Grave

Echtpaar Bruijns-van der Hoeven 50 jaar getrouwd

'Hij kwam, zag en overwon'

Door Freddy Klooté

GRAVE - Het is gezellig bij Jan en Clazien Bruijns. Twee mensen met humor. Met prachtige uitspraken. Meegenomen uit hun geboortestreek in en rond Rotterdam. Groot geworden op en rond de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog, die veel verwoestte, maar hun vermogen tot de brede lach ongemoeid liet.

Jan Bruijns: “Ik ben op 6 april 1945 in Rotterdam geboren. Het was nog oorlog. Ik was de zevende zoon, het elfde kind van totaal twaalf kinderen. Mijn vader kwam uit Heerhugowaard en was tuinder. Toen de overheid dat tuinieren niet meer zag zitten werd hij melkboer in Rotterdam. Ik wilde priester worden, om de mensen te helpen. Na de lagere school ging ik naar het Klein Seminarie in Bergen op Zoom. Daar heb ik het gymnasium B gehaald. Na 13 maanden Noviciaat in Asten en een half jaar Groot Seminarie in Liesbosch was ik er klaar mee”. “In Liesbosch heeft hij het licht gezien”, grapt Clazien. “Zeg dat wel”, antwoordt Jan, “ik ging weer snel naar huis in Rotterdam en ben een studie wiskunde begonnen aan de Technische Hogeschool Delft”.

Clazien van der Hoeven: “Ik kom uit een gezin met drie kinderen. Mijn vader was boerenzoon. Ik ben geboren op 3 september 1945 en omdat we in de Schieveense polder woonden ging ik naar de lagere school in Berkel en Rodenrijs. Drie kwartier fietsen van huis. Ik kreeg les van de nonnen”. Clazien trekt een gezicht alsof ze naar een griezelfilm kijkt. “Ja, dat was erg. Heel erg. En dan schreef ik ook nog eens met mijn linkerhand. Een drama was dat. Ik moest en zou met rechts leren schrijven. Ik weet nog goed dat bij de schrijfles mijn linkerhand achter op mijn rug werd vastgebonden. Ook herinner ik me nog dat mijn tante een nieuw jurkje had gemaakt. Met heel korte mouwtjes. Na drie kwartier fietsen kwam ik de klas binnen en kon meteen weer terug naar huis. Mouwtjes te kort. Nou, toen heeft mijn vader een brief op poten geschreven. In 1959 verhuisden we naar de rand van Rotterdam en ging ik naar de middelbare school”.

Samen
Claziena werkte bij V&D en later nog in een textielzaak, alvorens ze ging werken in het Sint Franciscus Gasthuis als keuken-assistent voor speciale dieetmaaltijden. Jan studeerde ijverig in Delft. Toch was er ook tijd voor ontspanning. Clazien: “In 1967 ging ik naar het Paasbal bij dansschool Wuyster in Rotterdam. We mochten al heel vroeg gaan dansen”. Jan: “Ik kwam net van het seminarie en dacht dat het tijd was om eens te gaan dansen”. “Het was een contrafilet”, lacht Clazien. “De dames vragen dan een heer. Ik tikte een grote, lange man op de schouder, en weg waren we. Het was meteen raak. Hij kwam, zag en overwon”, schatert Clazien het uit. In 1969 zijn ze getrouwd. Voor de wet en voor de kerk. Ze woonden in een klein huisje in Rotterdam-Noord. In september 1970 werd zoon Peter geboren, in 1971 verhuisde het drietal naar Zoetermeer, waar in ’72 dochter Ilse is geboren. Jan studeerde in 1973 af als wiskundig ingenieur.

Grave
In 1973 verhuisde het jonge gezin naar Grave. Jan: “Ik kreeg een baan bij de Radboud Universiteit op de afdeling Medische Fysica. Daar werden onderzoeken gedaan bij mens en dier. Ik verwerkte de onderzoeksgegevens op de computer”.
Clazien: “De verhuizing naar Grave was best pittig. Vier jaar lang hadden we het er moeilijk mee. Dat werd er niet beter op toen ik in een winkel aan de mevrouw achter de kassa vroeg of er in het dorp ook een vestiging van een bepaalde bank was. Het woord “dorp” werkte als een rode stier op die mevrouw en ik kreeg de wind van voren. Maar uiteindelijk raakten we gewend aan de rust en de gemoedelijkheid”.
Aan dat “gewend raken” is niets overdreven, als u weet dat Jan vrijwilliger bij Catharinahof is, suppoost bij de Kazematten en lid van het Bestuur van Senioren KBO Grave. Hij is een verwoed en uitstekend fotograaf. Clazien heeft vijf jaar als gastvrouw gewerkt in het Radboudziekenhuis op de afdeling Röntgen. Ze was 12 jaar oppas-oma van haar kleinzoon en is nog steeds vrijwilliger bij Catharinahof. Ze houdt van dieren en handwerken.

De toekomst? “Nog 50 jaar”, grapt Jan. “Zo nog een poosje doorgaan”, vult Clazien aan. Niets mankeren. Maar, zoals mijn vader zei: “Het is Gods hand, en daar kun je niet mee krabbelen”.

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties