Gemeenten overhandigen brandbrief aan staatssecretaris Van Rijn

Zorgen over inkoop jeugdhulp

in regio Brabant Noordoost

Door De redactie

REGIO - Maandagmiddag ontving Staatssecretaris Van Rijn(foto) tijdens zijn bezoek aan Uden een brandbrief van alle gemeenten uit de regio Brabant Noordoost. In deze gezamenlijke brief vragen zij dringend zijn aandacht voor de zeer zorgelijke situatie in de regio Brabant Noordoost bij de inkoop van jeugdhulp voor 2015.

Hooggeachte heer Van Rijn,

Met deze brief vragen wij dringend uw aandacht voor de zeer zorgelijke situatie in de regio Brabant Noordoost bij de inkoop van jeugdhulp voor 2015. Voordat wij onze zorgen met u delen, stellen wij voorop dat wij achter de decentralisatie van de jeugdzorg staan en onze volle medewerking geven aan de transitie. Bovendien werken in onze regio gemeenten en jeugdhulpaanbieders schouder aan schouder aan de vormgeving van de transformatie. Daarom sturen wij u in gezamenlijkheid deze brief. We gaan eerst kort in op het inkoopproces in onze regio en op de zorgen die wij hebben. Deze zijn zowel financieel als inhoudelijk van aard. Tenslotte doen wij u een concreet voorstel om de problemen in onze regio in gezamenlijkheid op te lossen. Wij vertrouwen erop dat u hieraan uw medewerking zal verlenen.
Het inkoopproces in de regio Brabant Noordoost: transparant en constructief Voor de inkoop van werken wij in onze regio met de systematiek van Bestuurlijk Aanbesteden. Binnen dat kader ontmoeten gemeenten en jeugdhulpaanbieders elkaar maandelijks aan een overlegtafel. Aan deze overlegtafel wordt gezocht naar een juiste balans van inzet van middelen voor de toegang en voor lokale, (boven-)regionale en landelijke functies. Tot tevredenheid van zowel gemeenten als jeugdhulpaanbieders voeren wij een open dialoog met elkaar.
Met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van de inkoop hebben de gemeenten uiteraard de omzetgegevens van de jeugdhulpaanbieders uit de regio uitvoerig tegen het licht gehouden. De jeugdhulpaanbieders leverden de omzetgegevens conform afspraken en criteria aan. We hebben afgesproken dat ze daarbij:
- het woonplaatsbeginsel op de juiste wijze toepassen;
- onderscheid maken tussen 18+ en 18-;
- eventuele ‘vervuiling’ met andere zorg dan die is opgenomen in de Jeugdwet uit de gegevens filteren;
- eventuele ‘vervuiling’ in verband met hoofd- en onderaannemerschap uit de gegevens filteren;
- onderscheid maken tussen PGB’s en Zorg in Natura;
- onderscheid maken tussen regionale hulp en activiteiten of functies die vallen onder de landelijke of bovenregionale afspraken;

De grote en middelgrote jeugdhulpaanbieders hebben bovendien door middel van een accountantsverklaring aangetoond dat de door hen aangeboden gegevens correct zijn aangeleverd. In het overleg met vertegenwoordigers van uw ministerie op 25 september jongstleden is gebleken dat hierbij geen zaken over het hoofd gezien zijn. Desondanks is er een onverteerbaar probleem: er is een gat van ruim €15 miljoen tussen de middelen die in 2013 (ons rekenjaar) besteed werden en de middelen die voor inkoop van zorg beschikbaar zijn.
Dit leidt tot een onverantwoorde situatie. Onverantwoord voor gemeenten en zorgaanbieders vanwege grote risico’s voor kinderen en gezinnen. De wettelijk vereiste continuïteit én kwaliteit van zorg kunnen niet gegarandeerd worden en de zo gewenste innovatie van (organisatie van) zorg in en na 2015 staat onder zware druk. Aanbieders dreigen om te vallen en gemeenten lopen onaanvaardbaar financieel risico. De door u en ons beoogde zachte landing dreigt een crash te worden.

Huidige kortingspercentages leiden tot omvallen van instellingen en onacceptabel verlies van kwaliteit Bij aanvang van het transitieproces hebben wij onderzoek laten verrichten naar de financiële positie van de grote jeugdhulpaanbieders. Uit dit onderzoek door Bureau Berenschot blijkt dat een korting van meer dat 10% op het budget grote risico’s met zich meebrengt ten aanzien van het voortbestaan van deze aanbieders. Om deze reden hebben wij eerder afgesproken ons te richten op een korting van maximaal 10% in 2015.
Wanneer gemeenten uitgaan van de (door de accountant gecontroleerde) omzetcijfers voor het jaar 2013 alsmede van de door Vektis geleverde cijfers en het daarop gebaseerde budget in de meicirculaire kwamen wij in de regiobegroting uit op een kortingspercentage (omzetreductie) van 21% ten opzichte van het jaar 2013 voor alle regionaal werkende jeugdhulpaanbieders. Dit kortingspercentage zal met zekerheid leiden tot het omvallen van instellingen en een onacceptabel groot verlies van kwaliteit van zorg: lange wachtlijsten, voorkombare uithuisplaatsingen et cetera. Wij kunnen daardoor niet voldoen aan de wettelijke verplichting met betrekking tot zorgcontinuïteit.

Onze oplossingsrichting Gemeenten en jeugdhulpaanbieders zijn zeer intensief met elkaar in overleg over mogelijke oplossingen voor dit grote probleem. Wij zijn daarbij in vergaand stadium van overeenstemming over:
- een meerjarig perspectief 2015-2018
- korting toegepast via lumpsum
- een korting die innovatie niet in de weg staat.

Gemeenten hebben afgesproken om het kortingspercentage voor de regionaal werkende jeugdhulpaanbieders vast te stellen op maximaal 15%. Deze verminderde korting heeft gevolgen die zowel voor gemeenten als voor aanbieders onaanvaardbaar zijn. Gemeenten hebben nu geen enkele reserve meer voor:
- De bekostiging van jeugdhulpaanbieders die nog niet in beeld zijn, terwijl zich nog dagelijks nieuwe instellingen melden;
- Een onverwacht hoog beroep op jeugdhulp, waaronder dure voorzieningen als jeugdzorgplus;
- Méér PGB-aanvragen dan in ons rekenjaar 2013.
Jeugdhulpaanbieder geven bovendien aan dat dit kortingspercentage van 15% voor hen nog steeds onaanvaardbaar is. Zij geven aan dat de volgende risico’s bestaan:
- De wettelijk vereiste continuïteit kan niet gegarandeerd worden;
- De kwaliteit van zorg en de zo gewenste innovatie van (organisatie van) zorg in en na 2015 lopen ernstig gevaar;
- De korting voor instellingen loopt hoger op in verband met het gebrek aan compensatie voor OVA-middelen.

Wat vragen wij van u? Wij hebben nu een scherp zicht op de (door de accountant gecheckte) cijfers. Wij zijn in overleg met elkaar om de risico’s zo verantwoord mogelijk te verdelen en steken daarmee enorm onze nek uit. Daarmee komen we er echter niet. We hebben immers ook wettelijke verplichtingen. Gelet op het in de Jeugdwet opgenomen overgangsrecht hebben alle cliënten die op 31 december van dit jaar in zorg zijn, recht op voortzetting van die zorg in 2015. In de nu ontstane situatie kunnen wij dit recht op continuïteit van zorg niet waarmaken, niet voor nu en niet in de toekomst. Dit gaat onherroepelijk ten koste van kwetsbare kinderen en gezinnen! Wij pleiten hierin voor een aanpak waarbij inhoudelijke vernieuwing en continuïteit van zorg hand in hand gaan. Gemeenten kunnen in 2015 de hiervoor benodigde middelen niet opbrengen.

Wij doen u een concreet voorstel:
Geef ons in 2015 een financiële overbrugging. Het resultaat van deze overbrugging stelt gemeenten samen met aanbieders in staat om de
zachte landing te realiseren, naar continuïteit en kwaliteit van zorg, in combinatie met de zo gewenste innovaties met in achtneming van het landelijke financiële kader. Wij gaan ervan uit dat u dit voorstel serieus onderzoekt en gaan hierover graag met u in overleg,

Hoogachtend,

De heer mr. W.A.G. Hillenaar
Voorzitter van het Regionaal Bestuurlijk Overleg jeugd van de Regio Brabant Noordoost

|Doorsturen

Arenalokaal in beeld

Laatste nieuws



Vacatures

Specials

Ondernemend nieuws

Faillissementen

Jouw Arena

Meest gelezen

Laatste reacties