Landerd

Olympisch record scriptieschrijven - Column Theo van Duren

Door Theo van Duren

Of ik a.u.b. alleen nog over huis- tuin- en keukenbelevenissen wil schrijven, vroeg VVD-raadslid Madeleine Hoek me vorige week. Dit nadat ik haar royale inbreng over de zegeningen van een Maashorstgemeente van zuinig commentaar had voorzien. Een politica die je smeekt om niet over politiek te schrijven, dat is zo’n beetje het allerhoogste dat je als columnist kunt bereiken. Uit dankbaarheid vandaag dus geen woord over Landerdse bestuurders en raadsleden die nu al 3 jaar lang hun burgers bedotten met de belofte van een sprookjesgemeente waarvan ze weten dat die er nooit zal komen. Geen zorgen dus mevrouw Hoek, vandaag een ouderwets gezellige column over iets waar u mogelijk ook nog warme herinneringen aan hebt: de studententijd. En meer specifiek de ongelooflijke snelheid waarmee ik mijn afstudeerscriptie heb voltooid.

Het zou zo maar kunnen namelijk dat ik in 1987 het Olympisch wereldsnelheidsrecord doctoraalscriptieschrijven heb gevestigd. We zullen het nooit zeker weten want het is als nieuwe sport nimmer toegelaten. Het zou me echter zeer verbazen als ooit in de geschiedenis van de mensheid iemand erin geslaagd is om een doctoraalscriptie te schrijven in minder dan 4 weken. Want dat is het record dat doorbroken zal moeten worden om mij de titel te ontfutselen.
Hoe heb ik dat voor elkaar gekregen? Door af te studeren op Stilistiek bij dr. Heijmans van Middeleeuwse Letterkunde. Dat was een aimabele man die alles wist van Beatrijs en Van den vos Reynaerde maar die, net als ik, geen lood verstand had van Stilistiek. Meteen toen ik hoorde dat de hoogleraar die daar wel verstand van had, onverwacht uit de running was geraakt, ben ik naar Heijmans gegaan met de vraag of hij de taak van de hoogleraar wilde overnemen. Dat wilde hij wel doen want hij vond het buitengewoon sneu voor mij als ik niet verder zou kunnen met mijn scriptie. Dat ik pas de dag ervoor op het idee was gekomen, wist hij niet. Je moet de waarheid spreken, maar je hoeft niet alles te vertellen.
Een maand later leverde ik mijn scriptie in. Het fijne weet ik er niet meer van, maar de titel was als ik me goed herinner iets in de trant van: De schijnbare interferentie tussen de generatieve taalkunde van Noam Chomsky en de annotaties van prof. Johanson in zijn onderzoek naar de stilistische kenmerken in het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden in het werk van Hans Christian Andersen.
Enige tijd later zat ik bij dr. Heijmans aan zijn bureau. Hij had de scriptie voor hem liggen. Hij keek nog eens naar de titel, zuchtte een keer diep, richtte zijn hoofd op en met zijn vinger tikkend op de scriptie zei hij: ‘Ik heb nog nooit zoiets gelezen. Ik ben blij dat hij zo dun is, want er is waarachtig geen touw aan vast te knopen. Deze scriptie is geniaal of broddelwerk. En ik vermoed het laatste. Ik zal het goed met u maken meneer Van Duren: u krijgt van mij een zes op voorwaarde dat u belooft dat u per direct en voorgoed de wetenschap verlaat.’

En zo heeft het dus kunnen gebeuren dat een weinig belovende wetenschappelijke carrière in de knop is gebroken en die van columnschrijver is geboren. Dat er ruim dertig jaar later nog sprookjesvertellers zouden zijn die dit betreuren, had dr. Heijmans niet kunnen bevroeden.

Theo van Duren

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties