Het boek schrijven dat alle andere boeken overbodig maakt, behalve het telefoonboek en de Bijbel. Dat was het streven van Gerard Reve. En ook het mijne. Het verschil tussen Reve en mij is dat hij met Op weg naar het einde en Nader tot U een aardig eind in de buurt is gekomen en dat ik er nog helemaal niks van gebakken heb.
Om uit te vissen waar dat aan ligt, heb ik de afgelopen tijd de biografieën van een aantal grote schrijvers eens doorgenomen. Al snel werd me duidelijk waarom het nooit iets zal worden. Zonder uitzondering hebben de grote schrijvers een ellendige jeugd gehad. Ze groeiden op in een verstikkend calvinistisch milieu, waren homofiel in een omgeving die dat niet accepteerde, hadden een zuipschuit van een vader die er voortdurend op los timmerde, een sloerie van een moeder die hen in de steek liet, brachten hun hele jeugd door in weeshuizen, leefden met veel te veel broertjes en zusjes in bittere armoede of werden seksueel misbruikt. Daar kun je wat mee als je schrijver wilt worden. Maar wat moet je met een jeugd als de mijne? Het was allemaal pais en vree. Mijn vader en moeder hielden van elkaar, maakten werkelijk nooit ruzie, waren gezellig, dronken wel wat maar nooit te veel, hielden van hun kinderen, stonden altijd voor ons klaar en steunden al onze wilde ideeën. We mochten studeren wat we wilden, we mochten worden wat we wilden. Het enige echte conflict dat ik me herinner ging over lang haar. Mijn vader was daar fel op tegen en dat was lastig. Want iedereen had lang haar begin jaren zeventig, behalve wij. Van zo’n conflictje raak je echter onvoldoende verknipt om een boek van te maken dat alle andere boeken overbodig maakt. Het is spijtig om te moeten zeggen, maar door me een gelukkige jeugd te bezorgen, hebben mijn ouders een glanzende schrijverscarrière om zeep geholpen. Ik ben slachtoffer, dat is wel duidelijk. En niet zomaar een slachtoffer, maar slachtoffer in het kwadraat. Want mijn type slachtofferschap wordt niet erkend. Voor alle typen slachtoffers is er hulp in ons land. Zelfs voor paters die zestig jaar geleden misbruikt zijn door rotjongens van het internaat. Slachtoffers van een gelukkige jeugd laten ze echter in de kou staan. Nu hoop ik maar dat de jarenlange strijd die ik ga voeren voor erkenning voldoende frustratie oplevert en behoorlijk wat stof om een boek van formaat te schrijven. Uiteraard zal ik mijn oorspronkelijke ambitie wat bij moeten stellen. Ik zet nu in op het schrijven van een boekje dat een aantal andere boekjes overbodig zal maken. Het is een droef lot. Ik heb er dan ook alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat het mijn kinderen niet zal gebeuren.
Theo van Duren









0 Reacties