Schermer Bas Verwijlen uit Oss denkt wel honderd keer per dag aan de SpelenOSS - Na tweede plaatsen op het EK 2011 in het Engelse Sheffield en het WK 2011 in het Italiaanse Catania, waar hij slechts twee punten verwijderd was van de wereldtitel, verlangt schermer Bas Verwijlen meer dan ooit naar de hoogste plek op het internationale ereschavot. De Olympische Spelen in 2012 vormen daarvoor natuurlijk het ultieme podium voor de 28-jarige Ossenaar. “Ik ga in Londen absoluut voor goud.”
Als baby wordt Bas al in de wieg meegenomen naar de schermclub van zijn vader, de bekende Zaal Verwijlen in Oss. “Ik raakte dus al vroeg vertrouwd met het wapengekletter”, vertelt hij in de Flik-Flak-Hal in Den Bosch, zijn vaste trainingslocatie. Het wekt dan ook weinig verbazing wanneer Bas op vijfjarige leeftijd zelf het wapen ter hand neemt. Tot zijn twaalfde schermt de Ossenaar met twee wapens, maar dan kiest hij definitief voor het koninginnewapen, de degen. Met elf nationale titels, een derde plaats bij het WK tot zestien jaar en twee Wereldbekers voor Junioren maakt Bas veel furore in de schermwereld. Maar ook bij de senioren levert hij wereldwijd topprestaties. Zo behaalt hij in 2005 brons op het WK in het Duitse Leipzig en wordt hij in 2006 tweede op het EK in het Turkse Izmir. In 2008 weet hij zich te plaatsen voor de Olympische Spelen in Beijing, waar hij in de kwartfinales verliest van de latere kampioen Tagliarol. In 2011 bereikt Verwijlen zowel op het EK als het WK de eindstrijd.
Met wat voor gevoel kijk je terug op de Spelen in Beijing?
“Dat was super om mee te maken. EK’s en WK’s zijn ook mooi, maar de Olympische Spelen hebben iets magisch. Het is het hoogst haalbare voor een schermer en het evenement vindt maar één keer in de vier jaar plaats. Een kwartfinaleplaats is op zich een goed resultaat voor een Nederlander, maar toch smaakte het naar meer. Direct na afloop van de wedstrijd in Beijing dacht ik al aan Londen 2012.”
Hoe ziet jouw route naar Londen eruit?
“Om me definitief te kwalificeren moet ik aan twee eisen voldoen. Als eerste aan de internationale eis. Daarvoor moet ik eind april bij de beste veertien op de Worldranking staan. Dat is geen probleem, want vanwege mijn goede prestaties tijdens het EK, het WK en de Worldcups kan ik niet meer buiten de top tien vallen. Momenteel sta ik op de zesde plaats.
De tweede eis is de nationale eis. Sinds februari, na mijn derde plaats op de Worldcup in Estland, heb ik al een Olympische nominatie op zak, als een van de eerste Nederlandse sporters. Voor uitzending naar Londen hoef ik daarom alleen nog vormbehoud te tonen. Dat kan door op de resterende zes tot zeven Worldcupwedstrijden tenminste één keer de laatste zestien te halen. Dat is op papier geen al te groot probleem. Ik ben er dus vrijwel zeker bij in Londen.”
Heb je nog concurrentie vanuit eigen land?
“Nee, niet echt. Nederland mag twee schermers afvaardigen naar de Olympische Spelen, maar de eerstvolgende Nederlander op de Worldranking staat honderddertigste . Dat is mijn trainingsmaatje Tristan Tulen uit Den Bosch. Hij heeft wel een goede kans om zich te plaatsen voor de Spelen in 2016 in Rio de Janeiro. Het zou mooi zijn wanneer we dan samen zouden kunnen gaan.”
In Rio ben je 33. Is dat niet te oud voor een schermer?
“Nee hoor, zelfs op mijn zevenendertigste zijn de Spelen misschien nog wel haalbaar. Als schermer kun je lang mee. Fysiek is belangrijk bij deze sport, maar het draait vooral om tactiek. Je moet schermslim zijn. Dat betekent heel snel tactische beslissingen maken en proberen iemand te doorgronden. Voor de wedstrijd stippel ik samen met mijn vader (tevens bondscoach, red.) een tactisch plan uit. Het is geweldig wanneer zo’n plan dan tijdens de wedstrijd uitkomt.”
Schermen geldt als een vechtsport. Verander je als persoon wanneer je letterlijk de degens met iemand kruist?
“Ik heb wel eens gezegd: wanneer ik het masker opzet, verander ik in een beest. Vroeger was dat zo, maar tegenwoordig is dat minder. Ik probeer agressief te zijn, in de goede zin van het woord, maar tegelijkertijd ook rustig te blijven. Zodat ik klaar ben om toe te slaan wanneer mijn tegenstander een foutje maakt. Bij schermen denk je niet in aanvallen en verdedigen, maar in intenties. Je probeert je tegenstander onder druk te zetten en te achterhalen wat hij gaat doen. Vervolgens probeer je daarvan te profiteren met een tegenactie.”
Wanneer zijn jouw Olympische Spelen geslaagd?
“Wanneer ik goud win, daar ga ik absoluut voor! Ik ben vierentwintig uur per dag bezig met de Olympische Spelen en denk er wel honderd keer per dag aan. Alles staat ook in het teken van Londen: wat ik eet, mijn rustmomenten, de trainingen, maar ook het mentale aspect is belangrijk. Het gaat erom om op het beslissende moment koel te blijven. Ik denk tijdens een wedstrijd ook nooit aan winnen of verliezen, maar alleen aan de volgende treffer. Deelnemen aan de Olympische Spelen is super, maar ik wil daar ook echt iets moois neerzetten.”









0 Reacties