Reek

Leve Allerzielen - Column Theo van Duren

Door Theo van Duren

Ruim drie jaar alweer woon ik in Ravenstein. En met veel plezier, moet ik zeggen. ‘Mis je de Reek niet?’ wordt me weleens gevraagd. Een begrijpelijke vraag, want de eerste zestig jaar van mijn leven heb ik er doorgebracht. Ook met veel plezier. Toch word ik door het jaar niet geplaagd door gevoelens van heimwee, weemoed en verlangen. Behalve in week 44. Dat is de week waarin gevierd wordt dat ik weer een jaartje dichter bij het einde ben, een paar dagen later gevolgd door Allerzielen; de herdenking van de doden. En precies dat kunnen ze nergens mooier dan in Reek.

De zondag voor Allerzielen komen we ’s middags bij elkaar in de parochiekerk die altijd helemaal vol zit. Er worden wat liederen gezongen en de namen worden voorgelezen van de overledenen van de afgelopen vijf jaar. Hoewel het pijnlijk is als je dierbare er voor het eerst buiten valt, heeft dit nooit geleid tot opstootjes of demonstraties waarin verlenging van de termijn wordt geëist. Want iedereen begrijpt dat dan het hek van de dam is. Nu duurt het voorlezen van de namen ongeveer een kwartier. Dat is precies lang genoeg. En als je iets behoort te leren van Allerzielen dan is het wel ‘aan alles komt een eind’.

Na de dienst maken we ons op voor het tweede gedeelte: de processie. De pastoor met wijwatervat loopt geflankeerd door misdienaars met flambouwen via het middenpad naar de uitgang, en bank voor bank sluit iedereen aan. Een lang lint van mensen verbindt voor even de kerk met het kerkhof dat ligt waar een kerkhof behoort te liggen; niet op een winderig weiland achteraf, maar middenin het dorp beschut door een eeuwenoude muur. In de smeedijzeren toegangspoort staat in sierletters het voor deze plek toch ietwat overbodige advies “Memento Mori”, gedenk te sterven.

Daarna slaat de stoet rechtsaf om een rondgang te maken door de lindelaan die het kerkhof omringd. In het midden staan drie machtige beukenbomen die hun takken beschermend hebben uitgespreid boven de graven als enorme paraplu’s. En wie het zo geregeld heeft weet ik niet, maar altijd schijnt er een waterig zonnetje en is er een lichte bries die door de scharlaken rood gekleurde bladeren ruist. Terwijl de stoet rondtrekt, zegent de pastoor de graven. Snelheid is geboden want de klus moet geklaard zijn voordat de rondgang is voltooid omdat dan iedereen het graf opzoekt van zijn naasten en er voor de pastoor geen doorkomen meer aan is.

Dan maak ik mij op voor de apotheose. Want inmiddels heeft de harmonie zich opgesteld. Al zolang ik weet spelen ze ‘Blijf mij nabij Heer’. Bij het horen van de eerste akkoorden, trekt een huiver over mijn rug naar mijn nek en krijg ik een brok in de keel. En als het ook nog eens windkracht 3 à 4 is waardoor de klanken wat verwaaien, dan houd ik het niet meer droog. De zegenende pastoor, de doden en de levenden; het prachtige kerkhof, de ruisende bladeren; de waterige zon; de harmonie.... Hoewel ik mijn tranen meestal wantrouw, ik ben nogal gevoelig voor B-films, gun ik ze op Allerzielen het voordeel van de twijfel.

Theo van Duren

 

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties