De ondergang van de aarde. Mijn hele leven zit ik er op te hopen dat ik het op zijn minst één keer mee mag maken. Ik begon dan ook vol optimisme aan 2011, want de Amerikaanse dominee Camping had met de hand op zijn hart beloofd dat het op zaterdag 21 mei definitief over en sluiten zou zijn.
Maar liefst zestien jaar lang had hij er op zitten rekenen. Omdat hij het exacte tijdstip niet had genoemd en ik niets van het spektakel wilde missen, ben ik om twaalf uur ’s nachts in de klokkentoren van mijn huis geklauterd. Speciaal voor deze gelegenheid had ik een verrekijker aangeschaft. Geen prutsding van een paar tientjes natuurlijk, want bezuinigen op de dag des oordeels is zinloos. Tot zonsopgang gebeurde er gelukkig weinig, want in het donker heb je zelfs aan een peperdure verrekijker niks. Tegen half tien klonk er even wat gerommel vanuit zuidelijke richting. Snel observeerde ik met mijn kijker het gedrag der dieren. Die voelen een ondergang van heel ver aankomen. Maar de hond van de buren sloeg niet aan en onder het vee brak geen paniek uit, dus het moet iets anders geweest zijn. De rest van de dag heb ik alle windrichtingen afgespeurd. Bij Keent waren ze met groot materieel druk in de weer om snel nog wat grond af te graven nu het nog kon. In Nijmegen aan de gevel van het Erasmusgebouw probeerden glazenwassers nog zoveel mogelijk ramen te lappen voordat het glas uit de sponningen zou klappen. En in mijn eigen dorp Reek zag ik de mensen vooral bezig met auto’s wassen, tuintjes aanharken, heggen knippen, kozijnen schilderen en was ophangen. Alle voorbereidingen op de ondergang leken er toch vooral op gericht om de boel netjes achter te laten.










