan. Petje af voor allemaal. Gerda is bezig blaren te prikken. Dit is ook een dienst die ze verlenen. Gelukkig is dit voor mij nog niet nodig.
Vanaf Bemmel is het twee uurtjes terug naar Nijmegen. Het kan sneller, maar de brug is het druk en we staan veel stil. Gelukkig is het niet bloedheet. De eerste dag eindigt met een 'bliep' om 14.45 uur van de scanner die mij officieel afmeldt voor de eerste dag van de 103e Vierdaagse.

Virus
De volgende dag klinkt wederom om 02.15 uur de wekker. Hmmm, het lopen gaat niet echt denderend maar goed, dat loop ik er wel uit, denk ik. Ik neem uit voorzorg een ibuprofen en twee paracetamol, je weet maar nooit. Fietsend naar het station denk ik nu voor de 11e keer, dat ik toch wel een beetje gek ben. Wie doet nu zoiets. Het is toch dat Vierdaagse-virus denk ik.
Net iets over 4 uur langs de scanner en dan slaan we rechtsaf door Nijmegen. De eerste keer van drie keer dezelfde route door Nijmegen. Oersaai vind ik dat en ik zal blij zijn als de eerste anderhalf uur erop zit. Dan is het weer licht en zijn we Nijmegen uit. Dan nog een half uurtje naar onze eerste post. Onze verzorgers wachten me al op, op de weg naar Alverna. Dank je wel jongens. Wat ben ik blij jullie te zien. Mijn voeten beginnen pijn te doen. De bezorgdheid van onze verzorgers spreekt boekdelen. Ze zijn met iedereen begaan en willen net als jij dat je de eindstreep haalt.

Wijchen
Aan de andere kant van Wijchen splitst de 50 van de 40 kilometer route. We gaan weer de extra lus lopen van de vijftig. Sommigen vinden de tweede dag het saaist. Zelf vind ik het misschien wel de mooiste dag. Richting huis. Soms zie je de kerktoren van Herpen. Aangekomen bij De Heus bij Ravenstein draaien we richting Niftrik. Meestal zie ik daar wel enkele bekenden. Deze keer niet. Ik besluit toch nog een ibuprofen en twee paracetamol bij te slikken. Na een half uurtje werken die weer en hup het tempo kan iets omhoog.
Op naar onze tweede post in Wijchen. In Wijchen zelf is het stervensdruk. Het gaat vooruit, maar de 30 en 40 en 50 kilometer lopers komen daar in de smalle straten samen. Je kunt je voorstellen dat dit niet super snel gaat. Yes, daar zie ik de vlag van de post. Deze staat iets verder weg dan andere jaren, maar mijn waardering is er niet minder om. Het “Hoe gaat ie?” klinkt wederom. Goed, is mijn antwoord tegen beter weten in. Na een twintig minuten vertrek ik naar Beuningen, andere Herpense lopers achterlatend. Die zie ik dadelijk wel weer op de derde post.
Tussen Wijchen en Beuningen staat ZLTO landbouwproducten uit te delen. Yoghurt is er een van, maar die heb ik net op. Ook dit jaar hebben ze weer eieren. Volgens mij hebben ze die over van pasen, want ze zijn allemaal gekleurd. Ze gaan erin als koek. Vele wandelaars nemen er een en de weg is dan ook bezaaid met eierschaal.

Verkoeling
Het begint warm te worden en volgens mij heb ik een blaar gelopen. Ik kijk thuis wel. Terug in Nijmegen een lekkere verkoeling van enkele ijsjes die ze uitdelen. Lekker. Nog even de Waalkade dan zijn we er. Sinds een aantal jaren is er bijna niets te doen op de Waalkade. Weinig volk. De eerste keer dat ik hem liep was het lekker druk, maar nu is het saai. Boven aan de Waalkade aangekomen is het weer lekker druk. Roze woensdag is het. Als nuchtere Herpenaar denk ik dan “Moet dà nou?”. Maar goed, het leidt je af van de pijn, want de pijnstillers beginnen uitgewerkt te raken en de mensen vinden het leuk. Bliep. We hebben het weer gehaald. “Je bent niet ingescand”, zegt het vrouwtje achter de tafel. “Ik denk toch van wel”, antwoord ik. Komt goed zegt ze. Ze noteerde mijn naam en wat andere gegevens. Morgen gewoon vertrekken, zegt ze nog.

Dag drie
Op de derde dag heeft de trein vertraging. De machinist verontschuldigde zich. Er was best veel politie op het station van Nijmegen, dan weet je genoeg. Het inscannen gaat goed. Dubbel gecontroleerd, dus de scanfout gisteren is netjes gecorrigeerd. We gaan richting Mook. In Malden hebben we onze eerste post. Henriette staat me hier op te wachten. Ook zij moest er vandaag om 2.15 uur uit. Onze verzorgers maken er een feestje van. Leuk voor ons en voor hen. Mijn dank is wederom groot.
Ik loop door Milsbeek, daar splitst de 50 van de 40 en gaan we de lus van de vijftig in. De pijnstillers beginnen uitgewerkt te raken en moeten weer op niveau worden gebracht. We lopen door het historisch natuurgebied richting Gennep. Daar worden we onthaald met Genneper bollen. Een lekker broodje met kaneel en suiker. Die neem ik twee. Lekker. Dan door naar Ottersum. Net na Ottersum slaan we niet rechts maar links af. De route is iets verlegd. Leuk, want iedere keer dezelfde route gaat wel vervelen. Hier hebben we iets meer schaduw en daar ben ik niet rouwig om.
Wederom in Milsbeek aangekomen voegen we ons bij de 40 kilometer lopers. Nog een paar honderd meter en ben ik bij de tweede post. De stoel is een fauteuil. Onze verzorgers zien dat ik niet positief kan antwoorden op de “Hoe gaat ie?” vraag. Na een uurtje loop ik door Groesbeek. Er staat veel minder volk dan anders. Maar dat kan de pret niet drukken. De Zevenheuvelenweg stelt weinig voor. Halverwege staat onze derde post voor deze dag. Ik ben blij dat ik er ben.
Het laatste stuk naar Nijmegen is gemeen langer dan dat ik denk. Ik verkijk me er ieder jaar weer op. Al die stoepranden op en af is niet zo bevorderlijk voor mijn voetjes. Maar goed, even doorbijten de eindstreep is in zicht. Bliep, we hebben het weer gehaald. De weg naar het station was deze keer erg lang. Althans ik deed er best lang over. Net de trein gemist. Half uur wachten. Niet fijn.

Thuiswedstrijd
Gelukkig, de vierde dag. Deze dag voelt ook als een beetje een thuiswedstrijd. We gaan richting Grave en daar wacht normaal gezien mijn zus op me. Maar die is helaas op vakantie. Dus geen extra rust, denk ik stoer. Op onze eerste post in Overasselt komen de eerste 40-ers al voorbij zetten. Ik word oud denk ik, of traag. Als ik ruim een uur later Grave binnenloop, besluit ik toch maar even te pauzeren. Direct doorlopen naar Beers is geen optie. Het is tijd voor mijn tweede serie pijnstillers deze dag. Tussen Gassel en Beers lopen we achter een groot aantal militairen. Een meisje naast me zegt: “Dit is slenteren”. Toen viel bij mij het kwartje. Het is zo druk met lopers dat we niet meer kunnen wandelen, we zijn aan het slenteren en dat is funest voor mijn vermoeide benen en voetjes.
In Beers wacht een fijne stoel op me en mijn schoonzus en zwager. Een verrassing dat zij er zijn. Dit doet stiekem wel goed. Via Vianen lopen we naar Cuijk. Ook daar is het in het centrum veel rustiger dan anders. Op de kade echter is het weer groot feest. We steken de Maas over richting Mook. Daar aangekomen besluit ik toch maar een rondje pijnstillers te nemen. Eigenlijk te veel voor deze dag, maar pijn is NIET fijn.

Laatste loodjes
Nog 10 kilometer dan zijn we er. Halverwege staat onze allerlaatste post voor deze Vierdaagse. De stoel is het belangrijkste (voor mij), even geestelijk opladen en dan gaan we de laatste kilometers in. Het is druk. Muziekkorpsen voegen in. Militairen voegen uit en weer in na hun pauze. Muziek van links en rechts, hard en nog harder. Bij de Radboud even zwaaien naar een aantal patiënten. Dan verbreedt zich opeens de weg. Ik heb de eindstreep gehaald. Rechts en dan nog eens rechts onder de finish vlag door. Bliep, gaat het voor de laatste keer. Ik ontvang het gouden Vierdaagse kruisje met kroontje. Deze keer loopt het iets gemakkelijker naar de trein. “Is de vierde dag de mooiste dag van de Vierdaagse”, vraagt een meisje in de trein. Ik antwoord: "Voor mij niet. Voor mij is de zaterdag erna de mooiste dag. Dan hoef ik er niet meer zo vroeg uit."

Alle vrijwilligers van De Kartrekkers, dank jullie wel voor jullie inzet, moeite, belangstelling en medeleven. Waarschijnlijk is dit voor mij de laatste Vierdaagse. Want als ik dit schrijf zijn mijn voeten nog steeds pijnlijk en dik. En dit wil ik niet nog eens meemaken. Maar ik weet ook dat ik dit al tien keer eerder heb gezegd.

Cor Zwaans
Herpen

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties