Grave

Onweer - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

Vorige week, bij de omslag van het weer, onweerde het weer. ’s Nachts nog wel. Een tijdstip dat van elke inbraak van licht in je slaapkamer een speciaal effect maakt. Een passerende auto kan al van een afstand zijn koplampen op je muur loslaten. Een kleine flits. Voldoende om je slaap weer even uit te stellen.

Want, na een weerbericht waarin men voor de komende nacht onweer voorspelt, ben ik een slechte slaper. Vrouwlief Ria is na een seconde al in een diepe slaap beland en ik ben nog niet eens begonnen. Zij zegt naderhand dan altijd dat ik op dat onweer lig te wachten. Ik ontken, tegen beter weten in. Simpelweg omdat ik op mijn dood ben voor die hevige flitsen en vooral die keiharde knetterslagen die erop volgen. Ik lig tussen de flits en de donderslag ook hevig te tellen. Elke tel staat voor 300 meter afstand heb ik ooit ergens gelezen.

Eind jaren ’50 van de vorige eeuw was ik een verwoed visser. Nadat ik een paar jaar met stukjes brood aan een haakje had zitten pielen om een voorntje of brasempje te verschalken, was ik overgegaan op het “grote werk”. Peuren. Niks te gefriemel met een haakje meer. Nee, een tros met wormen. Aaneengeregen aan een nylon draad, opgerold aan drie vingers tot een tros, die door de hengel op en neer te bewegen, mooi openging. Als een verliefde roos bij de eerste zonneschijn van de dag. Vooral palingen waren het doelwit van mijn jacht op voedsel. Een gewone stok, met een vislijn, een fikse dobber, wat loodjes en de tros waren mijn gevechtsuitrusting. Natuurlijk een soort tas met wat extra materiaal en tot slot een onmisbaar attribuut: de paraplu. De niet-peurders onder jullie zie ik de wenkbrauwen fronsen. Ja, het is echt waar. Juist omdat de hongerige paling zijn tanden in de worm zette, daarbij ook in de nylon draad beet en daar even aan bleef hangen, moest er snel opgehaald worden en de buit in veiligheid gesteld. Dat gebeurde in een paraplu, die ook aan een stok bevestigd was en niet ver van de dobber een plaatsje had gekregen.

Vooral bij zwoel weer “liep” de paling. En vooral als het onweer losbrak, leken alle palingen last te hebben van een hongerklop. Mijn dobber ploegde amechtig heen en weer in het water. De paraplu zette zich schrap. Palingen vlogen, soms twee of drie tegelijk in de opvang. Om me heen knetterde het onweer. Als een soort triomfmuziek klonk het in mijn oren. Mijn triomfantelijke thuiskomst kreeg een fikse deuk door de boze, bezorgde blikken van mijn ouders. Ze informeerden, niet al te vriendelijk, naar mijn geestesgesteldheid. Als puber trok je je daarvan natuurlijk niets aan. Ook bij een volgende zwoele avond zat ik bij het water. Met de wormen.

Op een namiddag in de vakantie was ik in de keuken van het sportpaviljoen op het sportpark in mijn geboortestad heftig in de weer met het omvormen van aardappelen tot frieten. Het onweer barstte in alle hevigheid los. Een enorme wolk ledigde haar inhoud. Een bliksemflits leek samen te vallen met een nooit eerder dondergeluid. Boven de frietpannen leek een gele bol met een oorverdovend geluid te ontploffen. Mijn moeder, haar trouwe hulp Suus en ik stonden als versteend in de keuken. In het paviljoen stonden de mensen op elkaar gepropt te schuilen. Na die laatste onvergetelijke klap was het plotseling over. De regen stopte en de lucht klaarde op.

Het was een middag die mijn leven voorgoed veranderde.

Freddy Klooté

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties