Schaijk

Verslag Historisch Café Heemkunde Schaijk-Reek

Vroeger was echt niet alles beter… maar sommige dingen wel

Door Mari van der Linden van Heemkundekring Schaijk-Reek

SCHAIJK - Op 19 april hield de Heemkundekring Schaijk–Reek voor het eerst een Historisch Café. Tijdens die avond vertelden Trees en Piet van den Hoogen-Linders uit Reek en Adriaan Spijkers uit Schaijk over hun jeugd en latere jaren. Ton Cruijsen leidde het gesprek op speelse wijze.

Piet is 91 jaar geleden geboren in Nederasselt als vierde kind in een gezin van vijf kinderen. Op zijn tweede jaar verhuist het gezin naar Reek, waar zijn vader een café gaat uitbaten. Trees, inmiddels 87 jaar oud, is het zevende kind in een rij van tien. Zij is geboren en getogen in Reek. Adriaan, zojuist 80 geworden, is opgegroeid in Schaijk. Van de negen kinderen was hij de vierde geborene.

Hun jeugd kenmerkt zich door ‘klein geluk’. Ze hadden een fijne jeugd waarin ze veel buiten speelden, touwtje sprongen en ‘kaatsen balden’. Trees: ”en winkeltje spelen met bewaarde verpakkingen uit de winkel.” Adriaan ‘speulde duk vèrreke’ met z’n broer waarbij ze het slachten van een varken naspeelden. Zijn broer hing dan ondersteboven aan de ladder. Veel geld was er niet. De cadeautjes die de Sint mee bracht, leken vaak op die van vorig jaar maar dan met een nieuw likje verf. En het was bijna nooit wat je had gevraagd. Voor Zwarte Piet was je in die tijd echt wel bang. Maar de kamertafel stond vol, met voor ieder kind een eigen plekje op tafel. De cadeautjes waren vooral nuttig zoals nieuwe sokken of wanten. Wat een spanning als je eindelijk ’s morgens naar beneden mocht!

Piet en Adriaan zijn allebei misdienaar geweest. Adriaan woonde dicht bij de kerk en moest nog al eens extra misdienen. Maar als hij geen zin had, vluchtte hij naar het huis van Lambert Kocken en was onvindbaar. Hij was ‘nie zônne hèndige’. Een keer moest hij duizend strafregels schrijven omdat een aantal kinderen klinkers in de wetering hadden gegooid. Maar omdat hij dat niet had gedaan, weigerde hij dat pertinent. En nadat de deur van het klaslokaal op slot ging, klom hij na schooltijd uit het raam naar buiten, de vrijheid tegemoet. Daarnaast kreeg je op de lagere school elke week een cijfer voor ijver en gedrag. “Dat was bij mij nooit zo’n hoog cijfer” aldus Trees.

Na de lagere school ging Adriaan naar de Technische School in Heythuysen. Hij verbleef daar ‘intern’. Na één jaar hield hij dat echter voor gezien: de broeders waren veel te streng naar zijn zin. Hij wilde graag timmerman worden maar werd uiteindelijk smid/bankwerker op de LTS in Oss. Piet had het liefst boer geworden. Met paard en wagen werken, dat leek hem wel wat. Hij werd uiteindelijk metselaar en nam later ook het café van zijn vader over. Trees was voorbestemd om na de lagere school in de huishouding te gaan werken. Op haar achttiende kon ze in de verpleging in Grave aan de slag.

Adriaan krijgt via zijn vader op zijn zeventiende een baantje bij ‘De Post’ in Berghem. Hij wilde dat eigenlijk niet, maar een vaste aanstelling bij de overheid zorgde in die tijd voor zekerheid. Niet veel later kwam hij er achter dat het best een leuk baantje was. De PTT zorgde onder andere voor het uitbetalen van de kinderbijslag en de AOW, dus je was een graag geziene gast.

Piet en Trees krijgen verkering tijdens het schaatsen op de Hamelspoel in Herpen. Piet is echter gruwelijk verlegen en als alle jongens zo’n beetje naar huis zijn om te melken, trekt hij ‘z’n rondrijders mi touwkes’ uit en de stoute schoenen aan en vraagt Trees om verkering. Vrijen gebeurde stiekem, tot dat de hond ze op een keer verraadt. Het huwelijk van Trees en Piet in 1952 begint ’s morgens al om 9.30 uur. Een mis met drie heren. Van één van die drie heren, pastoor Van Kemenade, krijgen ze nota bene ook nog seksuele voorlichting op de pastorie. Piet trouwt in een gehuurd pak en iedereen heeft wat gekookt en meegebracht. Zo tegen elf uur ’s avonds is het feest ten einde. ’s Morgens moet er immers weer gewerkt worden. Ook hier zijn de cadeaus vooral nuttig: een peper- en zoutstelletje, een asbak en servetringen. Maar gezellig is het zeker!

Adriaan leert zijn huidige echtgenote, Willemien Lammerts uit Berghem, midden jaren ’50 kennen op een zondag tijdens het Udens kersenfeest. ’s Maandags krijgen haar ouders het al te horen in hun winkel en omdat Willemien dan pas 17 is, vinden haar ouders dat toch niet zo’n goed idee. “Kom over 5 jaar maar eens terug.” Na die tijd ontmoeten ze elkaar weer en slaat de vink opnieuw over. Na anderhalf jaar trouwen ze, in 1963. Het feest is thuis, geen muziek of zo maar wel is er een levensloop en een gastenparade. Na het trouwen nemen ze de sigarenzaak van Adriaans ouders over en Adriaan kan zo nu en dan nog wat bijverdienen door sigaren en sigaretten mee te nemen voor zijn klanten bij de post. Bij verjaardagen zette hij zijn eigen felicitatie erbij op het kaartje. Of dat hij opa was geworden van een kleinzoon! Bij 50-jarigen ging hij binnen feliciteren, dat betekende koffie met een gebakje.

Later verdienen Trees en Piet de kost met hun café. Toen er een keer een klant was die de rekening te hoog vond, zei deze: “dè mènt Pietje nie.” Maar Pietje meende het wel en er moest afgerekend worden. Of er kwam eens een klant ‘mi un tuit romme’ aanzetten om te betalen. Of er werd een vrachtwagen met wit zand op straat omgekiept. En kon er weer gemetseld worden. De voetbalvereniging kleedde zich om op zolder en de jongens wasten zich met emmers water die naar boven werden gedragen. Een mooie tijd.

Dat was ook hun periode die Adriaan en Piet in de jaren ’70 samen in de politiek door brachten. Beiden waren ze meer als stemmentrekker op de verkiezingslijst voor de gemeenteraad gezet dan vanwege hun kennis van politiek. Beiden waren immers graag gezien in hun dorp. Het taalgebruik van burgemeester Schouten was ze veel te deftig, “boven onze stand.” Adriaan hield het één periode van vier jaar vol, Piet maakte drie periodes af, 12 jaar, voorwaar een prestatie.

Was vroeger dan alles beter? Terugkijkend op haar leven geeft Trees aan dat vroeger echt niet alles beter was. De opvoeding leek toen wel wat gemakkelijker dan vandaag de dag. Het leven was overzichtelijker. Volgens Piet was het vroeger een mooie tijd, maar dat is het nu ook. “Maar je moet het geluk wel willen zien.” Vroeger had je de werkverschaffing, dat is nu gelukkig niet meer. Adriaan besluit dat het “vroeger gezelliger was. Je had vaak grote gezinnen, meer saamhorigheid.” Nu zijn de mensen meer op zichzelf. Doordat je allerlei – vaak strenge – regels had, was het allemaal veel duidelijker. En dat is nu echt anders geworden. Of dat een voordeel is?

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws

112-meldingen


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties