SCHAIJK – Maikel Hegeraat (48) is een initiatiefrijke ondernemer die op eigen kracht zijn leidekkersbedrijf Hegeraat heeft opgezet. Zijn intuïtie en zijn motto ‘wat een ander kan, kan ik ook’ zijn de leidraad in zijn leven. Recht door zee en wars van ambtenarij en zelfzuchtigheid, gunt Maikel iedereen het geluk dat hij zelf kent. “Voor mij is iedereen gelijk. Ik heb het goed. Waarom zou die ander het niet goed mogen hebben?”
Maikel, geboren in het ziekenhuis van Nijmegen, brengt zijn eerste 23 jaar in Grave door. Hij heeft een jongere broer. Na de lagere school volgt Maikel de LTS in Wijchen. “Ik heb metaalbewerking gedaan en eigenlijk wilde ik daarna nog timmeren en metselen doen, maar omdat ik daar geen officieel diploma van kreeg, heb ik het niet gedaan. Achteraf stom natuurlijk.” Maikel kiest ervoor om op zijn zestiende te gaan werken. “Mijn moeder werkte als huishoudelijk hulp op een leidekkersbedrijf in Ravenstein. Daar hadden ze vakantiewerkers nodig.” Maikel blijft er drie jaar totdat de militaire dienst hem oproept. “Het leger was helemaal niets, zo doelloos. Je stond om zes uur op en om tien uur was het weer appel. Tussendoor deed je nutteloze dingen: je schoenen poetsen die niet vies waren. Niks voor mij. Laat mij maar iets nuttigs doen. Die jongens waren allemaal hartstikke gek!”

Eigen baas
Eenmaal uit dienst komt Maikel in eerste instantie in de WW terecht. “Het ging begin jaren tachtig niet goed met de bouw. Ik zat thuis en besloot contact op te nemen met iemand uit Grave die werkte bij een leidekkersbedrijf in Nijmegen. Ik vroeg of ik een keer mee mocht om te kijken. Ik werd meteen aangenomen.” Hoewel het werk hem bevalt, voelt Maikel zich niet thuis bij de stadse werkwijze. “Het bedrijf ging failliet, maar het maakte meteen een doorstart onder een andere naam. En dat gebeurde een aantal keren. Ze hechtten geen waarde aan een naam of hoe dingen in elkaar steken. Dorpelingen zijn veel trotser op hun spullen. Ik had het wel gezien in de stad en dacht: als die lui op zo’n manier hun kost kunnen verdienen, kan ik het ook.” In 1988 start Maikel zijn eigen bedrijf.
“Wij doen alles wat met het dak te maken heeft, behalve riet en golfplaten.” Hij werkt met zijn compagnon, tevens zwager, Henri Keijzer. Zijn vrouw Karin (42) doet de administratie. Ze werken in totaal met zeven man. De kleinschaligheid en de korte lijntjes vormen de basis van het bedrijf. “Je moet zo’n zaak wel samen doen. We zijn met een paar man en ieder heeft zijn eigen taak. Hoe meer mensen je erbij haalt, hoe moeilijker het wordt.”
Vrijheid
Maikel is in alle opzichten iemand die van zijn vrijheid houdt. “Mijn vader was laborant bij de Akzo. Ik ben wel eens mee geweest. Werknemers liepen met boterhammentrommels door een poortje naar binnen. Nee, dat was echt niets voor mij. Dat is afgestompt werk. Als dakdekker ben je altijd buiten, je komt overal, je ontmoet heel veel verschillende mensen. Dat is interessant. Ik ben altijd nieuwsgierig naar anderen. Wat doen ze? Ik hou van creatieve mensen. Maakt niet uit wat ze doen, of het postzegels verzamelen is of beelden maken. Het feit dat iemand iets doet is al mooi genoeg. Mijn vrouw schildert. Het is geweldig om te zien dat ze daar haar hobby in heeft.”
Ondanks dat hij eigen baas is, voelt Maikel zich nog niet volledig vrij, maar juist gevangen in de regels van de wet. “De wet is er om nageleefd te worden. Daar heb ik geen probleem mee. Maar waarom krijgen sommige mensen dingen bij de gemeente wel gedaan die ik niet voor elkaar krijg? Ik ben gewoon een werkmens, ik ben ongeveer 25 jaar geleden in dit dorp begonnen en we doen het goed. Maar ik heb geen kruiwagen bij de gemeente. Ik begrijp er niets van: waarom mag de buurman wel bouwen en ik niet? Er wordt met twee maten gemeten. Daar kan ik niet tegen. Maar ja, ik leef maar een keer. Ik heb geen zin om te blijven vechten. Je wint nooit. Ik wil genieten van het leven.”
Vissen
Genieten betekent voor Maikel: vissen. “We hebben een vakantiehuisje in Maasbommel, aan de Maas. In Grave woonde ik ook aan het water. Ik ben gek op water. Het verandert steeds: bij regen, storm, vrieskou. Je ziet grote schepen, je ziet mensen aan het werk, bewegen. Er is altijd iets te doen. Je kunt er eindeloos naar kijken. Als je ’s morgens heel vroeg opstaat en alles is nog rustig, hoor je en zie je de vogels, de natuur. Zit je daar alleen met je bakske koffie en je bent de rijkste man van de wereld.” Het liefst gaat de visser met zijn maatje naar Ouddorp in Zeeland of Duinkerken, Frankrijk. “Je moet wel iemand vinden die net zo gek is als jij. Je hebt een klein bootje, je bent van elkaar afhankelijk. Dagen kunnen best lang en zwaar zijn. Maar als je dan terugkomt en je hebt ook nog wat moois gevangen, dan heb je voldoening en kun je er weer tegen. Het gaat om het avontuur, het spektakel.”
Maikel kreeg zijn liefde voor het vissen van zijn vader en hij probeert het over te brengen op zijn kinderen. “We hebben vier kinderen: Cas (18), Max (16), Dim (14) en Sterre (13). Ze gaan altijd mee naar Maasbommel. Ik heb pas een bootje voor ze gekocht. Cas en Max hebben een vaarbewijs en de oudste mag ook echt varen. Als de kinderen mee gaan varen, probeer je het gezellig te maken en ze erbij te betrekken. Vertel wat je onderweg ziet op een speelse manier. Zo mooi.”
Gelukkig mens
Eigenlijk vindt Maikel zichzelf een gelukkig mens en zegt geen wensen meer te hebben voor de toekomst. “Mijn kinderen leren goed op school, ze helpen me als ik dat vraag, ze doen geen rare dingen als drugsgebruik, wat wil je als ouder nog meer?” En dat geluk wil hij graag met anderen delen. “Ik gun iedereen het geluk. Het zit hem in kleine dingen. Ik hou bijvoorbeeld van balkenbrij. Een buurvrouw, die dat heerlijk maakt, weet dat en ze brengt me dan een stuk. De keer erop krijgt ze van mij een kabeljauw. Of iemand komt mijn ladder lenen. Waarom niet? Ik heb hem toch staan. In ruil ervoor komt hij mijn kachel maken. Elkaar helpen en samen willen delen maken het leven mooi. Zo hoort het te zijn.”
Simone van de Wijdeven








