Herman Janssen van café Hap en Stap
ZEELAND – Goed kunnen omgaan met mensen en hard werken voor je boterham zijn twee karaktertrekken die Herman Janssen (54) van Hap en Stap kenmerken. “Ik kom uit een groot gezin. Het sociale krijg je automatisch mee. Ook heb ik best veel meegemaakt in mijn jeugd. Dan leer je snel om voor jezelf op te komen.”
Herman is geboren op de boerderij in Neerloon. Zijn vader die oorspronkelijk van de andere kant van de Maas komt, begint in het Noord-Brabantse dorp een boerderij. “Mijn vader had een groot aantal boerderijdieren: koeien, varkens, biggen en kippen. Ik liep daar rond als klein jongentje.” Maar toch kan het leven op een boerderij Herman niet helemaal bekoren. “Mensen die een eigen bedrijf hadden, zoals een winkel, of mensen die iets produceerden fascineerden me ontzettend. Ik was pas zes toen ik al riep dat ik een eigen bedrijf wilde.” Oorspronkelijk denkt Herman aan elektromonteur. Hij volgt de opleiding op de LTS in Oss met een vervolg op een school in Den Bosch waar hij vier dagen werkt en een dag naar school gaat. “Maar ik kwam er al snel achter, dat dit beroep toch niet alles was wat ik ervan verwachtte. In die tijd ging het werk het hele jaar door. Ik herinner me nog dat we een klus moesten afmaken. Het was buiten min acht graden. Bitterkoud. Je handen waren helemaal stijf. Ik moest het plastic rondom het elektriciteitssnoer eraf halen, zodat de draadjes vrij kwamen. Maar mijn vingers waren zo koud, dat ik met het stanleymes uitschoot. Ik heb nog steeds het litteken in mijn hand.” Gelukkig werkt Herman in die tijd in de weekenden bij discotheek Bachus in Zeeland. “Via mijn zus die daar werkte, kwam ik daar terecht.” Het werk in de discotheek bevalt Herman uitermate goed en in die tijd ontmoet hij zijn toekomstige partner Willemien (50).

Eigen baas
Samen starten ze in 1982 een broodjeszaak ’t Zwaantje, die aan de discotheek verbonden is. “We waren nog heel jong, ik 24, Willemien pas 20. Na vier jaar hebben we een tweede zaak geopend bij de Morgenzon, maar slechts voor een jaar. Toen in 1988 het pand, waar Hap en Stap nu gevestigd is, te koop komt, aarzelen Herman en Willemien geen moment. “ Het was eerst gewoon een woonhuis. We hebben het verbouwd tot een snackbar met café. Het was een hele gok, want het was toen ook crisistijd. We konden geld lenen bij de bank tegen een rente van 12,8 procent. Later hebben we nog een snackbar in America, Limburg, erbij gehad. Maar die hebben we naar vier jaar verkocht, want we wilden graag kinderen, dus besloten we alles te concentreren in Zeeland. Intussen zijn we dit jaar al dertig jaar, Horeca ondernemer in Zeeland.”
Moeder
Het werk bevalt Herman tot op heden nog goed. “Ik vind het fijn om het mensen naar hun zin te maken. Je klanten komen met een bepaald verwachtingspatroon naar je toe. Als ik achteraf hoor dat we de verwachting hebben overtroffen, dan voelt dat goed.” Volgens Herman heeft hij het gevoel voor sociale omgang te danken aan het grote gezin waar hij uit komt. “We waren thuis met veertien kinderen. Zeven jongens, zeven meisjes. Ik ben de vierde van onderen.” Grote gezinnen waren toen heel normaal, hoewel in het geval van Herman, de kinderen van twee moeders komen. “De eerste vrouw van mijn vader is overleden in het kraambed. Ze hadden toen al zes kinderen, mijn vader trouwde voor de tweede keer met mijn moeder en ze kregen in totaal nog acht kinderen erbij. We zijn een grote familie. Als er iets is, staat iedereen altijd klaar. Zo vangt een broer van me altijd mijn zaak op tijdens de vakantie.” Die onderlinge vertrouwdheid is zo gegroeid in de loop van de tijd. Hermans vader is een tijd bedlegerig en zijn moeder sterft jong. “In een klein jaar tijd, ben ik mijn zwager, mijn zusje en mijn moeder verloren. Heftig was dat. Maar als familie vang je elkaar automatisch op.” Herman toont een uitermate bewondering voor zijn moeder. “Ze heeft zich altijd voor meer dan honderd procent ingezet voor het gezin. Maar toen haar tijd kwam om te genieten, werd ze ziek en stierf. Heel sneu was dat.” Gelukkig heeft ze wel Hermans zaak nog gezien. “Ze is twee keer in de zaak geweest. De eerste keer zei ze: Menneke, weet je waar je aan begint? De tweede keer was ze zo trots op me.”
Terugblik
Terugkijkend op zijn jeugd, is Herman eigenlijk alleen maar dankbaar voor hoe de dingen gelopen zijn. ”Onze jeugd was niet altijd makkelijk, maar mijn ouders hebben me wel normen en waarden meegegeven. De opvoeding heeft me gevormd en de kracht en doorzettingsvermogen gegeven om dit te doen. Het is een mentaliteit die je als ondernemer nodig hebt.” Gelukkig deelt zijn partner ook die mening. Het is daarom ook de les die hij zijn kinderen wil meegeven. “We hebben twee kinderen, Roel (15) en Masja (13). Roel heeft aangegeven voor het horecavak te kiezen en in de toekomst graag de zaak over wil nemen. Maar hij moet het wel verdienen. Het is niet zo dat hij een cadeautje krijgt van zijn vader. Hij moet er wel wat voor doen. Begrijpen hoe het werkt en dat je hard moet werken of dat je dingen ook moet laten om iets te bereiken.” Herman doelt onder andere op familiefeesten in de weekenden die hij moet missen. “We werken natuurlijk altijd in het weekend. Maar de meeste familiefeesten worden juist dan gevierd. We kunnen er dan niet bij zijn. Heel jammer, maar dat moet je accepteren. Dat is ook horeca.” Wel neemt hij elke week de tijd om met zijn zoon te gaan voetballen bij Festilent. Roel speelt in de B1 waar Herman als leider en grensrechter optreedt. Ook kijkt hij graag naar zijn dochter, die op paardrijden zit. Zelf houdt Herman van biljarten. Elke dinsdagavond verzamelt een aantal mannen van zeventien tot tweeënzeventig jaar zich in het café.
Vooruitblik
Voor de toekomst hoopt Herman zijn zaak te verbouwen en een feestzaal bij het huidige pand te kunnen bouwen. “Je moet als ondernemer strijdlustig zijn en vechten voor vernieuwing. Dat is de enige manier om in de toekomst te overleven. Ik hoop daarom dat ik mijn verbouwplannen snel kan verwezenlijken.”
Simone van de Wijdeven








