Grave

Maatschappij - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

Op 4 november 1973 besloot het toenmalig kabinet Den Uyl dat de aanvoer van olie dusdanig verminderd was door de crisis in het Midden-Oosten, dat we de auto op zondag thuis moesten laten staan. Premier Joop den Uyl hield een historische tv-toespraak. En het volk gehoorzaamde. Ook al kwam het voor veel mensen slecht uit. Er waren natuurlijk uitzonderingen. Dokters op weg naar een patiënt. Ambulances en politie uiteraard ook. Maar voor de rest moest je wel een heel erg goeie smoes hebben om gemotoriseerd de weg op te gaan.

Vrouwlief Ria en ik woonden nog maar pas in Grave. We reden nog regelmatig heen en weer naar Zeeuws-Vlaanderen om onze ouders te zien. Een nachtje blijven slapen. Gewoon even laten zien, dat ons vertrek, dat een grote schok veroorzaakte bij onze ouders, niet zo dramatisch was. Dat we niet aan het andere eind van de wereld waren gaan wonen. Hoewel het toen, voor iemand die angst had om te varen, en de weg via Antwerpen genomen diende te worden, daarnaast ook niet alle steden die we passeerden al rondwegen hadden, het best nog een hele onderneming was.

Toen we de weg niet meer op zondag mochten berijden, was het dan ook over met de bezoekjes aan ons verlaten land. Op zondag werd de snelweg het domein van spelende kinderen. Niet dat er ook maar iets te beleven viel op zo’n leeg stuk beton, maar het idee dat er nu iets van jou was, dat anders onbereikbaar was als speelplaats, was iets bijzonders. Er doken zelfs foto’s op van groepen jongelingen die midden op de snelweg zaten te genieten van een heuse picknick. Op de foto hadden ze enorme schik. Ik vermoed dat het qua temperatuur en fysiek gemak toch even doorbijten was. Maar, de regering had zo beslist en het volk gehoorzaamde.

Bijna een halve eeuw later worden we geteisterd door een virus. De tijd is veranderd. Aan alles wordt getwijfeld. Tegen alles wordt geprotesteerd. Saamhorigheid vind je, met een beetje geluk, nog alleen bij de plaatselijke biljartclub. Voor de rest is het mooie land aan de Noordzee tot op het bot verdeeld. Samen iets oplossen? Vergeet het maar. Als de premier, in navolging van Den Uyl nu een toespraak houdt, bekeken door 8.4 miljoen mensen, staat er buiten het torentje een groepje volwassen medeburgers met een stokje op een lege pan te slaan. En roepen ze onverstaanbare dingen, die zelfs Irma niet in doventaal kan omzetten. Ik heb daar geen last van, tenzij ze deel uitmaken van de medeverspreiders van het virus. Een discussie is inmiddels niet meer mogelijk, want als je die burgers zou aanspreken en het woord “virus” zou laten vallen, zouden ze antwoorden dat er geen virus is.

Lastige tijden dus. In Wuhan, waar het virus is begonnen, werd het daar nogal snel de kop ingedrukt. Wie het zou durven ontkennen onderging het zelfde lot. Dat schijnt te helpen. In ons polderlandschap vliegen door de ontelbare beraadslagingen, adviescommissies, teams die er verstand van hebben, de meningen door elkaar als groenten in een hutspot.

En dan komt de grote finale. De lockdown, om het maar weer in goed Nederlands te zeggen. Alles dicht. Behalve die grote winkel. De kleine winkel ernaast die gespecialiseerd is in dingetjes die die grote winkel ook verkoopt moet dicht. Dus een opeenhoping van mondgekapte burgers in die grote winkels. Misschien had het net andersom gemoeten.

Conclusie: in 1973 snapten we er niets van, maar hielden we ons stil. In 2020 snappen we er niets van en gaan we met een stokje en een pan de straat op.
Maar het vaccin is op komst. Doe stokjes en pannetjes nog maar niet weg, kinderen.

Freddy Klooté

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Meest gelezen

Laatste reacties