Al dertig jaar vieren we Kerstmis bij mijn schoonfamilie in Frankrijk. Dat is een hele onderneming. Er moeten ontzettend veel cadeaus worden gekocht en heel chique ingepakt, ik moet wijn uitzoeken waarmee ik geen modderfiguur sla bij mijn zwagers en daarnaast moet ook nog eens ons eigen huis kerstklaar worden gemaakt. Voor een goed georganiseerd koppel, vormt dit allemaal geen enkel probleem. Ik ken zo’n stel. Die beginnen al weken tevoren met het maken van lijstjes, hebben ruim voor tijd alle cadeaus al in huis, weten precies waar de dozen met kerstversiering staan en hebben geen enkele moeite met het ontwarren van de kerstverlichting. Bij ons gaat dat anders. Er lijkt heel lang niets aan de hand, het leven gaat zijn gangetje. Tot ongeveer een week voor kerstmis plotseling bij mijn vrouw alarmfase I in werking treedt. Dan slaat ze aan het húújen.
Dit is een staat van paniekerige gehaastheid die begint met het opsommen van tientallen handelingen die per direct moeten worden verricht, gevolgd door een duizelingwekkende hoeveelheid opdrachten aan mij waarbij de eerste is het zoeken van de dozen met kerstversiering en het ophangen van de verlichting. Terwijl zij in de weer is met het in elkaar zetten van de plastic kerstboom en ik mijn geduld aan het verliezen ben met de kerstverlichting, worden er nieuwe decreten uitgevaardigd waarbij ik en passant ook nog word opgezadeld met klusjes die geen enkel verband met kerstmis hebben. Hoewel we nog vijf dagen de tijd hebben alvorens we afreizen, slaagt ze er in om bij mij toch het idee te wekken dat het nog slechts een kwestie van minuten is. En ontsnappen is onmogelijk. Als het me al lukt om ongemerkt mijn werkkamer in te glippen om bijvoorbeeld snel even mijn column te schrijven, duurt het geen twee minuten of de deur zwaait open en hoor ik: “Theo, ik weet niet of het héél erg belangrijk is waar je mee bezig bent, maar ….” En dan volgen er weer ontelbare zaken die per direct moeten worden uitgevoerd want anders is alles verloren. Het zijn helse dagen, maar zoals elk jaar stond de ochtend van 24 december alles klaar om in te laden en te vertrekken. Maar toen ik de eerste krat met cadeaus naar de auto wilde brengen, kreeg ik de achterdeur niet open. Ingesneeuwd. Vanaf dat moment zijn we alleen maar bezig geweest met kijken naar Buienradar, het Nederlandse en Belgische journaal en bellen met Frankrijk. Rond het middaguur hebben we de knoop doorgehakt.
Het was hopeloos. Voor het eerst in dertig jaar zaten we in ons eigen huis met ons gezinnetje aan het inderhaast bijeengesprokkelde kerstdiner. Op gezette tijden kwam er een sms’je binnen uit Frankrijk dat werd voorgelezen door mijn vrouw, waarbij ze telkens een traantje weg moest pinken. Na het toetje opperde er iemand: ‘Zullen we gezellig een spelletje doen?” Iedereen deed zijn best om enthousiast te reageren. Maar het is er niet meer van gekomen.
Theo van Duren









0 Reacties