Grave

Nieuw - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

Mijn moeder baatte bijna 30 jaar het paviljoen op het sportpark in Aardenburg uit. We praten dan over een periode die eind jaren ’50 van de vorige eeuw begon. Er was een openlucht zwembad en een speeltuin bij. Naast voetbalvelden (met een echte tribune) en tennisbanen (met een echt clubhuis). Alles gebouwd onder de bezielende leiding van de toenmalige burgemeester Sjef van Dongen. Een doordouwer. Bekend in heel Europa door zijn deelname aan de expeditie om op de Noordpool de vermiste Italiaanse poolreiziger Nobile met zijn bemanning op te sporen.

Onbevreesd. Recht op zijn doel af. Toen iedereen nog in een wasteil op het aanrecht werd gewassen, opende hij een splinternieuw zwembad. De knikkers werden opgeborgen, want we konden op de glijbaan. Dus moest er iemand gevonden worden die in dat paviljoen de scepter zwaaide. Burgemeester Van Dongen had daarvoor geen advertentie nodig. Mijn vader, die op het stadhuis werkte, kreeg de burgemeester voor zijn bureau, die hem vroeg of hij eens met Marietje mocht gaan praten. Mijn vader keek verbaasd en dat was voor de burgervader het sein dat hij mijn moeder mocht bezoeken. Mijn moeder heeft het verhaal wel duizend keer verteld: “Er werd gebeld en daar stond de burgemeester voor de deur. Hij vroeg of hij binnen mocht komen. Eerst dacht ik dat er iets met onze Willy was gebeurd, maar zijn gezicht stond daarvoor te vrolijk. Ja, hij lustte graag een kopje koffie. Doe maar Belgische, zei hij nog”. En telkens lachte ze, als ze het vertelde. “Ik had geen flauw idee wat hij kwam doen. En toen zei hij gewoon: Op het nieuwe sportpark staat een paviljoen. Dat houdt Miep van de badmeester nu af en toe open. Maar dat moet gewoon goed draaien. En dat is iets voor jou”. Zo ging dat in die tijd. Twee dagen later was mijn moeder in “haar” paviljoen. En ze bleef er 30 jaar lang werken. Het volk uit Nederland en België kwam toegestroomd. Dat vroeg, nee, smeekte om friet. Dus werd een loket aan de zijkant van het paviljoen gecreëerd van waaruit de hongerigen gevoed werden.

Een zakje friet (echt geen frites of patat) kostte een dubbeltje. Voor vijf cent extra kwam daar een dot mayonaise overheen. Of piccalilly. Alles netjes in een papieren zakje met een houten vorkje erop. Later kwamen ook de frikandellen, kroketten en warme worstjes in eenzelfde omhulsel en met hetzelfde bestek erbij. En dat bleef zo 30 jaar lang.

Maar zie. Het zakje werd een bakje. Het houten vorkje was ook al niks en werd vervangen door een plastic exemplaar. Mijn moeder was al gestopt met het paviljoen. Gelukkig maar. Een nieuwe tijd brak aan in de geschiedenis van het meeneem-eten. Plastic werd de norm. Gelukkig konden we nog de grens over om in Maldegem een echte zak friet te eten. Bij Sjefke.

En nu is het gedaan met het plastic. Er wordt dringend gezocht naar alternatieven. Nou, mijn moeder zou het wel weten.

Freddy Klooté

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties