Begin dit jaar is me volkomen onverwacht een kameraad ontvallen. Een echte vriend met wie ik jarenlang ontelbare malen tot diep in de nacht heb zitten ouwehoeren tot de drank ons de neus uitkwam en rookslierten uit onze oren kringelden. Wat kon die man roken! Een estheet. Een genot om naar te kijken. Een estheet. Het was altijd een groot genoegen om te zien hoe hij achteloos zijn sigaret rolde, een enorme toeter met een klein puntje, heel los ook nog eens. En dan lukte hem het toch om er zoveel tabak in te proppen dat hij altijd 20 vloeitjes overhield als zijn shagbuil leeg was. Stinkend jaloers keek ik telkens hoe hij er de vlam injoeg. De hand beschermend om vlam en sigaret alsof het binnen waaide, dan de eerste twee korte trekjes voor de grip en vervolgens die hele diepe derde waarbij zijn hoofd door zijn enorm inhaleringsvermogen iets schuin achterover werd getrokken en zijn longen tot in de diepst liggende blaasjes gevuld. Dan, héél subtiel, een korte pauze. Een paar seconden misschien, maar het leek een eeuwigheid, gaf hij zijn lichaam de kans alle nicotine tot de laatste microgrammen op te nemen om vervolgens, tot grote opluchting van bezorgde omstanders, in één ontzagwekkend lange ademstoot de hele ruimte vol te blazen met rook. Wat ’n roker! Wat zal ik hem missen.
Hoe vaak hebben we het niet gehad over het genot van het roken en het plezier dat je er je medemens mee verschaft. Want daar waar gerookt wordt is het gezellig. Alleen daar klinkt nog de onbevangen schaterlach van de mens die zich schikt in zijn droeve lot. De mens die beseft dat je de dood niet voor kunt blijven ook al ren je dertig kilometer per dag en eet je elk uur een pan zemelen. Hoe vaak ook hebben we zitten becijferen hoeveel geld we opbrengen voor de Staat der Nederlanden. Immers, elk jaar roken we met ons allen een slordige 3 miljard euro aan belastingen bij elkaar. Bovendien gaan we gemiddeld ook nog eens zo’n tien jaar eerder de pijp uit. Wat dat oplevert aan besparingen op AOW, verpleeg- en ziekenhuiskosten is nauwelijks te becijferen. Met al die miljarden financieren we elk jaar royaal de uitbreidingen van ons wegennet en houden we de complete verzorgingsstaat overeind. Een verantwoording die zwaar op drukte op onze schouders maar die we nooit uit de weg zijn gegaan.
Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat we aan het roken waren voor de vluchtstroken van de snelweg Venlo - Roermond. We hadden gelezen dat er financieringsproblemen waren, dus hadden wij er een tandje bij gezet. Wat gebeurt rond half twee ’s nachts? Niks meer te roken! Een zeldzaam voorkomende ramp. Alles hebben we afgezocht, van keukenla tot dashboardkastje. Niks. Helemaal niks. Winkels dicht, cafés dicht, pomp dicht. Einde oefening. Dit betekent wel dat je die dag zo’n zes sigaretten achterloopt op het schema. Dan neem je als roker je verantwoording en sta je ’s morgens een uur eerder op om de achterstand in te lopen. Daar hoefden we elkaar niet voor te bellen. Daar kon je van op aan. Solidair, sociaal bevlogen, verantwoordingsbesef: dat zijn de kenmerken van de ware roker. Het waren ook de kenmerken van de kameraad die me zo plotseling in de steek liet. Ik zal alleen verder moeten, want hij is gestopt de lafaard. Verleden week kwam hij weer eens langs. Ach, het was niet ongezellig. Maar die sfeer, die bijzondere sfeer van rokers onder elkaar... het was verdwenen. Nee, het zal nooit meer zijn als vroeger.
Theo van Duren









0 Reacties