Het jaarlijks kinderwerkkamp in Menaucourt zit er weer op. Het is twee weken geleden inmiddels, maar ik ben nog steeds niet volledig hersteld. Een week lang 20 kinderen bezighouden, elke avond doorzakken tot in de vroege uren en ’s morgens om acht uur er weer uit. Ooit was ik er uitstekend tegen bestand. Nu heeft die week me minstens een jaar van mijn leven gekost. Maar het was het waard. We vierden niet alleen het 25-jarig jubileum van de aankoop van ons huis, maar ook de 90e verjaardag van Fernand, de tuinman. We hadden een groots feest gepland op de laatste dag van de werkweek waarbij we Fernand en zijn vrouw Yvonne uitgebreid in de bloemetjes wilden zetten. ‘Nos kaboutères de jardin’, want allebei halen ze de een meter zestig niet.
Halfweg de week ging ik ernaar toe om hen uit te nodigen. Ze zaten aan tafel toen ik binnenkwam. Ik had ze een jaar niet gezien. Yvonne’s helblauwe ogen straalden als immer, maar bij Fernand was het licht aan het uitgaan. Diep gebogen over zijn bord kauwde hij op wat gekookte groenten en keek moeizaam op. Het eten smaakte hem niet meer en hij kwam nauwelijks nog het huis uit, zei Yvonne. Ze bedankten ons hartelijk voor de uitnodiging, maar het zat er echt niet meer in. Onverrichter zaken keerde ik terug. We waren het er snel over eens: als Mohammed niet naar de berg komt, gaat de berg naar Mohammed. Schoolfanfare St. Lucas moest nog één keer uitrukken. Zaterdagmiddag werden de muziekkoffers opgezocht en geopend tot schrik van de instrumenten die het daglicht al jaren niet meer hadden gezien. Nadat de ventielen met olie weer lopend waren gemaakt en het koper glimmend was opgepoetst, werd kort overlegd wat we gingen spelen. Repeteren kon niet, want we wisten dat onze lippen het maximaal drie nummers vol zouden houden. Om half acht stelden we ons op bij de poort. De drumband voorop, ‘Engels af’ en Voorwáááárts mars!’
Met onze vrouwen en kinderen achter ons aan trokken we door het dorp. Toen we het huis van Fernand naderden, zetten we ‘Arosa’ in. Hoewel we deze mars twintig jaar niet meer gespeeld hadden, klonk het nog heel behoorlijk. Yvonne stond met een gieter in haar hand voor het huis de geraniums water te geven en plofte verrast neer op de houten bank toen ze doorkreeg dat we voor hen waren uitgerukt. Na een paar minuten kwam Fernand naar buiten gestrompeld en ging naast zijn vrouw zitten. Na een korte toespraak van de voorzitter werden bloemen overhandigd en het laatste nummer aangekondigd: Le Marseillaise. Het was gewaagd want het laatste deel “Aux armes citoyens, formez vos bataillons” vergt het uiterste van de blazers. Maar het moest gebeuren. Op dat punt aanbeland, stonden bij Fernand de tranen in de ogen. Op zijn rechterarm zag je ietwat vervaagd de blauwe tatoeage van zijn kampnummer. De reprise van het slotdeel zat er niet meer in, maar het was goed zo.
Theo van Duren









0 Reacties