GRAVE - Wie vanuit Grave richting Cuijk rijdt passeert op de Sint Elisabethstraat de Hampoort. Dit monumentale gebouw staat al sinds 1688 op die locatie. Vroeger om het vestingstadje te verdedigen tegen ongewenste gasten, tegenwoordig zit het Graafs Museum en het Cloveniersgilde gehuisvest in het eeuwenoude pand.In de Middeleeuwen ontwikkelt Grave zich als een belangrijke vestingstad. Diverse belangrijke handelsroutes doorkruisen het grensgebied van Gelre (tegenwoordig provincie Gelderland, red.) en Brabant. Daarnaast ligt de plaats aan de rivier. Grave ondergaat een periode van bloei en dit blijft niet onopgemerkt bij andere gewesten. Zij komen van ver om een graantje mee te pikken en proberen de stad met geweld in te nemen. Na iedere belegering bouwen de inwoners de stad weer op. Ook de vestingwerken worden dan versterkt en vaak verder uitgebreid.
In 1674 ligt Grave weer in puin na een belegering van drie maanden. De stad wordt hersteld, evenals de drie poorten. Aan het einde van de Maasstraat staat de Maaspoort, aan het einde van de Brugstraat staat de Brugpoort en aan het einde van de Hamstraat staat de Hampoort. Om meer ruimte te creëren worden de poorten wat verschoven, zodat er extra woningen in de stad gebouwd kunnen worden.

Vestingwet
Dan voert het Nederlandse rijk in 1874 de Vestingwet in. Hierin staat dat niet meer de steden als basis voor de landverdediging dienen, maar dat overgestapt wordt op de waterlinies. De vestingsteden zijn dus niet meer nodig. Door de kolenwinning in Limburg komen de lokale turfstekers zonder werk te zitten. Om de werkloosheid tegen te gaan krijgen zij de opdracht om de vestingsteden te ontmantelen, waaronder Grave. Ze dempen de grachten en alles wordt gesloopt, behalve de gebouwen aan de Maas. Op een gegeven moment vraagt iemand zich af of alles wel weg moet. Dat is de redding van de Hampoort.
Inrichting
Het garnizoen verlaat eind negentiende eeuw Grave. Een psychiatrische inrichting voor vrouwen vestigt zich in de Hampoort en in het tegenover gelegen Arsenaal. De linkervleugel van de poort is bestemd als woning voor de Machinist (beheerder, red.) van de Rijks Psychiatrische Inrichting. Na ongeveer vijfenzeventig jaar vertrekt het instituut weer uit Grave. De poort wordt voor het symbolische bedrag van een gulden aan de gemeente verkocht. De afspraak is dat de weduwe van de laatste Machinist tot haar overlijden in de vleugel mag blijven wonen.
Begin jaren tachtig besluit de gemeente Grave het monumentale pand grondig te restaureren. De vraag is alleen waarvoor ze het gebouw kunnen gebruiken. Als het Cloveniersgilde dit ter ore komt geeft de schutterij aan wel interesse te hebben. De vereniging komt in de linkervleugel te zitten, terwijl rechts nog steeds de weduwe van de Machinist woont.

Cloveniersgilde
In Brabant zijn nog steeds veel gildes actief. “Die hebben witte kragen, mooie kousen en veren op hun hoed. Met alle respect, maar dat zijn geen schuttersgilden”, vindt de Graafse Clovenier Jan Timmermans. “Die groepen komen voort uit katholieke broederschappen. Een echt schuttersgilde kun je beter vergelijken met een mobiele eenheid avant la lettre. De heer van Grave zocht in de zestiende eeuw een groep mannen van onbesproken gedrag die zorgdroeg voor de orde in de stad bij zijn afwezigheid. Als de heer wel in de stad was dan dienden de gildeleden als erewacht bij officiële gelegenheden. Niet iedereen kon zomaar lid van het gilde worden. Je moest bijvoorbeeld in staat zijn overdag activiteiten voor De Cloveniers uit te voeren. De schutterij kent twee traditionele feesten. Het Teerfeest en het Koningsschieten. Dat laatste evenement vond in Grave voor het eerst in 1529 plaats. Het zilveren schildje van die eerste keer hebben we nog steeds. Dat behoort tot het oudste zilver van Brabant.”
Het Cloveniersgilde kent perioden van bloei en verval. Slechts in de hoogtijdagen vormt een groep mannen het gilde. Timmermans: “In Grave zijn De Cloveniers al lang verdwenen als we in 1974 herdenken dat driehonderd jaar daarvoor de Fransen de stad uit zijn geknikkerd. Iemand kwam met het idee om het gilde mee te laten lopen in een historische optocht. In aanloop naar het evenement hadden we zoveel lol dat we besloten het gilde voort te zetten. Als ontmoetingsplaats gebruikten we de zaal achter een kroeg, maar we gingen op zoek naar een eigen lokaal. Dat werd de Hampoort. De Cloveniers hebben sindsdien hun plaats in de samenleving wel weer veroverd.”
Graafs Museum
Wanneer enkele jaren geleden blijkt dat de weduwe van de Machinist uit de Hampoort vertrekt, is er meteen een gegadigde om haar plek over te nemen: het Graafs Museum. Tot dan toe heeft het museum verschillende locaties gehad in de vestingstad. “Het begon met een particuliere collectie van een amateurarcheoloog”, weet Jan Timmermans, tevens bestuurslid van het museum. “Die was tentoongesteld in het stadhuis, maar toen een vandaal verhaal kwam halen bij het college van B en W vernielde hij ook een deel van de collectie. Daarop ontstond het initiatief van Stichting Graeft Voort voor het Graafs Museum, dat in eerste instantie een tijdje achter de kerk zat. Maar toen de parochies fuseerden moesten we vertrekken. Vervolgens kwamen we in een zijstraatje terecht waar niemand ons kon vinden. Daarom ondernamen we meteen actie op het moment dat we hoorden dat er ruimte vrij kwam in de Hampoort.”

De stichting bouwt de vleugel om tot museum. “We konden uit de voeten, maar wisten al meteen dat de ruimte te klein zou zijn”, zegt Timmermans. “De voorzitter is een architect in ruste. Die heeft een uitbreiding getekend onder de aarden wal. Die grond is weggehaald, daarna hebben ze de uitbreiding gebouwd en vervolgens is de wal weer teruggeplaatst. Ook op zolder hebben we de nodige aanpassingen doorgevoerd, waardoor we nu over een bibliotheek en archief met klimaatregeling beschikken. Hiermee voldoen we aan alle eisen. Sinds dit jaar zijn wij het tweede officiële museum in het Land van Cuijk.”
Eigen collectie
Het Graafs Museum bezit een eigen, steeds groter wordende collectie. De meeste voorwerpen heeft het museum gekregen, andere zijn in bruikleen gegeven. “We merken dat er veel spullen in families zitten”, vertelt Timmermans. “Die gaan over van ouders op kinderen. Zo komen wij aan onze materialen. Daarnaast houden we het internet in de gaten. En soms krijg je wat via een erfenis of op een veiling. De stichting is al meer dan dertig jaar bezig met het verzamelen van materiaal. Af en toe moeten we goed opletten dat we geen alternatief worden voor het grof vuil. Daarom bepalen wij ook wat er met de voorwerpen gebeurt: houden, verkopen of weggooien.”
Naast de eigen collectie is er ook altijd plek voor een wisseltentoonstelling in de nieuwbouw van het museum. Van 25 oktober tot en met 5 februari is dit Pottenkijkers, volkskunst door mensen, voor mensen. Onder 'volkskunst' worden alledaagse voorwerpen en gebruiksartikelen verstaan die ambachtelijk zijn vervaardigd en niet de pretentie hebben kunst te zijn (terwijl ze vaak toch wel heel mooi zijn). De tentoonstelling is een deel van de verzameling van een Graafse inwoner.
Toekomstplannen
Na het afbreken van de vestingwerken in de negentiende eeuw worden rondom de Hampoort nieuwe gebouwen neergezet, waardoor het mooie aanzicht verdwijnt. Nu een deel van die panden weer wordt gesloopt, is het Graafs Museum er als de kippen bij om de historische situatie te herstellen. “Dan kunnen we de poort weer openzetten”, zegt Timmermans. “Vroeger lag hier een ravelijn (vijfhoekig, versterkt eiland buiten de vesting, red.), die is onlosmakelijk verbonden met de Hampoort. Het zou mooi zijn als we het ravelijn terug kunnen brengen, omringd door water. Dan kan de gemeente daar een grote parkeerplaats van maken. Bezoekers mogen dan via een brug door de poort de stad in.
Volgens Timmermans is het terugbrengen van het ravelijn een 'win-win-winsituatie'. “Er is meer parkeerruimte voor bezoekers van Grave. Dat is gunstig, want zo haal je veel blik weg uit de binnenstad. Daarnaast kan het waterschap de plek gebruiken als wateroverloop. En het is natuurlijk goed voor het toerisme. Vakantiegangers kunnen dan de mooie, historische vestingstad Grave bezoeken. Het is te hopen dat dit plan doorgang vindt, maar dan moeten er wel centen op tafel komen.”
Stichting Graeft Voort
De stichting Graeft Voort houdt zich bezig met twee zaken. De leden werken aan het historisch kenniscentrum Grave in samenwerking met het BHIC (Brabants Historisch Informatie Centrum). Daarnaast beheert de stichting twee musea in de vestingstad, het Graafs Museum in de Hampoort en het Kazemattenmuseum aan de Maas.








