Grave

Rommeldag - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

Niet zo best geslapen, eigenlijk. Vandaag was het een drukke dag. Agenda, die ik bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd al in de prullenbak had gegooid, was al lang vervangen door jaarlijks nieuwe exemplaren. Ik merkte dat ik hem meer nodig had dan vroeger. Toen zat de planning voor de hele week al in mijn hoofd nadat ik het had opgeschreven. Als vrouwlief Ria nu vraagt wat er deze week op de agenda staat, moet ik haar meestal het antwoord schuldig blijven. Een kwestie van relaxt leven. Zeg ik. Ouder worden en van alles vergeten. Zegt Ria. Dus is het een vorm van relaxt door het leven fladderen.

Volle agenda dus vandaag. Om 9 uur, thee en krantjes op bed, ging de telefoon. Of er een afspraak verzet kon worden. Maar natuurlijk kan dat. Geen probleem, want dat woord bestaat niet meer. Even later, ik was nog steeds niet in het sportkatern van de krant gekomen, weer dat toontje dat bij onze telefoon hoort. Iemand die we een maand geleden gebeld hadden voor een klusje in huis. Of ik nog eens foto’s van het ongemak wilde maken. De vorige waren bij iemand anders beland die er niet meer werkte. En verder hadden ze het druk, druk, druk. “Corona, je weet wel”.

Na het ontbijt maar snel naar mijn “kantoor” boven. Halverwege de trap kwam de rommel me al tegemoet. Bij wijze van spreken dan. Zelf vond ik het er wel goed uitzien. Ja, hier en daar een stapeltje, veel losse blaadjes met telefoonnummers en data. Pennen. Veel pennen. Plakband, oude Arena’s (veel) en andere kranten die ik nog moet lezen. “Ziet er goed uit”, zei ik. “Vind je?” zei vrouwlief achter me. Twee woorden die een mooie gedachte uiteen deden spatten. Het was warm buiten. Heet zelfs. De eerste zweetdruppels kwamen door de huid van mijn voorhoofd heen. “Vanmiddag ontvang je hier nog iemand voor een interview”, sprak de vrouw die hier in huis niet alleen de lakens opvouwt. Gelukkig werd ik gered door de telefoon. Een afspraak voor morgenochtend? Dat kon. “Doe jij de deur even dicht”, zei ik tegen mijn lief.

Opgewekt met de column begonnen. Eerst nadenken waarover. Het moeilijkste deel. Corona? Getver. Prinsjesdag. Nee, ook niet. Buiten interpreteren twee chauffeurs de voorrangsregel op hun eigen wijze. Gepiep, open raampjes, middelvingers. Gierende banden en wegwezen. Een loslopende hond komt niet terug naar het baasje. Aandacht even weg. Iets over natuurbehoud? Mwah, katten aan de lijn omdat ze graag vogeltjes op hun menukaart hebben. Tja, ook niet nieuw. Bovendien eten die vogeltjes onze wormpjes op. En die wormen kunnen we als aas bij het vissen gebruiken. Gut, wat een leuk autootje rijdt er voorbij. Lichtblauw met een witte bovenkant. Even goed naar het merk kijken. Hè, net niet gezien. Misschien iets over hybride auto’s. Nee, daar weet ik niks vanaf. “Wanneer ga je naar de slager?” klinkt het van beneden. De slager? “Ja jij zou vandaag gaan want het is Prinsjesdag en dan is de tv van mij”. Nou, dan maar eerst naar de slager.

En zo verdwijnen de uren in de prullenmand. De tour kan ik vandaag wel schudden. Dan na het avondeten nog maar met de column beginnen.

Na het interview tussendoor is het avondeten wat later. Kleindochter vraagt of ik haar even voor school kan helpen. Natuurlijk. NEC speelt om 21.00 uur. Maar eerst de column af.

In de krant valt mijn oog op een artikel: “Hoe wordt geluk gemeten?” Met de ladder van Cantril. Ja, dat is iets voor de column.

Freddy Klooté

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties