Grave

Jan Nuijen is er voor kinderen met leerproblemen

'Kijken hoe het kind leert en wat het wél kan'

Door Freddy Klooté

GRAVE - Vorig jaar nam Jan Nuijen (“meester Jan”) na 38 jaar afscheid van openbare basisschool Hartenaas: “Ik heb er in diverse klassen les gegeven. Was er ook 25 jaar adjunct-directeur. Ook ben ik vele jaren druk geweest als intern begeleider en remedial teacher. Een combinatie van zowat alles wat zich op een basisschool kan afspelen”. Sinds enige tijd geeft Jan “bijlessen” aan kinderen die problemen hebben met een bepaald vak: “Zelf spreek ik liever van ondersteuning. Het gaat niet alleen om die sommetjes, maar ook over de manier waarop een kind leert. En vooral, wat een kind wél kan. Dat is de basis van waaruit ik kan beginnen”.

Jan Nuijen is de afgelopen jaren vooral in het nieuws geweest als de bedenker van het samengaan van de Graafse voetbalverenigingen SCV’58, Estria en GVV’57. En het vervolg daarop, de ontwikkeling van een nieuw sportpark aan de Kranenhof. Hij heeft geen bezwaar als ook dat even ter tafel komt: “Het heeft de gemoederen in Grave best een tijdje bezig gehouden. Het bracht jong en oud van EGS (de voorlopige verzamelnaam van de drie clubs) tezamen op het stadhuis van Grave bij de raadsvergaderingen waarop het besluit over het nieuw aan te leggen sportpark werd genomen”. Als ik hem gekscherend “de man van 5 miljoen” noem, lacht hij bescheiden: “Het zijn er maar 4 voor de gemeente en één van het Rijk hoor”.

Jan Nuijen
Jan Nuijen is een echte Gravenaar: “Ik ben geboren in de Maasstraat. Ben ook hier naar school gegaan. De Sint Jozefschool en later de Griend, nu het Merletcollege. Ik voetbalde geloof ik eerder dan ik kon lopen. Mijn eerste ruitje dat ik intrapte was van de St. Elisabeth. Op de Pabo Groenewoud leerde ik alles over verschillende onderwijssystemen. Ik werd vooral geraakt door scholen waarin het kind centraal stond. Na mijn eindexamen vond ik eerst zo’n school in Nijmegen. De Tarcisiusschool voor zeer moeilijk lerende kinderen. Van daaruit kwam ik terug in “mijn stadje”, Grave. Op Hartenaas, de school waar ik ook al stage had gelopen en die me meteen geraakt had. Daar heb ik alles geleerd en kon ik dat ook in praktijk brengen. Die praktijk bestaat, na mijn afscheid van Hartenaas, uit ondersteuning van kinderen”.

Ondersteuning van kinderen
De kranten stonden er vorige week vol van. Steeds meer kinderen hebben behoefte aan bijlessen. Zelfs 1 op de 3 in het voortgezet onderwijs en iets minder op de basisscholen. Jan: “Ja, ik heb het ook gelezen. Met grote verbazing. Ik denk dat dit met name in de grote steden speelt. Maar het onderwijs maakt inderdaad lastige tijden mee, met kwesties als de tekorten aan leraren en het gedoe over salarissen en werkdruk. Ik kan me nu gelukkig richten op kinderen die door hun ouders bij me aangemeld worden voor “bijlessen”, zoals dat nog steeds genoemd wordt. Zelf praat ik liever over ondersteuning, omdat dat breder is. Natuurlijk gaat het over het vak dat problemen geeft, maar het gaat vooral over het kind. En als het over het voortgezet onderwijs gaat, over de leerling. Ik heb het dan over zelfvertrouwen, concentratie, leerhouding. Stap voor stap win ik hun vertrouwen zodat ze later op eigen kracht verder kunnen. Ik kijk hoe een kind leert en ga daar mee aan de gang. Kinderen kunnen feilloos uitleggen wat ze wel of niet kunnen. Daarom is een sfeer van vertrouwen nodig, zodat ze dat ook durven. Mijn ervaring in het onderwijs zorgt ervoor dat ik weet welke stappen ik moet zetten. Je zoekt samen met de kinderen. Fouten maken mag. Dat doe ik zelf ook. Ik krijg nu kinderen van de basisscholen vooral voor rekenen en spelling. Voor het voortgezet onderwijs is dat wiskunde, economie, Nederlands, NASK. Het is een samenspel tussen ouders, school, kind en mij. Bij elk kind kan die overlegstructuur anders zijn”.

Jan heeft nog niets van zijn enthousiasme verloren. Hij gelooft nog steeds in de positieve benadering van de kinderen. Niet beginnen met de nadruk op wat ze niet kunnen. Dat wil je als volwassenen ook niet. “Per leerling neem ik een begeleidingstijd van drie kwartier. Dan is de concentratie genoeg op de proef gesteld. Het is zowel voor het kind als voor mij intensief werken. Ik heb dan ook de ruimte om te observeren. Hoe is de aanpak van taken, concentratie, verzorging van het werk? Ik heb ook de mogelijkheid om meteen het werk na te kijken en samen te bespreken. Ik geef meestal een schriftelijke evaluatie naar de ouders. Indien gewenst kan dat overigens ook mondeling. Ik spreek af voor 7 weken, eenmaal per week. Dan kijk ik hoe het loopt. Als het kind dan alleen verder kan is het doel bereikt. Soms is verlenging nodig”, vertelt Jan.
Hij kan nog uren verder praten over onderwijs en is zeker nog lang niet klaar met zijn liefde voor het onderwijs.

Meer informatie kunt u krijgen via jan.nuijen@home.nl

 

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties