Verleden week ontving ik een vakantiegroet van mijn overburen, Jaap en Marij, die met hun kinderen op vakantie waren ergens aan de Spaanse kust. “Op zoek naar de zon”, ik hoor het Jaap nog zeggen. Aan het opgekrulde ansichtkaartje te zien was het gelukt. De postzegel was vastgeplakt met sellotape bij gebrek aan natte tongen. Terwijl ik de boodschap probeerde te ontcijferen, kondigde Erwin Krol nog meer regen aan voor de komende dagen. In de deuropening heb ik gelukzalig wat regendruppels opgevangen op mijn hand. Want door schade en schande wijs geworden, hebben we een nieuwe vorm van vakantiebeleving ontwikkeld: BNOV (Bewust Niet Op Vakantie). Een trend die zeker navolging zal gaan vinden in Nederland. Het is goedkoop en het genoegen overtreft de stoutste verwachtingen. Grofweg komt het er op neer dat je je vakantieplezier ontleent aan het besef van het leed dat je bespaard blijft door niet te gaan. In de afgelopen jaren hebben wij deze omgekeerde vorm van vakantievieren tot in detail weten te verfijnen. We genieten van elk onderdeel. Het plezier begint al in het voortraject: het bepalen van de plaats waar we niet naar toe zullen gaan. Dit jaar kozen we voor de Franse zuidkust, een absolute aanrader voor elke niet-vakantieganger. Je hebt er de zekerheid van veel leed. We selecteren echter niet alleen op kwantiteit. De kwaliteit van het leed geeft bij ons altijd de doorslag. En die is hoog aan de Franse zuidkust.
Half juli op een vroege zaterdagmorgen zijn we niet vertrokken. We hadden de wekker op half vier gezet. Met slaperige koppen zijn mijn vrouw en ik naar buiten gegaan om even een blik te werpen op de auto. Toen nog even heel zachtjes naar de slaapkamer van de kinderen en vervolgens weer knus onder de dekens. “Lekker hè”, zei ik nog tegen mijn vrouw, maar ze sliep alweer. Het ontbijt, zo rond de klok van tienen, smaakte heerlijk bij de gedachte aan de lange rij bij het zelfbedieningsbuffet, aan het dienblad vol paniekaankopen en aan de van karton getrokken koffie in het wegrestaurant nabij Langres waar we rond dat tijdstip geweest zouden zijn. De rest van de Route du Soleil, die helleweg naar het zuiden, beleefde ik tijdens het lezen van driehonderd pagina’s uit een heerlijk boek. Eén pagina, 2 kilometer snelweg. Telkens aan het einde van een hoofdstuk even denken aan de laaiende zon, de hysterie op de weg, de jengelende kinderen, de kokende motor, de veertig kilometer lange file voor Orange, de paniek over het kwijtgeraakte tolkaartje.... zelfs het lezen van het jaarverslag van Koninklijke Olie wordt dan een genoegen. Na het avondeten hebben we getweeën een wandeling gemaakt. Als gewone thuisblijver zou ik voor een wandeling de auto hebben gepakt. Nu echter kon ik zowaar genieten van deze zinledige bezigheid door uitgebreid met mijn vrouw te debatteren over samenstelling en nationaliteit van het gezin dat als gevolg van een dubbele boeking ons bungalowtje zou hebben bezet. Onder de douche beleefde ik het strandvertier: de gloeiende keien, de rommelverkopers, de constante angst voor verlies van portemonnee, autosleutels of paspoort; het brilloos rondzwemmen in zee om er op de verkeerde plaats weer uit te komen en vervolgens kilometers quasi nonchalant over het strand te slenteren van parasol naar parasol omdat ik zonder bril niemand herken die verder dan 3 meter van me verwijderd is.... pas dan besef je hoe heerlijk douchen kan zijn.
Verleden week kwamen de overburen terug. Precies tijdens de wolkbreuk. Ik was net bezig met het repareren van de voordeurbel (met in mijn achterhoofd een gescheurde koppakking en de reis- en kredietbrief van de ANWB). “In één ruk doorgereden”, kon Jaap nog net uitbrengen. Er kwam een beetje rook uit zijn oren. Hij strompelde zijn tuintje in, schoof de regenton opzij en strekte zich uit onder de kolkende regenpijp. Marij sleepte intussen haar twee verlepte kinderen het huis in. Heerlijk. Voor volgend jaar hebben we alweer geboekt: vier weken niet naar Tunesië. We verheugen ons er nu al op.
Theo van Duren









0 Reacties