OSS - Tijdens het WK half september in de Slowaakse hoofdstad Bratislava kwam kanoslalommer Robert Bouten een luttele 0,6 seconden tekort om zich te kwalificeren voor zijn tweede Olympische Spelen. Toch maakt de geboren Ossenaar, die tegenwoordig woonachtig is in Zoetermeer, nog steeds een goede kans op deelname aan Londen 2012. Tijdens het Europees kampioenschap, dat in mei wordt gehouden in het Zuid-Duitse Augsburg, kan de 27-jarige wildwaterkanoër alsnog een ticket bemachtigen voor ’s werelds grootste sportevenement. Arena Magazine ging langs bij Bouten op zijn trainingslocatie aan de Dommel in Waalre. “Ik heb er alle vertrouwen in dat ik er bij ben in Londen.”
Wildwater kanoslalom is een dynamische sport waarbij techniek en waterkracht bij elkaar komen om de snelste weg van het parcours naar beneden te vinden. Bij kanoslalom is het de bedoeling een vooraf aangegeven route zo snel mogelijk en foutloos te varen. Deze route wordt aangegeven door groene en rode paaltjes die boven het water hangen. Twee groen- of roodgekleurde paaltjes vormen een poortje waar doorheen gevaren moet worden. De groene paaltjes worden stroomafwaarts gepasseerd, de rode paaltjes stroomopwaarts. Het aanraken of foutief bevaren van de poortjes levert strafseconden op die bij de vaartijd opgeteld worden. Kanoslalom is sinds de Spelen van 1992 in Barcelona een officiële Olympische discipline.

Na een moeizame periode leek je op het WK in Bratislava precies op tijd weer in vorm te zijn. Hoe groot is dan de teleurstelling wanneer je net naast een Olympisch startbewijs grijpt?
“Dat was een enorme domper. Ik voelde me goed tijdens het WK. Dat bleek ook wel uit de sterke kwalificatie die ik neerzette. Ik zat toen nog dik binnen de kwalificatienorm voor Londen 2012: een klassering bij de beste vijftien landen. Desondanks eindigde ik twee dagen later op de vijfentwintigste plek. Op de opgeschoonde ranglijst (één deelnemer per land, red.) betekende dat de zestiende plaats. Onwerkelijk om kwalificatie voor de Spelen op één plaats te missen.”
Op het EK van 11 tot 13 mei in Augsburg krijg je de tweede en laatste kans om je Olympische ambities te verwezelijken.
“Daar moet het dan maar gebeuren. Er zijn op het EK nog twee Olympische tickets te bemachtigen. Hiervoor zijn naast Nederland nog vijf sterke landen in de race: Ierland, Kroatië, Macedonië, Rusland en Slowakije. Hoewel er dus flink wat concurrentie is, heb ik er alle vertrouwen in dat ik er in Londen bij ben. Enerzijds omdat ik dit traject in 2008 in aanloop naar de Spelen in Beijing ook met succes heb afgelegd en anderzijds omdat ik tijdens het WK in september al deze landen nog heb verslagen.”
Wanneer je op het EK aan de internationale eis weet te voldoen, moet je daarna ook nog voldoen aan de NOC/NSF-norm.
“Ik moet daarvoor bij een van de drie resterende Worldcupwedstrijden bij de beste tien eindigen op de opgeschoonde ranglijst. Daarnaast moet ik ervoor zorgen dat ik de beste Nederlander ben, want er mag per land maximaal één deelnemer naar de Olympische Spelen.”
Wat maakt de Olympische Spelen zo speciaal?
“Het is het allergrootste platform waarop je je als sporter kunt laten zien. Op de Spelen is alles afgestemd op de sporter en zijn prestatie. Vier jaar geleden in Beijing was alles perfect georganiseerd. Je hoefde daar nergens rekening mee te houden en kon je volledig concentreren op dat ene ding: de wedstrijd. Dat is voor mij de ultieme sportbeleving.”
Kanovaren kent twee Olympische disciplines, slalom en sprint.
“De slalom vindt plaats op wild water en de sprint op vlak water. Ik heb altijd slalom gedaan. Op mijn elfde ben ik daarmee begonnen, nadat ik via een klasgenoot terechtkwam bij de Volmolense Kano Club in Waalre. Het mooie van kanoslalommen is het tro
tseren van de kracht van het water. Er zit ontzettend veel energie in de watermassa. De uitdaging is om die massa te controleren en uit te komen waar je wilt. Het draait daarbij vooral om het technische aspect en niet zo zeer om kracht. Techniek is bij een kanoslalom veel bepalender dan de fysieke component.” Op de Spelen in Beijing verraste je met een fraaie negende plaats. Behoort een topklassering in Londen eveneens tot de mogelijkheden?
“Bij een wildwater kanoslalom ligt alles ontzettend dicht bij elkaar. Tussen gruwelijk snel en net niet snel genoeg ligt heel weinig. De tijdsverschillen zijn meestal zeer klein. Op de laatste WK’s en Olympische Spelen zijn er vaak verrassende medaillewinnaars geweest. De vorm van de dag maakt vaak het verschil. Ik ben er dan ook van overtuigd dat ik op een goede dag in staat ben om een medaille te winnen. Pieken op het ultieme moment, daar gaat het om als sporter.”









0 Reacties