Vier op de tien wethouders voortijdig weg
REGIO – Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland zijn de drie provincies met het meeste politieke rumoer. Rustig was het in het Noorden. Met nog enkele dagen te gaan tot de gemeenteraadsverkiezingen kan de balans worden opgemaakt van de afgelopen collegeperiode. Uit onderzoek van Binnenlands Bestuur blijkt dat 173 colleges de huidige bestuursperiode afsluiten met dezelfde ploeg waarmee zij in 2006, na de vorige raadsverkiezingen, begonnen. Voor 627 wethouders (vier op de tien) eindigde het wethouderschap voortijdig. Het grootste deel (327) vertrok na een politieke breuk.
Het meeste politieke rumoer kenden Noord-Brabant en Gelderland. Deze provincies telden het grootste aantal collegecrises. In Noord-Brabant kwamen alle wethouders ten val in Steenbergen, Tilburg, Valkenswaard, Veghel, Waalwijk, Oirschot en Drimmelen. Wat opvalt is dat de lokale partijen – de winnaars van 2006 – hier het slachtoffer waren (in Steenbergen en Drimmelen) of indirect een rol speelden (Lijst Smolders in Tilburg). Brabant telt na Zuid-Holland ook de meeste gemeenten (44) waar één of meer wethouders werden vervangen. Bovendien telt Brabant de meeste wethouders (58) die na een politieke vertrouwensbreuk van het toneel verdwenen. Dat lot viel in de gemeente Landerd in 2007 ook wethouder Annette van Delft van Progressief Landerd ten deel.
In verhouding met de vorige collegeperiode 2002-2006 zijn er landelijk gezien minder colleges die ongeschonden de eindstreep halen. Tegenover de huidige 173 waren dat er 187, maar er waren toen meer gemeenten. Verhoudingsgewijs komt het aantal stabiele colleges in beide periodes uit op iets meer dan 37 procent, ruim één op de drie.
Dé belangrijkste reden dat wethouders verdwijnen, blijven politieke conflicten. Na bijna vier volle collegejaren staat de teller op 327 wethouders, waardoor dus 20,5 procent (één op de vijf wethouders) werd getroffen door een politieke breuk.
Dualisme
De voorlopige eindcijfers logenstraffen gedeeltelijk de verwachting van de Groningse hoogleraar en grondlegger van het dualisme, Douwe Jan Elzinga. Volgens Elzinga zou na eenmaal gewend aan het dualisme het aantal gesneuvelde wethouders in de huidige collegeperiode lager uitvallen dan in eerste duale raadsperiode (2002-2006). In die raadsperiode, waarin wethouders voor het eerst geen deel meer uitmaakten van de gemeenteraad, moesten 658 wethouders vroegtijdig opstappen. Dat was een percentage van 38,6 procent. Met de huidige score van 40,4 procent levert de tweede duale collegeperiode dus meer tussentijds vertrokken wethouders op. Een politiek conflict kostte tussen 2002 en 2006 373 wethouders de kop, een percentage van 21,8 procent. Dat is bijna een procent hoger dan de huidige 21 procent.
Onervaren
De belangrijkste reden in de periode 2002-2006 voor het grote aantal politieke conflicten waren de onervaren Leefbaarpartijen die na hun verkiezingszege van 2002 vrijwel al hun wethouders onderuit zagen gaan. Recent onderzoek van Binnenlands Bestuur toont aan dat ook in de huidige collegeperiode vooral de grote winnaars van de verkiezingen van 2006 het slachtoffer waren van politieke conflicten: vooral grote debuterende lokale winnende partijen gingen kopje onder. Nieuwe partijen in het lokaal bestuur zorgen dus voor nieuwe, levendige verhoudingen, scherpere debatten en staan daarmee ook garant voor een fors aantal wethouders- en collegecrises. Daardoor weet ten minste een derde deel van de wethouders dat de eindstreep niet wordt gehaald en haalt gemiddeld krap een derde van de colleges zonder het verlies van wethouders de volgende raadsverkiezingen.









0 Reacties