Al wekenlang hipt er een kauw rond mijn huis. Hij kan niet meer vliegen want zijn rechtervleugel doet het niet meer goed. Hij kan hem nog wel bewegen maar onvoldoende om er mee op te stijgen. Dat is link, want er loopt in de buurt ook een hele dikke zwarte kat rond die ondanks zijn obesitas razendsnel is. Maar niet snel genoeg. Want de kauw heeft een bijzondere techniek ontwikkeld waarmee hij de kat telkens aftroeft. Het is een soort renvliegen waarbij zijn goeie linkervleugel zorgt voor de gewenste hoogte en extra snelheid en zijn rechter dient als derde been.
Ondanks zijn handicap slaagt hij er toch in om zijn kostje bij elkaar te scharrelen. Hij weet zich daarbij gesteund door mij. Elke ochtend meldt hij zich bij het keukenraam voor zijn ontbijt. Brood vindt hij lekker, ontbijtkoek niet. Om te voorkomen dat hij ten prooi valt aan de kat, spreek ik deze dagelijks bestraffend toe. Als directeur van het Wereld Natuurbestrijdingsfonds veroordeel ik de gedragingen der dieren en zeker de wijze waarop zij omgaan met de zwaksten in de dierenmaatschappij. Ik vind het dan ook mijn plicht om hen het juiste gedrag voor te houden, in de hoop dat zij er iets van opsteken. Ik ben daar nu zo’n maand mee bezig en de kat wekte de indruk dat hij zich mijn lessen ter harte nam.
Vanmorgen echter viel hij door de mand. Het leek erop dat de kauw zich lelijk verslapen had, want ik had de krant al half uit en hij was er nog steeds niet. Net toen ik opstond om te kijken waar hij bleef, kwam hij in grote paniek op topsnelheid voorbij gevliegrend. Nog geen vijf seconden later kwam de kat op zijn gemak aangewandeld alsof er geen enkele relatie was tussen de vliegrennende kauw en zijn aanwezigheid. In het voorbijgaan keek hij me even aan met een blik van “ik weet echt niet wat die vogel bezielt”, en wandelde verder. Maar ik hoorde hem denken: “het kan nog een dag duren, een week of een maand, maar die klotekauw wordt de mijne”. Ik vrees dat hij gelijk krijgt.
Theo van Duren









0 Reacties