Eigenlijk wilde ik het er verder bij laten, maar ook afgelopen week kreeg ik nog volop reacties op mijn columns over Benno L. Eén ervan wil ik u niet onthouden, want die illustreert treffend waar het mij om begonnen was. Het was een mail van een vriendin van me die werkt in het basisonderwijs. Ze schreef:
“Gisterenmorgen keek ik naar een foto die bij mij in de keuken hangt. Ik sta erop met een meisje uit mijn klas. Een leuke foto gekregen van haar ouders. Nu keek ik er anders naar. Ik zit op mijn hurken zodat mijn hoofd naast haar hoofd is, we kijken naar hetzelfde. Óp haar buik mijn rechterhand, op haar rug mijn linkerhand. Ineens viel het kwartje, wat nu als ik een man was? Kan zo'n foto dan nog? Volgens mijn vriendin, die ook in het onderwijs werkt, kan dat echt niet. Zelfs gymleraren helpen kinderen niet meer over de bok.”
Dit zijn de gevolgen van de hysterie. Mensen in het onderwijs en de zorg, de tienduizenden vrijwilligers bij jeugd- en sportverenigingen: iedereen wordt kwetsbaar. Een vriend van me die gitaarles geeft op een muziekschool raakt de hand van een leerling niet meer aan. De deur van het leslokaal moet open blijven. Richtlijnen van de overheid. Elke aanraking heeft zijn onschuld verloren en kan zomaar je carrière én je leven naar de knoppen helpen. Hoeveel kinderen hierdoor behoed worden tegen seksueel misbruik weet ik niet. Niet zo heel erg veel vrees ik. Want de pedofiel vindt zijn weg toch wel. Wat we uiteindelijk hebben bereikt is dat we onze jeugd iets essentieels onthouden: de aanraking als teken van betrokkenheid bij vreugde en verdriet. Mét de badmeester hebben we ook het kind weggegooid.
Theo van Duren









0 Reacties