Grave

Wachten - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

De mens heeft bij zijn ontwikkeling door de miljoenen jaren heen vergeefs gewacht op de gave om in alle geduld wat tijd in niets doen door te brengen. Een verkeerslicht is al een beproeving. Het wachten op bus of trein lijkt per seconde negatieve energie op te wekken. Helemaal bont is het in wachtkamers van dokter of ziekenhuis.

Laatst werd ik uitgenodigd door een geneesheer, die met me van gedachten wilde wisselen over mijn gezondheid. De moderne wachtkamer, zo zag ik, is er een zonder muren. Ook zonder tegenover elkaar zittende patiënten. Nee, alles naast elkaar, met uitzicht op deuren. Genummerde deuren, waarachter de dokters schijnbaar in alle rust, de stand van zaken met hun patiënten zitten te bespreken. De lange rij wachtenden wordt met de minuut ongeduldiger. Waar eerst de stilte overheerste, was er nu plotseling alle ruimte voor een voorzichtig gesprek met de buurman/vrouw/mens. Niet over het weer, want dat past niet in het ziekenhuis. De tijd. Dat was waar het over ging. De man naast me zat er, zo vertelde hij me, hier al twintig minuten. Netjes voor de deur van kamer vijf. Van alle andere kamers waren de deuren al eens open gegaan en werden mensen buiten gelaten. Even later gevolgd door het openen van die deuren, het verschijnen van dokters hoofd en het hard uitspreken van de achternaam van de volgende patiënt. Maar niet bij kamer vijf dus. Mijn buurman werd steeds ongeduldiger. Bij elke andere deur die nu open ging, keek hij naar mij. “Zie je wel?” Zo maakte hij me deelgenoot van zijn stijgend ongemak. Toen hij na ruim een half uur nog geen beweging van de deur had waargenomen, besloot hij naar de nabijgelegen receptie te gaan. “Let u even op mijn plaats?” vroeg hij. Bij de receptie werd hij netjes te woord gestaan. Toch was hij niet blij. Met een stevige vloek plofte hij naast me neer op de bank. “Is ze gvd met spoed naar een operatie geroepen. Het kan nog wel een half uur duren. Wie laat er nu mijn hond uit?” Hij huilde bijna van boosheid. Het werd er niet beter op toen mijn naam werd geroepen en ik in kamer vier verdween. Toen ik een kwartier later het kamertje, gerustgesteld, verliet, zat mijn buurman nog steeds op zijn zelfde plaats. Tevreden slurpend aan een kopje koffie. In het voorbij gaan vroeg ik nog of er al iets bekend was over zijn dokter. Met een blij gezicht keek hij me aan: “Ik heb van de receptie al twee bakjes koffie gehad. En excuses. En als ik nog een bakkie wil kan ik die zo gaan halen”. “En de hond?” vroeg ik. “Die heb ik helemaal niet eens, maar die gebruik ik altijd als smoes, als ik ergens te lang moet wachten. Ook zin in koffie? Ze verwennen me hier hoor. Ik heb de beste dokter van het hele spul. Als er iets mis gaat bij een operatie moet zij de zaak redden. Mijn dokter hè”.

Vreemd wezen, de mens.

Freddy Klooté

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws

112-meldingen


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties