Dáár gingt gij heen, waar men noch treurt, noch lijdt,
waar ge ook van ons geen liefde zult behoeven;
maar ziet gij soms nog neder op ons, droeven,
nu gij bij God een vroolijke Engel zijt?
O, bid hem dan (nu immers kunt gij bidden?)
dat Hij de smart door zijn gena verzacht,
de ziel verkwikk', die needrig op Hem wacht,
en wederom een kind zende in ons midden!
Het is een gedicht uit de tijd dat God nog besliste over leven en dood. Een tijd waarin het eerder regel dan uitzondering was dat één of meerdere kinderen in een gezin op jonge leeftijd stierven. Het verdriet was er niet minder om dan nu, maar er is één belangrijk verschil: zij konden rouwen om hun verlies zonder zich ook maar op enigerlei wijze schuldig te hoeven voelen. Dat is voor ons niet meer weggelegd. Wij hebben vlokkentests, hielprik, vruchtwaterpuncties, echo’s en scans waarmee in een vroegtijdig stadium een mogelijk gebrek van je kind aan het licht kan worden gebracht. Doe je hier niet aan mee en krijg je een kind met een handicap dan ben je schuldig. Doe je wel mee en wordt een gebrek vastgesteld, dan word je geconfronteerd met ingrepen, risico’s en slagingspercentages. Op de radio vertelde een echtpaar over de ziekte van hun kind. Van de specialist hadden ze te horen gekregen: “Als we niets doen wordt uw kind niet ouder dan dertig jaar. Als we wel ingrijpen is de kans dat hij normaal oud wordt negentig procent. Maar aan de ingreep zijn wel risico’s verbonden. Twintig procent overlijdt tijdens de operatie”. Aan de ouders om een besluit te nemen. Het is om gek van te worden. En de situatie is niet ondenkbeeldig dat je gelijker tijd moet beslissen over het leven van je moeder die al twee maanden aan de beademing ligt na een hersenbloeding en waarvan de artsen zeggen dat de kans dat ze uit haar coma ontwaakt nihil is. Het zijn allemaal beslissingen die wij eigenlijk niet zouden moeten hoeven nemen. In 1845 nam God die voor zijn rekening. Maar door de successen van de wetenschap hebben we Hem dood verklaard. Nu is het aan ons om te oordelen, leven of dood. Een zware last. God zal er niet om treuren. Wordt Hij ook eens een keer door ons verlost.
Theo van Duren








