Grave

Zware druk - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

Een aantal keer per jaar is het zover. De avond van tevoren wordt het door vrouwlief aangekondigd: “Morgen gaan we je kamer weer eens opruimen”. Een voor mij angstaanjagende boodschap. Met ‘we’ bedoelt ze dat er ook mijnerzijds activiteiten verricht dienen te worden. ‘Morgen’ is zo dichtbij dat ontsnappen schier onmogelijk is.

Je moet weten dat ik trouw bijna elke dag de stofzuiger ter hand neem en mijn werkkamer per millimeter stofvrij maak. Trots ben ik daarop. Helaas blijft er bij de periodieke gezamenlijke schoonmaak beurt van die trots weinig over. Niets eigenlijk. Eén simpele streek met een vinger over de vensterbank. De vinger met de donkergrijze top wordt voor mijn neus gebracht. En dan de blik. Die blik, moet ik zeggen. Voor mij het teken dat alle weerstand het predicaat ‘nutteloos’ krijgt. Volledige overgave is een voldongen feit. Ons huwelijk komt weer onder zware druk te staan.

In mijn werkkamer vormen twee haaks op elkaar staande tafels, mijn bureau. Ik wil best toegeven dat alles wat zich op dat bureau bevindt, voor de buitenstaander, misschien een niet helemaal goed georganiseerd geheel lijkt. Voor mij, als gebruiker, is dit het toppunt van organisatie. Ik weet precies waar alle ‘papiertjes met aantekeningen’ liggen. Op welk stapeltje de recente communicatieblaadjes aanwezig zijn, in welk doosje mijn onmisbare potloodjes, balpennen, gummetjes, puntenslijpers, nietmachientjes, paperclips, visitekaartjes, schaartjes en dat soort voor mij onmisbare hulpmiddelen zitten. Bijna feilloos kan ik, als Ria erbij staat en daarom vraagt, een klein memoblokje te voorschijn toveren. Kortom, een bureau waaraan het goed werken is.
En dan komt vrouwlieflief binnen. Stofzuiger, emmer met sop, vreemde doekjes en krabbertjes. Allerlei gek spul. Wat mij evenwel pure angst inboezemt, zijn de blauwe vuilniszakken, die ze onder haar arm heeft, uitslaat tot de zakvorm duidelijk is, en met een strenge blik schuin tegen de muur drapeert. Ik voel alle kracht uit mijn armen en benen wegglijden. Mijn denken, waaruit menig uitvlucht is ontsproten, lijkt op tilt geslagen. Ik voel het aan alles. Ik ben de pineut.

“Kom, dan zetten we eerst de tafel aan het raam een beetje deze kant uit”. Mijn God, de tafel waarvan de ene poot er ooit eens op onverklaarbare wijze onderuit is gevallen, en waarvan ik al diverse malen heb beweerd dat die nou weer helemaal oké is. Samen pakken we de tafel op. De poot valt met een doffe klap op haar door reuma geteisterde voet, en in mijn hoofd klinken alle signalen die je normaal op de eerste van de maand, precies om twaalf uur hoort. Het dansje van pijn dat vrouwlief maakt, werkt op mijn krachteloos gemoed op die plaats, waar zich het centrum van de ‘slappe lach’ bevindt. Niets tegen te doen. Crisis is nakend. Wat heet, met een van pijn verwrongen gezicht vraagt ze zich af, hoe ik op zo’n moment ook nog kan lachen. Zo’n opmerking is olie op de golven van mijn machteloze lach. De tranen stromen over mijn wangen. Ria draait zich om en strompelt de trap af. Ruim vijf minuten duurt de nalach.
Beneden kom ik in een oceaan van stilte. Mijn lief haar verwonding blijkt mee te vallen, want ze leest de krant. “Zal ik eerst die poot maken?” probeer ik. De volgende twee dagen maakten me duidelijk dat dit niet helemaal de juiste vraag was.

Mijn bureau met opslag is deze keer gered door de gong. De mededeling van lief dat ik voortaan voor mijn eigen kamer ‘mag’ zorgen neem ik met een korreltje zout. Ik blijf op mijn hoede.

Freddy Klooté

 

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties