Escharen

Mariska van Dijk promoveert als doctor in de Verplegingswetenschap

'Depressie na een beroerte'

Door Freddy Klooté

ESCHAREN - Het waren zes pittige jaren voor de 51-jarige Mariska van Dijk uit Escharen. Naast haar gezin, met jeugdliefde Nico Migchielsen en hun twee kinderen, had Mariska de handen vol aan werk en studie. Maar het is een doorzetter: “Ik vind het werken met mensen die zorg nodig hebben leuk en ook studeren blijft me boeien. Ik ben steeds op zoek naar verandering die ook een verbetering is”. Nog steeds reist Mariska vier dagen per week naar Utrecht. Met een tweeledig doel. Haar proefschrift voor de promotie in februari aan de Universiteit van Utrecht voltooien en het lesgeven in Verpleegkunde aan de Hogeschool van Utrecht.

Mariska van Dijk is in Nijmegen geboren. “Op mijn zevende verhuisden mijn ouders Henk en Annie van Dijk naar Grave. Ik ging naar Hartenaas en vervolgens naar het gymnasium aan het Dominicuscollege in Nijmegen. Wat ik daarna ging doen stond voor mij al lang vast. Toen ik twaalf was moest ik naar het ziekenhuis. Tijdens mijn verblijf daar wist ik het plotseling. Dit wil ik later ook gaan doen. Werken in een ziekenhuis. Ik ga de verpleging in. De liefdevolle zorg voor me tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis zal zeker een rol daarbij gespeeld hebben”. Na haar diploma HBO-V in Nijmegen gehaald te hebben ging Mariska aan de slag in Wolfheze, in de psychiatrie: “Op de behandelafdeling voor mensen met stemmingsstoornissen. Ik heb daar acht jaar gewerkt en er ontzettend veel geleerd. Ik begon er als 20-jarige. Op een afdeling met erg zieke mensen. Psychisch in hoge nood. Er was een open en een gesloten afdeling. Er was veel agressie. Ook waren er veel suïcides. Ik leerde er als verpleegkundige dat je eigen ik ook een verpleegkundig instrument is. De manier waarop je reageert en je opstelt naar de patiënt is heel belangrijk. Het heeft veel invloed op hoe de patiënt reageert. Je zoekt altijd naar een manier die de beste contacten oplevert: hoe je de patiënt kunt bereiken en ondersteunen. Dat noemen we verpleegkundige interventies. Ieder mens is verschillend en iedere stoornis is anders. Daarom moet je daar ook verschillend op reageren. In die acht jaar heb ik een ruime basis gelegd”.

Sint Maartenskliniek
In 1996 ging Mariska in de St. Maartenskliniek werken. “Op de revalidatieafdeling voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Over het algemeen met letsel dat veroorzaakt is door een ongeluk of een beroerte. Daar heb ik ruim vijftien jaar gewerkt. Ik zag daar de ingrijpende invloed van hersenletsel op het leven. Zowel lichamelijk, wat de buitenwereld ook ziet, als de mentale stoornissen als concentratieverlies en een cognitieve stoornis. De mensen die me het meeste raakten waren patiënten met een afasie. Die konden zich niet meer uiten en begrepen ook niet meer wat een ander zei. In die periode ben ik ook naar de Universiteit van Utrecht gegaan om daar Verplegingswetenschappen te studeren. In 2010 ben ik daar afgestudeerd op mijn scriptie “Signalen van depressie bij mensen met een afasie”. Ik heb het zo van nabij gezien wat een depressie met mensen doet. Dat intrigeert me en raakt me diep”. Inmiddels woonden Mariska en Nico al in Escharen en hadden ze twee kinderen. Genoeg te doen, zou je zo zeggen.

Promoveren
“In 2011 werd ik gebeld door de studiebegeleidster van de Universiteit van Utrecht. Of ik zin had in een promotieplaats. Het onderwerp was “Depressie na een beroerte. Ik zei meteen “ja”. Gelet op de ervaringen en studies, het werk en de belangstelling, was dit geen verrassend antwoord. Mariska: “Ik maakte de overstap naar Utrecht. De promotie hoorde bij het electoraat “Chronisch zieken”, onder leiding van prof. dr. Marieke Schuurmans. Mijn proefschrift, dat inmiddels bij de leesgroep ligt, bestaat uit het hoofdonderwerp “Depressie na een beroerte” en twee deelonderzoeken. Allereerst een onderzoek naar een meetinstrument dat verpleegkundigen kunnen gebruiken om depressiesymptomen te signaleren bij mensen met communicatieve beperkingen na een beroerte. Verder het maken van een toolkit voor verpleegkundigen en het ziekenhuis voor de afdeling neurologie. In die toolkit zitten twee meetinstrumenten. Eén voor mensen mét en één voor mensen zonder communicatieve stoornissen. Er zitten ook verpleegkundige interventies in die zij kunnen gebruiken bij signalen van mensen met depressieve symptomen en die kunnen helpen klachten te voorkomen of te verminderen op basis van eerder gedaan onderzoek”.

De promotie op 13 februari zal de kroon op het werk zijn van Mariska van Dijk. Wie zich met zoveel enthousiasme en gedrevenheid inzet voor de medemens in nood, heeft het zeker verdiend om Doctor in de Verplegingswetenschap te worden. Tijdens de verdediging van haar proefschrift zal Mariska worden bijgestaan door twee Paranimfen. Twee mensen die een speciale plaats in haar hart hebben. Broer Arnd van Dijk en hartsvriendin sinds de basisschool, Annabel Francissen. Op dit moment ligt haar proefschrift bij de “leesclub”. Een groep van vijf professoren uit de wereld van de psychiatrie, neurologie en revalidatie en verpleegkunde. Na hun toestemming kunnen Mariska, Arnd en Annabel hun speciale kledij alvast gereed leggen. En na de promotie? Mariska: “Dan ga ik voor het eerst in zes jaar eens een tandje minder zetten. ’s Avonds op de bank. Met Nico en de kinderen. Ik blijf natuurlijk les geven. Dat is zo leuk. Dat kan ik niet missen”.

|Doorsturen

Uw reactie


Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws

112-meldingen


Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties

Dagboek Diala en Enas