Grave

Geduld - Column Freddy Klooté

Door Freddy Klooté

De laatste middag vóór de zomervakantie. 31 juli 1955. Nog twee uur te gaan voordat de verlossende bel klonk. De bel die een maand vrijheid beloofde. Een maand zonder naar urine stinkende gangen. Zonder urenlang zitten en luisteren. Of netjes schrijven. Eindeloze rijtjes sommen maken. Wie iets verkeerds deed kon in de hoek. Bij een lichte straf mocht je blijven staan. Een zwaardere straf betekende op je knieën in de hoek. Nablijven was een soort levenslang. Staan was even een strekken van de benen, op de knieën was een soort marathon. De meester was de rechter, hoger beroep was niet mogelijk.

De laatste middag dus. Twee uur. Wat duurde het lang. Ik zat strategisch, met uitzicht op de gang. En op de klok. De minutenwijzer was die middag je ergste vijand. En je ongeduld, dat als een giftige slang door je hoofd kroop. Als je de sommen af had, mocht je zitten wachten. Dat was een gevaarlijke tijd. Je hoefde maar iets te mispeuteren en het bracht je vrijheid in het gedrang.

Twee uur wees de klok aan. Pfff. Nog anderhalf uur oppassen geblazen. Neutraal zitten kijken. Even contact met je buurman zoeken leek op afkijken. Daarop betrapt worden? Dat gunde je je ergste vijand niet.

De naderende vrijheid leek het paradijs. In werkelijkheid was het extra tijd om te voetballen en te vissen. Een enkele keer achterop de fiets met je zusje en je ouders naar het strand. Een topbeleving. Dat zand, de geur van de zee. Bij slecht weer zat je binnen. Lezen. Voor de vierde keer Arendsoog en Witte Veder. Alleen de notabelen van ons lieflijke stadje gingen echt op vakantie. Een beetje notabele ging per caravan, de grote notabele laadde de auto vol en ging naar een hotel in het buitenland.

Ik moest er afgelopen weekend aan denken toen ik op tv mensen in opstand zag. Mensen die hun geduld waren kwijtgeraakt en tegen de lockdown de straat opgingen. Lang genoeg in hun vrijheid aangetast. Zat om naar de meester te luisteren. Lak hebben aan het waarom van die lockdown. Waarschijnlijk figuren die nog niemand in het ziekenhuis hadden liggen. Die nog niemand hadden verloren. Die niemand kenden die elke dag weer streden om levens van mensen te redden. Nee, egoïsten die zich niet bekommerden om het algemeen belang, maar gewoon het geduld niet meer hadden om zich naar de richtlijnen te voegen. Aangevuld met de beroepsprotesteerders, die eindelijk ook weer iets te doen hadden. De politie mocht weer het vuile werk doen.

Jammer dat de meesters van 1955 er niet meer zijn. Die hadden ze een hele week op hun knieën in de hoek laten zitten. Tot ook zij omver vielen.

Freddy Klooté

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties